FISCALE
COLUMN

2 juli 2003

 

De fiscale positie van de grootaandeelhouder

Voor de fiscale behandeling maakt het een groot verschil of u grootaandeelhouder bent of gewoon belegger. Spaargelden en beleggingen vallen in box 3. Over het gemiddelde vermogen in box 3 per 1 januari en 31 december van het belastingjaar wordt 4% inkomen verondersteld. Hierover betaalt u 30% belasting. Het maakt niet uit of u op uw aandelen in het belastingjaar winst heeft gemaakt of verlies heeft geleden. Belasting betalen zult u! Wat dat betreft heeft Vermeend, de uitvinder van de forfaitaire rendementsheffing, een meesterzet gedaan voor de schatkist.

Stel u drijft uw onderneming in de vorm van een BV. Ten aanzien van uw aandelenbezit in deze BV beschouwt de fiscus u niet als gewone belegger. De BV is in zekere zin een verlengstuk van u. Hierop is box 2 van de Wet inkomstenbelasting van toepassing. Dit heet "aanmerkelijk belang". Over dividend ontvangen uit dergelijke aandelen betaalt u 25% inkomstenbelasting. Ook als u de aandelen met winst verkoopt, bent u daarover 25% inkomstenbelasting verschuldigd. Anders dan bij box 3 is het werkelijke rendement van belang. Als u geen dividend ontvangt en geen vermogenswinst realiseert op aanmerkelijk-belangaandelen betaalt u hierover ook geen inkomstenbelasting.

Deze behandeling geldt dus voor de grootaandeelhouder. Maar waar ligt de grens om fiscaal als grootaandeelhouder te worden aangemerkt? Reeds als u 5% van de aandelen in een BV of NV houdt, heeft u een aanmerkelijk belang. De aandelen van de partner worden meegeteld. Dus als u en uw partner elk 3% hebben, is dat al voldoende. In sommige gevallen wordt het aandelenbezit van familieleden ook meegeteld. Deze familieleden zijn grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen. Stel u heeft slechts 1% van de aandelen, maar uw vader heeft 5%, dan vallen uw aandelen onder het aanmerkelijk belang.

Er is nog een valkuil! Van een aanmerkelijk belang is ook sprake als men weliswaar niet de aandelen heeft, maar wel opties met betrekking tot aandelen van 5% of meer. Te denken valt aan managers aan wie in het kader van het arbeidsvoorwaardenpakket deze rechten zijn toegekend. Dit betekent dat de winst die zij met deze opties behalen belast is.

De meeste aandeelhouders zitten liever in box 3 dan in box 2. Als de aandelen echter verlies opleveren, kan men beter in box 2 zitten. Verliezen op aanmerkelijk-belangaandelen zijn namelijk fiscaal aftrekbaar. In het huidige economische klimaat is box 2 zo slecht nog niet. Een verlies uit aanmerkelijk belang kan echter niet zonder meer worden verrekend met andere inkomsten, bijvoorbeeld uit arbeid. Dit kan alleen als de belastingbetaler geen aanmerkelijk-belangaandelen meer bezit.

Peer van Bakel

Hoewel bij de totstandkoming van informatie de grootste zorgvuldigheid wordt betracht, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden.