FISCALE
COLUMN

11 juni 2003

 

Nieuw erfrecht en vermogensrendementsheffing

Op 1 januari 2003 is het nieuwe erfrecht in werking getreden. Het uitgangspunt is dat alles naar de langstlevende ouder gaat, terwijl de kinderen slechts een vordering erven. Deze vordering is samen met de rente daarop in principe pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder. De kinderen erven slechts op papier.

Bij testament kan men het overigens anders regelen, bijvoorbeeld dat de langstlevende vruchtgebruik van het vermogen verkrijgt en de kinderen het bloot eigendom. Stel dat een ondernemer wil dat de onderneming naar de oudste zoon gaat en niet naar de echtgenote en de twee dochters. In dat geval is het handig een testament te maken, waarin de zoon als verkrijger van de onderneming wordt aangewezen. In zo'n geval is de kans groot dat de zoon wordt overbedeeld ten opzichte van moeder (die ook erfgenaam is) en de twee dochters. Om dit te voorkomen, moet de zoon een zogenaamde overbedelingsschuld op zich nemen jegens de mede-erfgenamen.

In de inkomstenbelasting kennen we sinds 1 januari 2001 de vermogensrendementsheffing. Men betaalt 1,2 procent over z'n vermogen. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de vordering die de kinderen op de langstlevende ouder verkrijgen meetelt voor hun vermogensrendementsheffing. Deze maakt immers deel uit van hun vermogen. Dat zou echter hoogst onpraktisch zijn, omdat de kinderen geen rente ontvangen. Een dergelijke vordering blijft buiten beschouwing voor de vermogensrendementsheffing. Hetzelfde geldt overigens voor de daarmee corresponderende schuld van de langstlevende ouder. Dit heet "defiscalisering". Defiscalisering treedt echter alleen op als inderdaad alles naar de langstlevende gaat. Dus niet als bijvoorbeeld de onderneming naar de oudste zoon gaat. En ook niet als het vruchtgebruik naar de langstlevende gaat en het bloot eigendom naar de kinderen.

Ook in bovenstaand voorbeeld van de ondernemer kan het zo zijn dat sommige erfgenamen alleen of deels een vordering erven. Ook daar kan bepaald zijn dat de vordering samen met de rente slechts opeisbaar is bij het overlijden van de langstlevende ouder. Zoals gezegd, geldt hiervoor de defiscalisering niet. Dit kan een praktisch probleem opleveren. Stel dat iemand op papier ¤ 100.000 erft. Dan moet hij of zij in principe ¤ 1.200 vermogensrendementsheffing betalen. Dit moet dan uit het inkomen of uit het overige vermogen gefinancierd worden. Onder omstandigheden kan dit problematisch zijn.

Dergelijke problemen voorkomt men door in het testament een speciale clausule op te nemen, waarin wordt bepaald dat degene die het feitelijke vermogen onder zich heeft -veelal zal dat de langstlevende ouder zijn- de vermogensrendementsheffing van het kind moet voorschieten. Een dergelijke clausule is van belang als er sprake is van een testament waarbij niet alles naar de langstlevende gaat en een of meer erfgenamen alleen op papier erven.

Peer van Bakel

Hoewel bij de totstandkoming van informatie de grootste zorgvuldigheid wordt betracht, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden.