FISCALE
COLUMN

15 oktober 2003

 

Fiscale gevolgen overlijden ondernemer

Veel ondernemers hebben het gevoel onmisbaar te zijn. Iedere ondernemer zou er echter naar moeten streven zichzelf overbodig te maken door taken te delegeren en werknemers de gelegenheid te geven zich te ontwikkelen. De praktijk blijkt echter harder te zijn dan de leer. Als een ondernemer plotseling overlijdt, is dat een menselijk drama. Het is vaak ook een drama voor de onderneming. Het schip verliest zijn kapitein. Het is dan alle hens aan dek om te voorkomen dat het schip zinkt.

Het overlijden van een ondernemer heeft ook allerlei fiscale gevolgen. In beginsel moet er met de fiscus worden afgerekend over de goodwill, de meerwaarde van het pand en eventuele andere stille reserves. De afrekening zal waarschijnlijk tegen het hoogte IB-tarief van 52% plaatsvinden. Dit kan zeer bezwaarlijk zijn, omdat de benodigde liquiditeiten niet altijd beschikbaar komen. Het is immers denkbaar dat de onderneming door een familielid wordt voortgezet of door iemand anders die niet in staat is de koopsom ineens te betalen.

Daar komt bij dat over het vererfde vermogen in beginsel ook successiebelasting verschuldigd is. Als de onderneming door een van de erfgenamen wordt voortgezet, geldt een vrijstelling van 30%. Over de overige 70% moet de successiebelasting worden betaald.

De combinatie van inkomstenbelasting en successiebelasting is op z'n zachts gezegd niet bevorderlijk voor de continuïteit van de onderneming. Gelukkig geldt er een aantal faciliteiten.

Voor de successiebelasting over het belaste deel van het ondernemingsvermogen kan men tien jaar rentedragend uitstel van heffing krijgen. Voor de inkomstenbelasting die naar aanleiding van het overlijden van de ondernemer verschuldigd is, komen de erfgenamen in aanmerking voor tien jaar renteloos uitstel van heffing. Door de renteloosheid is de feitelijke belastingdruk lager. De erfgenamen hebben tien jaar de tijd om de benodigde belastingpenningen bij elkaar te krijgen.

Als de onderneming door één of meer erfgenamen, een medevennoot of een werknemer wordt voortgezet, kan geopteerd worden voor "geruisloze doorschuiving". Heffing van inkomstenbelasting blijft dan achterwege. Hierbij gaat de voortzetter door met de fiscale boekwaarden van de overledene. Dit betekent dat de voortzetter de fiscale claims meeneemt. Als de voortzetter na een aantal jaren de onderneming verkoopt, is hij de belasting over de goodwill etc. verschuldigd. De voortzetter zal wel een korting op de koopsom bedingen vanwege een belastinglatentie.

Een andere mogelijkheid om aan heffing van inkomstenbelasting te ontkomen, is gebruik te maken van de stakingslijfrenteaftrek. Hiervoor geldt een vrijstelling van circa ¤ 400.000. Zolang de waarde van de goodwill en de stille reserves kleiner is dan dit bedrag, blijft belastingheffing achterwege. De erfgenamen (meestal de langstlevende echtgenoot) bedingen dan een lijfrente bij een verzekeraar of de voortzetter. De lijfrenteuitkeringen zijn belastbaar. Het belastingtarief hierover, is lager dan het tarief dat anders van toepassing was geweest.

Het vinden van een passende oplossing kan een behoorlijke puzzel opleveren. Hierbij spelen niet alleen fiscale aspecten een rol.

Peer van Bakel

Hoewel bij de totstandkoming van informatie de grootste zorgvuldigheid wordt betracht, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden.