Voorfinancieren verbouwingskosten met eigen geld ... een probleem?
De eigen woning is in ons fiscaal stelsel een bron van inkomen. Dit betekent dat de huurwaarde belast is en dat de kosten aftrekbaar zijn. De huurwaarde en de kosten worden volgens een tabel bepaald. Dit heet “eigenwoningforfait”. Dit wordt geacht het saldo van de huurwaarde en de kosten zoals onderhoudskosten te zijn. In de volksmond heeft men het nog vaak over het “huurwaardeforfait”, maar eigenwoningforfait is de term die in de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt gebruikt. Onderdeel van de aftrekbare kosten zijn de financieringskosten. Deze vallen niet onder het genoemde forfait. We hebben het dan over de hypotheekrenteaftrek. Hiervan kan alleen sprake zijn als de lening is aangegaan voor financiering van de verwerving van de woning of verbouwing. Dit is niet altijd op voorhand duidelijk, reden waarom er over deze kwestie regelmatig met de fiscus wordt geprocedeerd.
De fiscus was altijd van mening dat doorslaggevend is de aanwending van de opbrengst van de geldlening. Je leent bijvoorbeeld € 50.000 van de bank en betaalt daarmee de rekening van de aannemer. Maar wat als een hypotheek wordt opgenomen voor een verbouwing en het geld eerst op een depotrekening wordt gestald. De betaling van de aannemer vindt dan normaliter plaats ten laste van deze depotrekening. In zo'n geval is het duidelijk dat de verbouwing met een hypotheek is gefinancieerd. Het depot fungeert slechts als tussenstation. Anders gezegd, men financierde met de hypotheek aanvankelijk de depotrekening. Nu deze rekening is gebruikt om de aannemer te betalen, kan de hypotheek alleen maar op de woning betrekking hebben. Als men zo'n depotrekening heeft, maar toch de aannemer betaalt uit de spaarrekening, doet de fiscus niet moeilijk als het betalen van de aannemer binnen twee jaar na het opnemen van de hypotheek gebeurt. Zo niet, dan heeft men wat uit te leggen.
Interessant was een geval waarin een man een verbouwing in eerste instantie met eigen geld financierde. Hij gebruikte daarvoor een spaarrekening. Toen de verbouwing was afgerond, nam hij een hypotheek op om de spaarrekening weer aan te vullen. De fiscus was van mening dat de verbouwing met eigen geld was gefinancieerd. De hypotheek was immers gebruikt om de spaarrekening weer aan te vullen. Over deze kwestie heeft de belastingrechter een aantal malen ten gunste van de belastingbetaler beslist. Doorslaggevend was dat de hypotheek bedoeld was voor de verbouwing. Dat de concrete geldstromen een andere toerekening suggereren deed volgens de belastingrechter niet ter zake. Dat biedt eigenwoningbezitters flexibiliteit bij de financiering van verbouwingen.
Peer van
Bakel