• Het nut van een aandeelhoudersovereenkomst

... lees artikel


  • Lijfrente bij beëindiging onderneming

... lees artikel


Het nut van een aandeelhoudersovereenkomst

 

Stel u bent samen met een partner aandeelhouder van een BV. Vroeger was het een vennootschap onder firma, maar op advies van uw accountant is een aantal jaren geleden de zaak omgezet in een BV. Wat gebeurt er als u of uw maat eruit wil stappen? De statuten van de BV bevat een blokkeringsregeling, wat betekent dat de aandelen aan de andere aandeelhouder moeten worden aangeboden. Dat is de kern van de “besloten vennootschap”. Het besloten karakter heeft ermee te maken dat de aandelen niet zonder meer buiten de kring van bestaande aandeelhouders mogen worden verkocht. Dat is een hele geruststelling, want u wilt natuurlijk niet opeens met een wildvreemde zakenpartner geconfronteerd worden.

 

Als u de aandelen aangeboden krijgt, is het echter maar de vraag of u ook in staat bent ze af te nemen. U zou in dat geval de helft van de waarde van de onderneming op tafel moeten leggen. De benodigde pecunia heeft u waarschijnlijk niet op de plank liggen. Met andere woorden, er is een financieringsprobleem. Als u de financiering niet rond krijgt, kunnen de aandelen toch nog aan een derde worden aangeboden.

 

Dit is een van de onderwerpen die geregeld kunnen worden in een aandeelhoudersovereenkomst. Zo zou men kunnen afspreken dat bij aanbieding de andere partner de koopsom in termijnen mag betalen. Verder is het handig om een afspraak te maken over de manier waarop de waarde van het pakket wordt bepaald. Het moge duidelijk zijn dat de verkoper belang heeft bij een zo hoog mogelijke waarde en de koper zo weinig mogelijk wil betalen. Bedacht moet worden dat het uittreden van een van de aandeelhouders juist zou kunnen plaatsvinden als er ruzie in de tent is.

 

Een aandeelhoudersovereenkomst kan ook zinvol zijn als de aandeelhouders gebruik maken van een persoonlijke holding. De blokkeringsregeling ten aanzien van de werkmaatschappij werkt niet op het niveau van de holdings. Uw partner zou zijn aandelen in de holding aan een derde kunnen verkopen, waardoor u indirect met die derde worden geconfronteerd. Dit kan worden uitgesloten in de aandeelhoudersovereenkomst.

 

Andere zaken die in aandeelhoudersovereenkomst worden geregeld zijn de gevolgen van arbeidsongeschiktheid, overlijden, een concurrentiebeding en een arbitrageprocedure bij onderlinge conflicten.

 

... terug naar boven


Lijfrente bij beëindiging onderneming

 

Een ondernemer moet bij de beëindiging van zijn onderneming belasting betalen over de opgebouwde oudedagsreserve en gerealiseerde stille reserves en goodwill. Deze belaste bestanddelen vallen onder het gewone belastingtarief. Omdat zij bij het gewone inkomen worden opgeteld, zal vaak het toptarief van 52% verschuldigd zijn. Deze belastingheffing kan worden voorkomen of beperkt door een lijfrente aan te kopen. Dit kunt u vergelijken met een pensioen. Voor het omzetten van stille reserves en goodwill in een lijfrente gelden de volgende maxima.

 

Het maximum is € 396.054 als de ondernemer ten tijde van het staken 60 jaar of ouder is of voor 45% of meer arbeidsongeschikt is. Het maximum bedraagt € 198.031 als de ondernemer 50 jaar of ouder is of de lijfrenteuitkeringen onmiddellijk ingaan. In de overige gevallen is het maximum
€ 99.020. Bedacht moet worden dat op deze bedragen verminderingen kunnen worden toegepast. Eén daarvan is het bedrag van de oudedagsreserve.

 

We hebben het hier feitelijk niet over een vrijstelling van belasting, maar slechts over uitstel van belasting. De lijfrenteuitkeringen zijn namelijk belast. Doordat op de uitkeringen in de meeste gevallen een lager tarief van toepassing is, kan behalve uitstel ook besparing worden gerealiseerd.

 

De ondernemer doet er verstandig aan de lijfrente niet bij de eerste de beste verzekeraar aan te schaffen. Het kan de moeite lonen een vergelijking te maken. Tegenwoordig kan men daarvoor ook op het internet terecht, bijvoorbeeld via independer.nl.

 

Veel ondernemers hebben een zekere weerzin tegen het afstorten van een groot bedrag bij een verzekeraar. Het idee is dat bij vroeg overlijden het kapitaal vervalt aan de verzekeraar. Bedacht moet worden dat de uitkering meestal op twee levens is, te weten op die van de ondernemer zelf en die van zijn partner.
De kans dat beiden vroeg overlijden is klein. Het is overigens mogelijk om in combinatie met de lijfrente een levensverzekering af te sluiten die het bedrag van het kapitaalverlies bij vroeg overlijden aan de erfgenamen uitkeert.

 

Tegenover de kans op vroeg overlijden staat de kans dat men erg oud wordt. Dan is het plezierig te weten dat de verzekeraar blijft uitkeren. Als men de oudedag financiert met spaargeld, bestaat de kans dat het kapitaal op een gegeven moment uitgeput is. Bij een verzekeraar is dit “lang-levenrisico” gedekt. Een ander voordeel van een verzekeraar is dat men niet in de verleiding kan komen het kapitaal te snel op te souperen.

 

... terug naar boven

 

Oplossing voor onverzekerbare risico`s bij afschaffing Waz

 

De particuliere verzekeraars hebben na overleg met het kabinet een oplossing aangereikt voor mogelijke onverzekerbaarheid bij de voorgenomen afschaffing van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz) per 1 juli 2004. Particuliere verzekeraars zullen zelfstandigen met een verhoogd gezondheidsrisico de mogelijkheid bieden een alternatieve verzekering tegen arbeidsongeschiktheid af te sluiten.

De verzekeraars zullen zelfstandigen die zich binnen drie maanden na afschaffing van de wet melden, maar worden geweigerd voor een gewone particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering in aanmerking laten komen voor een alternatieve verzekering. Degenen die alleen met uitsluitingen en/of premieopslagen zouden worden geaccepteerd, komen eveneens in aanmerking voor die verzekering, maar ze kunnen ook kiezen voor de gewone verzekering met uitsluitingen en/of opslagen. Ook toekomstige zelfstandigen die zich binnen drie maanden na de start van hun bedrijf aanmelden en vervolgens moeilijk verzekerbaar blijken, komen in aanmerking voor de alternatieve verzekering.

 

 … lees verder op Internet


Minimum(jeugd)loon per 1 juli 2004

 

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon blijven per 1 juli 2004 ongewijzigd in vergelijking met 1 januari 2004. Het bruto wettelijk minimumloon blijft op het niveau van april 2004 vanwege de bij het najaarsoverleg met de sociale partners overeengekomen bevriezing van de lonen. Anders dan gebruikelijk is er geen sprake van een halfjaarlijkse aanpassing per 1 juli 2004. De netto-bedragen gaan wel iets omlaag als gevolg van de verhoging van de AWBZ-premie met 0,3 procent.

… lees verder op Internet



Nieuwe tabellen loonbelasting

 

Voor de inhouding van loonbelasting/premie volksverzekeringen gelden vanaf 1 juli 2004 nieuwe tabellen. Op 1 juli 2004 wordt namelijk de premie AWBZ met 0,3% verhoogd tot 13,55%.
U vindt de nieuwe tabellen via de onderstaande verwijzing. 

  

… lees verder op Internet


Dividendbelasting bij opbrengsten binnen fiscale eenheid 

In een besluit uit 2000 is goedgekeurd dat inhouding van dividendbelasting achterwege blijft op uitdelingen van winst die een vennootschap doet aan een andere vennootschap waarin zij voor de heffing van vennootschapsbelasting wordt geacht te zijn opgegaan.
 
De wettelijke regeling van de fiscale eenheid is met ingang van
1 januari 2003 herzien. Ook onder de nieuwe regeling van de fiscale eenheid is een inhoudingvrijstelling voor uitdelingen binnen de fiscale eenheid wenselijk. Daarmee worden de inhouding en afdracht van de dividendbelasting enerzijds en de verrekening daarvan in het kader van de heffing van vennootschapsbelasting anderzijds kort gesloten. Binnen deelnemingsverhoudingen, maar ook binnen de fiscale eenheid, bestaat daartegen geen bezwaar.
 
Daarom wordt goedgekeurd dat ook onder de nieuwe regeling van de fiscale eenheid inhouding van dividendbelasting achterwege blijft op de opbrengsten van aandelen, winstbewijzen en geldleningen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet (hybride leningen) die een vennootschap geniet van een andere vennootschap waarmee zij voor de heffing van vennootschapsbelasting een fiscale eenheid vormt. Aan deze goedkeuring is wel de voorwaarde verbonden dat de aandelen, winstbewijzen en geldleningen waarop de opbrengsten worden uitgekeerd bij de ontvanger ervan behoren tot het vermogen van zijn in Nederland gedreven onderneming.

 

... lees verder op Internet


Afrondingsprobleem BTW aangepakt

 

Enkele ondernemingen in de grootwinkelsector en de telecom zijn bij het bepalen van de door hen verschuldigde BTW sinds eind 2003 een afrondingssysteem gaan gebruiken dat afwijkt van de algemeen aanvaarde en toegepaste rekenkundige afrondingsmethode. Zij berekenen per geleverd artikel de BTW en ronden daarbij consequent naar beneden (dus in hun voordeel) af. De Belastingdienst gaat met deze afwijkende afrondingssystematiek niet akkoord. Inmiddels lopen er juridische procedures.
 
In verband met het verwachte uitstralingseffect wordt de uitkomst van deze procedures niet afgewacht. De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Wijn van Financiën ingestemd met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die regelt dat voor de bepaling van de verschuldigde BTW de rekenkundige methode moet worden toegepast. De AMvB gaat op 1 juli 2004 in. De rekenkundige methode houdt in dat bedragen op twee decimalen naar beneden of naar boven worden afgerond op de dichtstbijzijnde cent. Bedragen kleiner dan € 0,005 worden naar beneden afgerond en bedragen van
€ 0,005 of hoger naar boven.

 

... lees verder op Internet

 

Disclaimer
Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail nieuwsbrief beschikbaar is.