Fiscale gevolgen overlijden
ondernemer
Veel ondernemers hebben het gevoel
onmisbaar te zijn. Iedere ondernemer zou er echter naar moeten
streven zichzelf overbodig te maken door taken te delegeren en
werknemers de gelegenheid te geven zich te ontwikkelen. De praktijk
blijkt echter harder te zijn dan de leer. Als een ondernemer
plotseling overlijdt, is dat een menselijk drama. Het is vaak
ook een drama voor de onderneming. Het schip verliest zijn kapitein.
Het is dan alle hens aan dek om te voorkomen dat het schip zinkt.
Het overlijden van een ondernemer heeft
ook allerlei fiscale gevolgen. In beginsel moet er met de fiscus
worden afgerekend over de goodwill, de meerwaarde van het pand
en eventuele andere stille reserves. De afrekening zal waarschijnlijk
tegen het hoogte IB-tarief van 52% plaatsvinden. Dit kan zeer
bezwaarlijk zijn, omdat de benodigde liquiditeiten niet altijd
beschikbaar komen. Het is immers denkbaar dat de onderneming
door een familielid wordt voortgezet of door iemand anders die
niet in staat is de koopsom ineens te betalen.
Daar komt bij
dat over het vererfde vermogen in beginsel ook successiebelasting
verschuldigd is. Als de onderneming door een van de erfgenamen
wordt voortgezet, geldt een vrijstelling van 30%. Over de overige
70% moet de successiebelasting worden betaald.
De combinatie van inkomstenbelasting en
successiebelasting is op z'n zachts gezegd niet bevorderlijk
voor de continuïteit van de onderneming. Gelukkig geldt
er een aantal faciliteiten.
Voor de successiebelasting over het belaste
deel van het ondernemingsvermogen kan men tien jaar rentedragend
uitstel van heffing krijgen. Voor de inkomstenbelasting die naar
aanleiding van het overlijden van de ondernemer verschuldigd
is, komen de erfgenamen in aanmerking voor tien jaar renteloos
uitstel van heffing. Door de renteloosheid is de feitelijke belastingdruk
lager. De erfgenamen hebben tien jaar de tijd om de benodigde
belastingpenningen bij elkaar te krijgen.
Als de onderneming door één
of meer erfgenamen, een medevennoot of een werknemer wordt voortgezet,
kan geopteerd worden voor "geruisloze doorschuiving".
Heffing van inkomstenbelasting blijft dan achterwege. Hierbij
gaat de voortzetter door met de fiscale boekwaarden van de overledene.
Dit betekent dat de voortzetter de fiscale claims meeneemt. Als
de voortzetter na een aantal jaren de onderneming verkoopt, is
hij de belasting over de goodwill etc. verschuldigd. De voortzetter
zal wel een korting op de koopsom bedingen vanwege een belastinglatentie.

Een andere mogelijkheid om aan heffing van inkomstenbelasting
te ontkomen, is gebruik te maken van de stakingslijfrenteaftrek.
Hiervoor geldt een vrijstelling van circa ¤ 400.000. Zolang
de waarde van de goodwill en de stille reserves kleiner is dan
dit bedrag, blijft belastingheffing achterwege. De erfgenamen
(meestal de langstlevende echtgenoot) bedingen dan een lijfrente
bij een verzekeraar of de voortzetter. De lijfrenteuitkeringen
zijn belastbaar. Het belastingtarief hierover, is lager dan het
tarief dat anders van toepassing was geweest.
Het vinden van een passende oplossing kan
een behoorlijke puzzel opleveren. Hierbij spelen niet alleen
fiscale aspecten een rol.
Peer van
Bakel