Hoe controleert de belastingdienst?
U heeft vast wel eens tijdens
een verjaardag iets van die strekking gehoord. Iemand heeft aangifte
inkomstenbelasting gedaan en een aftrek geclaimd voor een lijfrentepremie
die hij in werkelijkheid helemaal niet heeft betaald. Of verzwegen
dat hij een auto van de zaak heeft gehad waarvoor hij eigenlijk
25 procent van de cataloguswaarde had moeten opgeven. Vaak gebeurt
het dat de fiscus in zo'n geval de aanslag oplegt conform de
aangifte. Dergelijke verhalen zijn natuurlijk niet bevorderlijk
voor de belastingmoraal. Als goedwillend belastingbetaler kun
je dan het gevoel krijgen roomser te zijn dan de paus.
Hoe
is het mogelijk dat de belastingdienst dergelijke fouten niet
opmerkt? De fiscus is niet in staat om alle aangiftes daadwerkelijk
te controleren. Het gaat eenvoudigweg om te grote aantallen.
Daarom wordt met steekproeven volstaan. Het gebeurt ook wel dat
de belastingdienst werkt op basis van bepaalde speerpunten. Zo
is er momenteel speciale belangstelling voor belastingbetalers
die een aftrek claimen wegens hoge ziektekosten. In het verleden
zijn belastingbetalers onder de loep genomen die hun hypotheek
hadden verhoogd. De belastingdienst wilde toetsen of het geleend
geld voor de woning was gebruikt of voor iets anders, bijvoorbeeld
een boot of andere consumptieve uitgaven.

De vraag is natuurlijk of iemand
die een te lage aangifte heeft gedaan en het geluk heeft gehad
buiten de steekproef te vallen, nog het risico loopt van navordering.
Dat is inderdaad het geval. In principe moet er sprake zijn van
een nieuw feit, wil de fiscus kunnen navorderen. Dat biedt belastingbetalers
een zekere bescherming. Maar deze bescherming geldt niet voor
hen die "te kwader trouw zijn". In dergelijke gevallen
kan de fiscus ook nog een boete opleggen. Deze zal in de meeste
gevallen 50 procent bedragen van het na te vorderen bedrag. Het
betreft dus niet bepaald een loterij zonder nieten.
In de aangiftesystematiek
die geldt vanaf het belastingjaar 2001 heeft de fiscus de mogelijkheid
van bijlagen bij de aangifte geschrapt. Vroeger werden allerlei
aftrekposten en dergelijke op bijlagen gespecificeerd. Daardoor
was er voor de fiscus in minder gevallen sprake van een "nieuw
feit". Als de fiscus een onderbouwing wenst van een bepaalde
post, kan hierom worden verzocht. Daarom is het verstandig om
alle kladjes en achterliggende stukken die men heeft gebruikt
bij het opstellen van de aangifte goed te bewaren, zodat de fiscus
op z'n wenken bediend kan worden als erom wordt gevraagd.
Peer van
Bakel