Fiscale controle door middel van vermogensvergelijking.
Sommige ondernemers bezwijken voor de verleiding om een deel van de inkomsten niet op te geven aan de fiscus. Eén van de technieken die de fiscus hanteert om hier achter te komen, is vermogensvergelijking. Op basis van het aangegeven inkomen en de ontwikkeling van het vermogen kan berekend worden hoeveel beschikbaar is geweest voor consumptie. Als dit bedrag ongeloofwaardig laag is of zelfs negatief, vormt dat een sterke aanwijzing voor niet verantwoorde inkomsten.
Ter illustratie laat ik een eenvoudig voorbeeld volgen. Een ondernemer heeft per 1 januari een vermogen van € 100.000. Door winstinhouding is het ondernemingsvermogen in het onderzochte jaar met € 8.000 gestegen. Verder is het vermogen ongewijzigd gebleven. Hij heeft een winst aangegeven van € 15.000. Dit betekent dat € 7.000 beschikbaar is geweest voor consumptie. Gebleken is dat de belastingbetaler in het onderzochte jaar € 10.000 heeft uitgegeven aan belasting, verzekeringspremies en vakanties. Hier klopt iets niet! Ervan uitgaande dat er bij de berekening geen fout is gemaakt, heeft de fiscus een sterke troef in handen om het inkomen te corrigeren.
De praktijk leert dat belastingbetalers onder zo'n correctie uit trachten te komen door te stellen dat zij bijvoorbeeld schenkingen hebben gekregen of met gokken hebben gewonnen. Schenkingen van enige omvang zijn echter onderworpen aan het schenkingsrecht, althans als de schenker in Nederland woont. Hierdoor is deze stelling niet altijd bruikbaar. Discussie kan ontstaan over het bedrag dat de gecontroleerde nodig heeft voor zijn levensonderhoud. De fiscale rechtspraak kent vermakelijke voorbeelden van agrariërs die erin slagen van een paar honderd euro per maand rond te komen, dankzij het gebruik van een moestuin en melk van eigen koeien. De belastingrechter moet zich er dan over uitlaten. Het blijkt dat de rechter bereid is met een relatief lage privé-gebruik akkoord te gaan. Alleen bij extreem lage of negatieve bedragen krijgt de inspecteur het gelijk aan zijn zijde.
Een vergelijkbare techniek kan worden gebruikt om vast te stellen of iemand over een geheime buitenlandse bankrekening beschikt. Het komt voor dat iemand tijdens zijn vakantie geen opnamen doet van zijn reguliere bankrekening. De fiscus zou daaruit het vermoeden kunnen ontlenen dat de vakantieuitgaven wellicht worden betaald met geld afkomstig van een buitenlandse bankrekening. En het zou best eens kunnen dat de betalingsbetaler op weg naar Spanje even Zwitserland of Luxemburg aandoet, om daar wat geld op te nemen.
De fiscus heeft meer mogelijkheden tot zijn beschikking om de administratie te verwerpen. Zo kan bekeken worden of er negatieve kassen zijn geweest. Op basis van alle wel verantwoorde inkomsten en uitgaven wordt het verloop van het theoretische kassaldo berekend. Als dat op een of meer momenten negatief is geweest, kan dat betekenen dat er uitgaven zijn betaald met zwarte omzet.
Veel ondernemers onderschatten de controlemogelijkheden van de fiscus en overschatten hun eigen capaciteiten met betrekking tot het regisseren van niet verantwoorde inkomsten.
Peer van
Bakel