• Kostenvergoeding woonwerkverkeer

... lees artikel


  • Boete bij te late aangifte

... lees artikel


Kostenvergoeding woonwerkverkeer

Met ingang van 1 januari 2004 is er een wijziging doorgevoerd met betrekking tot kostenvergoedingen aan werknemers voor woonwerkverkeer. Dit was een van de maatregelen ter vermindering van de administratieve lastendruk. Tot die datum moest een werkgever voor werknemers die per eigen auto reisden een onderscheid maken tussen zakelijke kilometers en woonwerkkilometers. Voor zakelijke kilometers mocht 28 cent per kilometer worden vergoed, terwijl voor woonwerkverkeer de fiscaal vrije vergoeding was gebaseerd op het lagere woonwerkforfait. Met ingang van 1 januari 2004 is de fiscale kilometervergoeding verlaagd naar 18 cent. Deze vergoeding mag voortaan zowel voor zakelijke als voor woonwerkkilometers worden gegeven. Tot 2004 kon voor de eerste tien kilometers van het woonwerkverkeer geen vrije vergoeding worden gegeven. Dat geldt nu niet meer. Een vrije vergoeding is nu mogelijk vanaf de woning.

Voor werknemers die per openbaar vervoer reizen mag de werkgever de werkelijke kosten vergoeden. Met het oog op de controleerbaarheid eist de fiscus wel dat de werknemer de plaatsbewijzen inlevert. De werkgever moet deze vervolgens ten minste zeven jaar bewaren bij de loonadministratie. De werkgever mag er ook voor kiezen om in plaats van de werkelijke kosten van openbaar vervoer 18 cent per kilometer te vergoeden. Deze vergoeding kan hoger uitvallen dan de werkelijke kosten van het openbaar vervoer, maar ook lager. Zo’n regeling is voor de salarisadministrateur wel zo eenvoudig.

Uitgaande van een kilometervergoeding moet in principe rekening worden gehouden met afwezigheid als gevolg van bijvoorbeeld cliëntbezoek, cursussen, vrije dagen, vakantie en ziekte. Dat brengt voor de werkgever nogal wat administratief ongemak met zich mee. Om dit te verlichten, biedt de fiscus een praktische regeling aan. Deze houdt in dat de werkgever uit mag gaan van 260 werkbare dagen per jaar en een gemiddeld aantal dagen in verband met kortstondige afwezigheid van 54. De werkgever mag de onbelaste reiskostenvergoeding doorbetalen tijdens kortstondige afwezigheid.Voor reisafstanden van (heen en terug) meer dan 150 kilometer per dag moet een nacalculatie plaatsvinden.

De nieuwe regeling biedt ook de mogelijkheid de vrije vergoeding voor woonwerkverkeer te gebruiken voor (gedeeltelijke) belastingvrije uitbetaling van een tantième of een bonus. Stel een werknemer woont 10 kilometer van zijn werk. De werkgever vergoedde tot 1 januari geen reiskosten. Op basis van bovenstaande regeling kan de werkgever € 742 belastingvrij uitbetalen. Dat biedt perspectieven. Gezegd moet worden dat de nieuwe regeling het leven van de salarisadministrateur inderdaad eenvoudiger heeft gemaakt.

... terug naar boven


Boete bij te late aangifte

Behalve de verplichting tot het betalen van belasting, heeft de belastingbetaler de verplichting tot het doen van aangifte. De aangifte dient om de hoogte van de betalingsverplichting te kunnen vaststellen. Het overschrijden van de termijn voor het doen van aangifte kan een boete tot gevolg hebben. De hoogte van de boete is afhankelijk van het aantal malen dat u al eerder de fout bent ingegaan. Fiscalisten noemen dat de "verzuimenreeks". Als u de termijn heeft laten verstrijken, stuurt de Belastingdienst u eerst een aanmaning. Als u binnen de daarbij opgelegde termijn aan de aanmaning gevolg geeft, ontloopt u de boete.

Het eerste verzuim leidt tot een boete van € 113. Als de aanslag niet tot een betaling leidt, maar bijvoorbeeld tot een teruggaaf, is de boete € 23. Het tweede verzuim kost in geval van een positieve belastingaanslag € 340. Dit loopt op tot € 1.134 bij het vijfde verzuim. De verzuimenreeks wordt beoordeeld op basis van een aaneengesloten periode van vijf belastingjaren. Dit betekent dat als men een nieuw verzuim pleegt nadat na een verzuimjaar vier jaren zijn verstreken, dit als eerste verzuim wordt aangemerkt.

Stel dat u twee jaar geleden te laat bent geweest met de aangifte, maar dat dit op de een of andere manier niet heeft geleid tot een boete. Als u nu weer te laat bent, wordt dit toch slechts als eerste verzuim geteld. De verzuimen tellen namelijk pas mee als deze met een boete gepaard zijn gegaan. De belastingrechter moest eraan te pas komen om hierover duidelijkheid te verkrijgen.

Voor ondernemers is de aangifte IB tevens de aangifte Waz. Dat gold althans tot 1 januari 2004 toen de Waz-premie feitelijk is afgeschaft. Bij een verzuim legde de fiscus twee boetes op. De meeste belastingplichtigen ervoeren dat als onrechtvaardig, omdat het slechts één aangifte betrof. Verschillende belastingrechters hebben hierover verschillende uitspraken gedaan. Vond Hof Den Haag dat de fiscus met één boete moest volstaan, Hof Amsterdam vond een dubbele boete terecht. Wel vond Hof Amsterdam dat de fiscus de boete moest matigen. Dit leidde overigens tot hetzelfde resultaat als beperking tot één boete.

De meeste ondernemers moeten vier of twaalf keer per jaar aangifte BTW en loonbelasting doen. Gezien deze frequentie kan slordig aangiftegedrag al snel tot hoge boetes leiden. Is een boete voor te late aangifte nog te overzien, een boete wegens te late betaling kan in de papieren lopen. Zo is de boete wegens te late betaling bij het eerste verzuim 5%, tweede verzuim 10% en derde en verdere verzuim 15%. Hier geldt als maximum € 4.538.

Het kan de moeite lonen om aangifte- en betalingstermijnen streng te bewaken, zeker als men al eens de fout is ingegaan. Het is goed om te weten dat bij verzachtende omstandigheden of een onredelijk hoge = boete de fiscus de boete kan (moet) beperken. Dit kunt u zonodig bij de belastingrechter afdwingen.

... terug naar boven

Versoepeling fiscale regels bedrijfsoverdracht

Naar verwachting zal er in de komende jaren een toename van het aantal bedrijfsoverdrachten plaatsvinden, met name als gevolg van de vergrijzing. Staatssecretaris Wijn van Financiën wil deze bedrijfsopvolging minder zwaar gaan belasten. Op 9 juli jl. heeft de ministerraad hiertoe twee voorstellen aangenomen, die betrekking hebben op de ´ondernemingsvrijstelling´ en de ´geruisloze doorschuiving´. Ten eerste zal de fiscale vrijstelling bij schenkingen en erfenissen van ondernemingsvermogen worden verhoogd van 30 procent naar 50 procent. Ten tweede zullen de regels voor het belastingvrij voortzetten van een eenmanszaak worden verruimd. In de huidige wetgeving moeten de koper en verkoper de onderneming gedurende een overgangsperiode van drie jaar met elkaar leiden. Wanneer dit niet het geval is, dan moet de verkoper belasting betalen over stille reserves en goodwill, zoals boekwinsten op bedrijfspanden. Deze overgangsperiode zal worden teruggebracht tot twee jaar.

… lees verder op Internet


Alles over de Waz die per 1 augustus 2004 is afgeschaft

De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz) is per 1 augustus 2004 afgeschaft. Wie valt onder de Waz, waarom is de Waz afgeschaft en wat zijn de gevolgen van afschaffing?

