• Fiscale mogelijkheden ontslaguitkering 

... lees artikel


 

  • De fiscale positie van de grootaandeelhouder 

... lees artikel

 


Fiscale mogelijkheden ontslaguitkering

Het gaat ons economisch niet voor de wind. De winstgevendheid van veel bedrijven is gekelderd. Een aantal bedrijven gaat zelfs failliet. Vele andere die op zichzelf gezond zijn, moeten saneren. Daarbij wordt gesneden in het personeelsbestand. De werknemers die op straat komen te staan, krijgen doorgaans een bepaalde vergoeding. Afhankelijk van de hoogte ervan wordt deze uitkering ook wel "gouden handdruk" genoemd. De hoogte ervan is onder meer afhankelijk van het salaris, de diensttijd en de leeftijd van de werknemer. Een ontslaguitkering wordt nu in principe nog niet gekort op WW-aanspraken, maar dat gaat in de toekomst wellicht veranderen.

Fiscaal gezien is de ontslaguitkering een bijzondere vorm van loon. In het kader van de Wet op de loonbelasting valt al hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten onder de heffing. Gezien de progressie van het belastingtarief betekent dit veelal dat op de ontslaguitkering het hoogste belastingtarief van 52% van toepassing is. Tot 2001 kon men nog in aanmerking komen voor het bijzondere tarief van 45%. Dat kan nu dus niet meer.

Het is mogelijk om met de werkgever overeen te komen dat de ontslaguitkering niet als bedrag ineens wordt uitgekeerd, maar in de vorm van een zogenaamde periodieke uitkering. Bijvoorbeeld een kwartaaluitkering gedurende tien jaar of vanaf de leeftijd van 65 jaar als aanvulling op het pensioen. De belastingheffing wordt dan verschoven naar de periodieke uitkeringen in de toekomst. De meeste werknemers geven er de voorkeur aan dat de werkgever de uitkeringsverplichting overdraagt aan een verzekeraar. Dat is fiscaal geen probleem. Voor verzekeraars is dit een lucratieve markt. Vandaar de vele advertenties en reclamespotjes over gouden handdrukpolissen en dergelijke.

Een andere mogelijkheid is om het kapitaal onder te brengen in een zogenaamde stamrecht-BV. Bij bedragen vanaf ,Ǩ 100.000 zou dat aantrekkelijk kunnen zijn. Hoe gaat zoiets in z'n werk? Men richt een BV op die als verzekeraar de uitkeringsverplichting op zich neemt. Behalve de gouden handdruk zal er aandelenkapitaal van minimaal ,Ǩ 18.000 moeten worden gestort. Het aardige van deze constructie is dat het geld op deze manier kan worden gebruikt voor de financiering van een op te starten onderneming. Mits goed geregeld, is dat fiscaal allemaal toegestaan. Als de werknemer het bedrag eenmaal op zijn priv©-rekening heeft ontvangen, is het te laat. Een goede begeleiding door een deskundige adviseur is daarom noodzakelijk.

... terug naar boven

 


De fiscale positie van de grootaandeelhouder

Voor de fiscale behandeling maakt het een groot verschil of u grootaandeelhouder bent of gewoon belegger. Spaargelden en beleggingen vallen in box 3. Over het gemiddelde vermogen in box 3 per 1 januari en 31 december van het belastingjaar wordt 4% inkomen verondersteld. Hierover betaalt u 30% belasting. Het maakt niet uit of u op uw aandelen in het belastingjaar winst heeft gemaakt of verlies heeft geleden. Belasting betalen zult u! Wat dat betreft heeft Vermeend, de uitvinder van de forfaitaire rendementsheffing, een meesterzet gedaan voor de schatkist.

Stel u drijft uw onderneming in de vorm van een BV. Ten aanzien van uw aandelenbezit in deze BV beschouwt de fiscus u niet als gewone belegger. De BV is in zekere zin een verlengstuk van u. Hierop is box 2 van de Wet inkomstenbelasting van toepassing. Dit heet "aanmerkelijk belang". Over dividend ontvangen uit dergelijke aandelen betaalt u 25% inkomstenbelasting. Ook als u de aandelen met winst verkoopt, bent u daarover 25% inkomstenbelasting verschuldigd. Anders dan bij box 3 is het werkelijke rendement van belang. Als u geen dividend ontvangt en geen vermogenswinst realiseert op aanmerkelijk-belangaandelen betaalt u hierover ook geen inkomstenbelasting.

Deze behandeling geldt dus voor de grootaandeelhouder. Maar waar ligt de grens om fiscaal als grootaandeelhouder te worden aangemerkt? Reeds als u 5% van de aandelen in een BV of NV houdt, heeft u een aanmerkelijk belang. De aandelen van de partner worden meegeteld. Dus als u en uw partner elk 3% hebben, is dat al voldoende. In sommige gevallen wordt het aandelenbezit van familieleden ook meegeteld. Deze familieleden zijn grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen. Stel u heeft slechts 1% van de aandelen, maar uw vader heeft 5%, dan vallen uw aandelen onder het aanmerkelijk belang.

Er is nog een valkuil! Van een aanmerkelijk belang is ook sprake als men weliswaar niet de aandelen heeft, maar wel opties met betrekking tot aandelen van 5% of meer. Te denken valt aan managers aan wie in het kader van het arbeidsvoorwaardenpakket deze rechten zijn toegekend. Dit betekent dat de winst die zij met deze opties behalen belast is.

De meeste aandeelhouders zitten liever in box 3 dan in box 2. Als de aandelen echter verlies opleveren, kan men beter in box 2 zitten. Verliezen op aanmerkelijk-belangaandelen zijn namelijk fiscaal aftrekbaar. In het huidige economische klimaat is box 2 zo slecht nog niet. Een verlies uit aanmerkelijk belang kan echter niet zonder meer worden verrekend met andere inkomsten, bijvoorbeeld uit arbeid. Dit kan alleen als de belastingbetaler geen aanmerkelijk-belangaandelen meer bezit.

... terug naar boven

Beschikbare-premiestaffels; loonbelasting en pensioen

In een besluit van 28 april 2003 worden uniform toepasbare beschikbare-premiestaffels voor verschillende pensioensoorten gepubliceerd. Deze staffels voorzien in de opbouw van een ouderdomspensioen, al of niet in combinatie met een nabestaandenpensioen ter grootte van 70% van dat ouderdomspensioen, een tijdelijk overbruggingspensioen en een prepensioen.

... lees verder op Internet

 


Wijziging uitvoeringsregeling spaarloon

Staatssecretaris Van Eijck van Financi´n de Tweede Kamer geØnformeerd over een wijziging van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen. De wijziging houdt in dat alleen spaarloontegoeden over 1999 en 2000 onbelast kunnen vrijvallen.

... lees verder op Internet

 


Aanpassing netto minimum (jeugd)loon, bijstandsbedragen en AOW-uitkeringen per 1 april 2003

Per 1 april 2003 zijn onder meer het netto minimum(jeugd)loon, de bijstandsuitkeringen en AOW-uitkeringen iets omhoog gegaan. Werknemers die meer verdienen dan het minimumloon, kunnen er enkele euro's op achteruit gaan. De veranderingen zijn een gevolg van een aanpassing in de loonbelastingtabellen. Deze aanpassing is nodig, omdat in de loonbelastingtabellen per 1 januari niet meer alle wijzigingen voor 2003 konden worden verwerkt.

... lees verder op Internet

 


Wetsvoorstel 'BTW op e-commerce' heft concurrentienadeel Europese aanbieders op

Elektronisch geleverde diensten zullen met ingang van 1 juli 2003 worden belast in het land van consumptie en niet ,Äì zoals nu vaak het geval is ,Äì in het land van herkomst. Hiermee verdwijnt het concurrentienadeel dat Europese aanbieders van e-commerce diensten nu ondervinden ten opzichte van aanbieders van buiten de EU. Daar waar aanbieders van buiten de EU hun producten onbelast konden aanbieden, moeten zij nu BTW betalen over hun elektronische diensten die zij in de EU afzetten. De export van elektronische diensten van EU-aanbieders naar afnemers buiten de EU is niet meer belast met Europese BTW. Staatssecretaris Van Eijck heeft op 20 mei 2003 een wetsvoorstel ingediend bij Tweede Kamer waarin deze Europese richtlijn wordt vastgelegd.

Bij elektronische diensten gaat het om diensten die met behulp van elektronische middelen tegen betaling worden aangeboden, zoals de levering van software en databanken. Tegen de achtergrond van de groei van economische activiteiten langs elektronische weg, stelde de Raad van de Europese Unie op 7 mei 2002 de Richtlijn e-commerce vast. Naast een eenduidige wijze van belasten van elektronische diensten beoogt deze richtlijn concurrentieverstoringen tegen te gaan. Bij de ontwikkeling van de richtlijn is het Nederlandse bedrijfsleven betrokken geweest.

... lees verder op Internet

 


Richtlijnen met betrekking tot een factuur waarop ten onrechte omzetbelasting in rekening is gebracht

Bij besluit van 23 april 1986 zijn richtlijnen gegeven met betrekking tot de aftrek van op een factuur ten onrechte in rekening gebrachte omzetbelasting. Deze richtlijnen maken duidelijk welke heffingsmogelijkheden in dit verband bestaan en hoe de inspecteur, met inachtneming van de regels van goed bestuur, daarmee dient om te gaan. Over de hieraan verwante problematiek betreffende de mogelijkheid van herziening van ten onrechte gefactureerde omzetbelasting zijn in de tussentijd in de rechtspraak belangrijke beslissingen genomen. Gelet hierop is het noodzakelijk de richtlijnen van het besluit van 23 april 1986 aan te vullen. De thans bij dit besluit gegeven aanvulling betreft vooral de wijze waarop de herziening van op een factuur ten onrechte c.q. teveel in rekening gebrachte omzetbelasting dient plaats te vinden. Voor het overige is het eerdere besluit waar nodig geactualiseerd.

... lees verder op Internet

 


Kostendekkende tarieven bij aanmaning, dwangbevel en beslaglegging

De tarieven die worden gehanteerd bij het invorderen van belastingschulden worden verhoogd. Het gaat daarbij om invorderingsmaatregelen als aanmaning, dwangbevel en beslag. Personen die een belastingaanslag niet op tijd betalen kunnen met de verhoogde tarieven te maken krijgen. Het voorstel tot aanpassing van de ,ÄòKostenwet invordering rijksbelastingen' waarin de tarieven zijn vastgelegd is op 23 mei 2003 ingediend bij de Tweede Kamer.

De Kostenwet is van toepassing op alle rijksbelastingen, gemeentelijke belastingen, waterschapsbelastingen, provinciale belastingen en andere rijksheffingen. De voorgestelde verhoging van de tarieven bedraagt gemiddeld zo'n 46 procent Het wetsvoorstel voorziet ook in een jaarlijkse indexering van de tarieven.

... lees verder op Internet

Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail nieuwsbrief beschikbaar is.