Afspraken met de fiscus.
Belasting betalen moeten we allemaal. De belastingschuld van een individuele belastingbetaler vloeit voort uit de belastingwet. De belastingdienst stelt deze vast en communiceert deze met de belastingbetaler. Het gebeurt echter regelmatig dat er ruimte is voor interpretatie. De belastingbetaler kan in zo'n geval bij het doen van aangifte een standpunt innemen. Hij loopt dan het risico bij controle met navorderingen te worden geconfronteerd. Als het om grote bedragen gaat, is het verstandig om vooraf afspraken te maken met de belastingdienst.
De belastingwet is ingewikkeld. Het adagium dat iedereen geacht wordt de wet te kennen is een fabeltje. Zelfs van een belastingadviseur kan dat niet verwacht worden. Zo heb je onder de belastingadviseurs specialisten. De steeds toenemende detaillering van de belastingwet heeft tot een opmars van specialisten en superspecialisten geleid. Zo heb je specialisten omzetbelasting. Binnen die categorie heb je weer mensen die alles weten van onroerend goed.
Als een belastingbetaler het even niet weet, kan hij een adviseur raadplegen. Daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan. Dat is de reden waarom de kleine man er voor kiest zijn vragen aan de belastingdienst te stellen. Daarvoor is de belastingtelefoon ingesteld. Van de vakbekwaamheid van de medewerkers van de belastingtelefoon moet men geen overspannen verwachtingen hebben. Maar voor huis, tuin en keukenvragen kan men er heel goed terecht.
Als een belastingbetaler met de inspecteur een afspraak heeft gemaakt, bijvoorbeeld of een lening geacht kan worden te zijn aangegaan voor de woning, mag hij erop vertrouwen dat deze wordt nageleefd. In het belastingrecht heet dat “het vertrouwensbeginsel”. Dit geldt overigens niet als de belastingbetaler de inspecteur door onjuiste of onvolledige informatie op het verkeerde been heeft gezet.
Een afspraak is wat anders dan een inlichting. Stel men belt de belastingtelefoon met een vraag over een tweede hypotheek. Men krijgt te horen dat de rente aftrekbaar is. De aangifte waarin de aftrek wordt geclaimd wordt echter gecorrigeerd. De inlichting blijkt nu onjuist te zijn. De algemene regel is dat een belastingbetaler zich niet kan beroepen op een onjuiste inlichting. Het risico van de mogelijke onjuistheid daarvan ligt bij de belastingbetaler. Dat is ook wel begrijpelijk, omdat de fiscus anders te zeer zou worden belemmerd in zijn voorlichtende taak.
Peer van
Bakel