… lees verder op Internet


Vangnetverzekering als opvolger van de Waz moet voor 1 november worden afgesloten

Particuliere verzekeraars bieden op verzoek van het kabinet een arbeidsongeschiktheidsverzekering aan ondernemers die niet, of moeilijk verzekerbaar zijn. Doordat de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz) per 1 augustus 2004 is komen te vervallen, zijn sommige zelfstandigen nu moeilijk te verzekeren. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer verzekeraars het risico op arbeidsongeschiktheid te groot vinden. Voor deze ondernemers is er een alternatieve verzekering in het leven geroepen. Deze "vangnetverzekering arbeidsongeschiktheid voor moeilijk verzekerbaren", is per 1 augustus 2004 op de markt gekomen. De voorwaarde om deze verzekering te mogen afsluiten, is dat deze binnen drie maanden na afschaffing van de Waz wordt aangevraagd. Voor startende ondernemers geldt een uiterste termijn van drie maanden na de start van de onderneming. De uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid bedraagt maximaal
€ 11.500 per jaar.

… lees verder op Internet


Loonaanvulling in tweede ziektejaar wordt ontmoedigd

Het kabinet heeft maatregelen genomen om bovenwettelijke loonaanvulling in het tweede ziektejaar te voorkomen. Sinds de invoering op 1 januari 2004 van de loondoorbetalingsverplichting in het tweede ziektejaar worden werkgevers verplicht bij ziekte van hun werknemers ook in het tweede jaar loon door te betalen. Het kabinet vindt het van belang dat het uitbetaalde loon niet hoger wordt dan de wettelijk verplichte 70 procent van het loon en dat dus geen aanvullingen op dat loon gegeven mogen worden. Als werknemers geen aanvulling ontvangen, betekent dit voor hen een extra financiële prikkel om weer aan het werk te gaan. Deze prikkel voor werknemers in een vroegtijdige fase is een essentieel onderdeel van het nieuwe WAO-stelsel.

… lees verder op Internet


Afronding BTW-bedragen op hele centen

Vanaf 1 juli 2004 moeten BTW-bedragen volgens de rekenkundige methode op de eurocent afgerond worden. Als het BTW-bedrag meer dan 2 cijfers achter de komma heeft, worden bedragen kleiner dan € 0,005 naar beneden afgerond. Bedragen groter dan of gelijk aan € 0,005 worden naar boven afgerond.

Voorbeelden

  • € 432,63499 wordt afgerond op € 432,63;
  • € 12,135 wordt afgerond op € 12,14.

U kunt zelf bepalen op welk moment u wilt afronden. U kunt dus kiezen om af te ronden per levering. Ook kunt u ervoor kiezen om af te ronden op een aantal leveringen samen, bijvoorbeeld op het eindbedrag van een factuur.

… lees verder op Internet


Fiscale faciliteiten bij het gebruik van een fiets voor het woon-werkverkeer

Om het gebruik van de fiets voor het woon-werkverkeer te stimuleren gelden bepaalde fiscale faciliteiten. Hieronder worden de faciliteiten eerst in algemene zin beschreven. Vervolgens wordt antwoord gegeven op vragen die vanuit de praktijk zijn gesteld. Onder andere de volgende vragen komen aan bod:

  • Aan welke voorwaarden moet een werkgever voldoen als hij met toepassing van de fietsregeling een fiets (gedeeltelijk) belastingvrij wil vergoeden, verstrekken of ter beschikking wil stellen
  • Geldt de fietsregeling uitsluitend voor werknemers?
  • Geldt de fietsregeling ook voor gebruikte fietsen?
  • Kan een werknemer de aanschafkosten van een fiets voor de inkomstenbelasting in aftrek brengen?
  • Wat zijn de fiscale consequenties als de fiets duurder is dan € 749; bijvoorbeeld als een fiets € 1.000 kost?
  • Wat zijn de consequenties van de toepassing van de fietsregeling voor de toegestane belastingvrije reiskostenvergoeding van € 0,18 per kilometer?

… lees verder op Internet

Disclaimer
Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail nieuwsbrief beschikbaar is.