Discussie over de vermogensrendementsheffing
Tot 2001 moest iedereen belasting
betalen over rente, dividend, huur en andere vermogensinkomsten.
Koerswinsten en dergelijke vielen buiten de belastingheffing.
Dat was niet evenwichtig. Op de belastingheffing van vermogensinkomsten
was daarom veel kritiek. Als antwoord hierop kwam de toenmalige
staatssecretaris Willem Vermeend met de vermogensrendementsheffing.
Een heffing van 30 procent over een forfaitair rendement van
4 procent. Een snelle rekensom leert dat dit neerkomt op een
heffing van 1,2 procent over het vermogen.
Toen Vermeend in 1998 met deze vondst naar buiten
kwam, was de reactie dat deze heffing voor rentegenieters aan
de pittige kant was. Zeker omdat geen sprake was van inflatiecorrectie.
Beleggers ervoeren de heffing van 1,2 procent echter als een
bijzonder milde heffing. Sommige beleggers bestempelden haar
zelfs als een "lachertje". Het lachen zal deze beleggers
inmiddels zijn vergaan. Want 1,2 procent betalen bij koersverliezen
van 20 procent of meer is niet bepaald iets dat de feestvreugde
vergroot.
Over de hele linie is de vermogensrendementsheffing
bij de invoering tamelijk positief ontvangen. Ofschoon veel fiscale
wetenschapper liever een vermogenswinstbelasting hadden gezien,
was er in die kringen toch wel waardering voor de vondst van
Vermeend. Ik kan mij echter niet aan de indruk onttrekken dat
de maatschappelijke acceptatie van de vermogensrendementsheffing
snel aan het afbrokkelen is. Staatssecretaris van Eijck speculeerde
in de zomer zelfs openlijk over afschaffing. Ik denk dat velen
de nieuwe heffing het liefst op de fiscale schroothoop zouden
deponeren. Maar iedereen voelt wel aan dat een dergelijke snelle
afschaffing tot maatschappelijke onrust zou leiden. Het wijzigen
van fiscale wetten is geen spelletje. Daarom zitten we er vermoedelijk
nog wel een tijdje mee opgezadeld.

Je zou de vermogensrendementsheffing ook kunnen
beschouwen als een strategische meesterzet van Vermeend. Hij
kwam ermee op de proppen op een moment waarop op de beurs de
bomen tot in de hemel leken te groeien. Iedereen vond het prachtig.
Nu de beurs door het ijs is gezakt en vastgoedprijzen onder druk
staan, krijgt de overheid toch zijn centen binnen. Stel je voor
dat in 2001 een vermogenswinst belasting was ingevoerd. Velen
hadden dan hun beleggingsverliezen op de fiscus kunnen verhalen.
Dan was de budgettaire nood van de overheid nog veel groter geweest
dan nu het geval is.
Peer van
Bakel