FISCALE
COLUMN

12 maart 2003

 

Hoe controleert de belastingdienst?

U heeft vast wel eens tijdens een verjaardag iets van die strekking gehoord. Iemand heeft aangifte inkomstenbelasting gedaan en een aftrek geclaimd voor een lijfrentepremie die hij in werkelijkheid helemaal niet heeft betaald. Of verzwegen dat hij een auto van de zaak heeft gehad waarvoor hij eigenlijk 25 procent van de cataloguswaarde had moeten opgeven. Vaak gebeurt het dat de fiscus in zo'n geval de aanslag oplegt conform de aangifte. Dergelijke verhalen zijn natuurlijk niet bevorderlijk voor de belastingmoraal. Als goedwillend belastingbetaler kun je dan het gevoel krijgen roomser te zijn dan de paus.

Hoe is het mogelijk dat de belastingdienst dergelijke fouten niet opmerkt? De fiscus is niet in staat om alle aangiftes daadwerkelijk te controleren. Het gaat eenvoudigweg om te grote aantallen. Daarom wordt met steekproeven volstaan. Het gebeurt ook wel dat de belastingdienst werkt op basis van bepaalde speerpunten. Zo is er momenteel speciale belangstelling voor belastingbetalers die een aftrek claimen wegens hoge ziektekosten. In het verleden zijn belastingbetalers onder de loep genomen die hun hypotheek hadden verhoogd. De belastingdienst wilde toetsen of het geleend geld voor de woning was gebruikt of voor iets anders, bijvoorbeeld een boot of andere consumptieve uitgaven.

De vraag is natuurlijk of iemand die een te lage aangifte heeft gedaan en het geluk heeft gehad buiten de steekproef te vallen, nog het risico loopt van navordering. Dat is inderdaad het geval. In principe moet er sprake zijn van een nieuw feit, wil de fiscus kunnen navorderen. Dat biedt belastingbetalers een zekere bescherming. Maar deze bescherming geldt niet voor hen die "te kwader trouw zijn". In dergelijke gevallen kan de fiscus ook nog een boete opleggen. Deze zal in de meeste gevallen 50 procent bedragen van het na te vorderen bedrag. Het betreft dus niet bepaald een loterij zonder nieten.

In de aangiftesystematiek die geldt vanaf het belastingjaar 2001 heeft de fiscus de mogelijkheid van bijlagen bij de aangifte geschrapt. Vroeger werden allerlei aftrekposten en dergelijke op bijlagen gespecificeerd. Daardoor was er voor de fiscus in minder gevallen sprake van een "nieuw feit". Als de fiscus een onderbouwing wenst van een bepaalde post, kan hierom worden verzocht. Daarom is het verstandig om alle kladjes en achterliggende stukken die men heeft gebruikt bij het opstellen van de aangifte goed te bewaren, zodat de fiscus op z'n wenken bediend kan worden als erom wordt gevraagd.

Peer van Bakel

Hoewel bij de totstandkoming van informatie de grootste zorgvuldigheid wordt betracht, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden.