Wanneer koopsom voor lijfrente betalen?
Niet iedereen bouwt via zijn werkgever pensioen op. Voor deze personen is de lijfrentepremieaftrek bedoeld. Door middel van de aankoop van een lijfrente creëert iemand zijn eigen, privé-pensioenregeling. Aanbieders van lijfrenteproducten zijn de verzekeraars. De aftrek van lijfrentepremies voor de inkomstenbelasting is aan een maximum gebonden. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de mogelijke aftrek. Dat is niet onlogisch, want hoe hoger het inkomen, hoe meer men in de toekomst aan pensioen nodig zal hebben.
Een praktisch probleem is dat het precieze inkomen pas aan het einde van het jaar bekend is. Dat geldt zeker voor ondernemers en zelfstandigen, die geen vast inkomen verdienen. Vandaar dat de mogelijkheid is geopend om na afloop van het belastingjaar nog een lijfrente te verwerven, die recht op aftrek geeft in het voorafgaande jaar.
Tot de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 gold dat zo'n premie of koopsom vóór 1 juli van het volgende jaar betaald moest zijn. Als men dit pas in juni deed, was het nodig om uitstel te vragen voor de indiening van de aangifte inkomstenbelasting. Deze moet immers normaliter vóór 1 april worden ingeleverd.
Vanwege de invoering van de nieuwe wet inkomstenbelasting is belastingbetalers voor de belastingjaren 2001 en 2002 een ruimere periode gegund voor de betaling van lijfrentepremies en –koopsommen, namelijk een vol jaar in plaats van zes maanden. Dit had ook te maken met de nieuwe verplichting van verzekeraars om binnen een zekere termijn hun cliënten te informeren over de pensioenopbouw. Dit gegeven was met ingang van 2001 erg belangrijk geworden voor de hoogte van de lijfrentepremieaftrek. De langere periode was mede bedoeld om pensioenfondsen de tijd te gunnen aan de nieuwe situatie gewend te raken.
Voor het belastingjaar 2003 geldt 30 juni 2004 als uiterste datum. Met ingang van het belastingjaar 2004 is de wet wederom gewijzigd. Weinig is zo veranderlijk als de belastingheffing. Voor de lijfrentepremieaftrek van een jaar is nu beslissend het inkomen en de pensioenaangroei van het voorafgaande jaar. Voor het belastingjaar 2004 zijn dus de gegevens voor het jaar 2003 bepalend. Hierdoor hebben belastingbetalers veel meer tijd om de noodzakelijke gegevens te verzamelen. De wetgever heeft hierin aanleiding gezien de periode voor de betaling van de lijfrentepremie of –koopsom te verkorten tot drie maanden. Dit betekent concreet dat voor het belastingjaar 2004 de betaling vóór 1 april 2005 moet zijn gebeurd. Dit sluit ook mooi aan bij de normale termijn voor het doen van aangifte.
Peer van
Bakel