De fiscale positie van
de grootaandeelhouder
Voor de fiscale behandeling maakt
het een groot verschil of u grootaandeelhouder bent of gewoon
belegger. Spaargelden en beleggingen vallen in box 3. Over het
gemiddelde vermogen in box 3 per 1 januari en 31 december van
het belastingjaar wordt 4% inkomen verondersteld. Hierover betaalt
u 30% belasting. Het maakt niet uit of u op uw aandelen in het
belastingjaar winst heeft gemaakt of verlies heeft geleden. Belasting
betalen zult u! Wat dat betreft heeft Vermeend, de uitvinder
van de forfaitaire rendementsheffing, een meesterzet gedaan voor
de schatkist.

Stel u drijft uw onderneming in de vorm van een
BV. Ten aanzien van uw aandelenbezit in deze BV beschouwt de
fiscus u niet als gewone belegger. De BV is in zekere zin een
verlengstuk van u. Hierop is box 2 van de Wet inkomstenbelasting
van toepassing. Dit heet "aanmerkelijk belang". Over
dividend ontvangen uit dergelijke aandelen betaalt u 25% inkomstenbelasting.
Ook als u de aandelen met winst verkoopt, bent u daarover 25%
inkomstenbelasting verschuldigd. Anders dan bij box 3 is het
werkelijke rendement van belang. Als u geen dividend ontvangt
en geen vermogenswinst realiseert op aanmerkelijk-belangaandelen
betaalt u hierover ook geen inkomstenbelasting.
Deze behandeling geldt dus voor de grootaandeelhouder.
Maar waar ligt de grens om fiscaal als grootaandeelhouder te
worden aangemerkt? Reeds als u 5% van de aandelen in een BV of
NV houdt, heeft u een aanmerkelijk belang. De aandelen van de
partner worden meegeteld. Dus als u en uw partner elk 3% hebben,
is dat al voldoende. In sommige gevallen wordt het aandelenbezit
van familieleden ook meegeteld. Deze familieleden zijn grootouders,
ouders, kinderen en kleinkinderen. Stel u heeft slechts 1% van
de aandelen, maar uw vader heeft 5%, dan vallen uw aandelen onder
het aanmerkelijk belang.
Er is nog een valkuil! Van een aanmerkelijk belang
is ook sprake als men weliswaar niet de aandelen heeft, maar
wel opties met betrekking tot aandelen van 5% of meer. Te denken
valt aan managers aan wie in het kader van het arbeidsvoorwaardenpakket
deze rechten zijn toegekend. Dit betekent dat de winst die zij
met deze opties behalen belast is.
De meeste aandeelhouders zitten liever
in box 3 dan in box 2. Als de aandelen echter verlies opleveren,
kan men beter in box 2 zitten. Verliezen op aanmerkelijk-belangaandelen
zijn namelijk fiscaal aftrekbaar. In het huidige economische
klimaat is box 2 zo slecht nog niet. Een verlies uit aanmerkelijk
belang kan echter niet zonder meer worden verrekend met andere
inkomsten, bijvoorbeeld uit arbeid. Dit kan alleen als de belastingbetaler
geen aanmerkelijk-belangaandelen meer bezit.
Peer van
Bakel