- Nieuwe mogelijkheden tot vrijblijvend
schenken
... lees
artikel
... lees
artikel
Nieuwe mogelijkheden tot vrijblijvend
schenken
Een populaire manier om iets te doen aan het successierecht – de
belasting over de erfenis – is de zogenaamde papieren schenking. Men laat
dan bij de notaris een akte opmaken waarin de schenker zich aan de
kinderen voor een bepaald schuldig verklaart. De kinderen krijgen een
vordering die pas opeisbaar is bij het overlijden van de ouders. Met
andere woorden, de kinderen krijgen alleen iets op papier. Langs deze weg
kan gebruik worden gemaakt van de vrijstelling en/of de lage
tariefschijven van het schenkingsrecht. Dit werkt echter alleen maar als
de schenker jaarlijks een zakelijke rente betaalt over de schuld. De
kinderen moeten die rente echt ontvangen.
Op 1 januari 2003 is het nieuwe schenkingsrecht in werking getreden.
Dit biedt een interessant alternatief voor de papieren schenking. Hierbij
kunt u denken aan een combinatie van twee bijzondere
schenkingsvormen: de schenking onder bewind en de herroepelijke schenking.
Bij een schenking onder bewind wijst de schenker iemand aan die het
geschonken vermogen gaat beheren. Dat kan hij ook zelf zijn. Zo zou vader
aan zijn zoon een effectenportefeuille kunnen schenken met de clausule dat
vader het beheer daarover blijft voeren. Zoonlief kan dan nog niet over
het vermogen beschikken.
Dit kan worden gecombineerd met herroepelijk schenken. Daarbij behoudt
de schenker zich het recht voor het geschonkene altijd terug te mogen
vragen. Dit werkt natuurlijk alleen maar voorzover de begiftigde het
geschonkene nog niet heeft opgemaakt. Door het beheer over het vermogen te
voeren, kan vader voorkomen dat het vermogen wordt opgemaakt. Zo houdt
vader volledige controle en beschikkingsmacht over het vermogen en wordt
toch belastingbesparing over de erfenis bereikt. Dit kan het beste via de
notaris worden geregeld.
Na vijf jaar kan het kind zich tot de rechtbank wenden met het verzoek
het bewind te beëindigen. Dat zal waarschijnlijk niet de bedoeling van
vader zijn. Als dit toch gebeurt, kan vader de schenking herroepen en het
vermogen terughalen. Zo kan hij een "stout" kind de wind uit de zeilen
nemen. Een andere reden om tot herroeping van een schenking over te gaan,
kan zijn dat het kind in het huwelijk treedt in gemeenschap van goederen.
Het is denkbaar dat de ouders niet willen dat de schenking voor de helft
ten goede komt aan de partner. Tot slot kan genoemd worden de
omstandigheid dat de ouders het geschonken vermogen zelf weer nodig hebben
voor het levensonderhoud.
Het schenkingsrecht dat bij de schenking aan de fiscus is afgedragen,
kan worden teruggevraagd als de schenking wordt herroepen.
Kortom, het nieuwe schenkingsrecht biedt nieuwe mogelijkheden tot
vrijblijvend schenken. Veel vermogenden vinden dit een aansprekende
besparingsmogelijkheid.
... terug naar
boven
Afschrijven op
vastgoed
Tot ongeveer tien jaar geleden had de
fiscus weinig belangstelling voor afschrijvingen op bedrijfspanden. De
eigenaar bepaalde welk deel van de kostprijs betrekking had op de
ondergrond (niet afschrijfbaar) en welk deel op de opstal. Op de opstal
werd 2 tot 5% per jaar afgeschreven, afhankelijk van het soort
vastgoed. De laatste jaren komt het steeds vaker voor dat de inspecteur de
in de aangifte geclaimde afschrijving schrapt of beperkt. Dit speelt
vooral bij panden die de ondernemer al lang in zijn bezit heeft. Het
argument van de fiscus is dat de restwaarde van het vastgoed zodanig is
gestegen dat deze hoger is komen te liggen dan de boekwaarde.
Het doel van afschrijven is de
waardevermindering van het pand toe te rekenen aan de jaren waarin het
pand bij de onderneming in gebruik is. Het af te schrijven bedrag is de
kostprijs minus de restwaarde. In de praktijk wordt uitgegaan van de
restwaarde op het moment waarop met afschrijven werd begonnen. De
restwaarde wordt normaliter niet aangepast aan latere prijsstijgingen.
Hierbij moet bedacht worden dat de component die in waarde stijgt de
ondergrond is. En op de ondergrond wordt nou juist niet
afgeschreven.
Dit punt heeft tot verschillende
uitspraken van belastingrechters geleid. In één geval werd de fiscus in
het gelijk gesteld, omdat de ondergrond fors in waarde was gestegen.
Verdere afschrijving was daardoor niet mogelijk. De belastingbetaler had
de ondergrond en de opstal afzonderlijk op de balans opgenomen en had zo
geprobeerd aan deze blokkade van afschrijvingen te ontkomen. Dat lukte dus
niet.
In een ander geval had de fiscus gesteld
dat bij de bepaling van de restwaarde moest worden uitgegaan van de
geïndexeerde waarde. Van een bedrijfspand is bijvoorbeeld de opstal €
200.000 waard, de ondergrond € 250.000 en de boekwaarde € 330.000.
Uitgaande van een vermoedelijke resterende gebruiksduur van 15 jaar en een
inflatie van 2% per jaar kan de geïndexeerde restwaarde (van de
ondergrond) worden gesteld op € 336.467. Dit is hoger dan de huidige
boekwaarde. Volgens de fiscus was verdere afschrijving nu niet mogelijk.
Het gerechtshof te Arnhem was het hier niet mee eens. De restwaarde moet
worden bepaald op basis van het huidige prijspeil.
Het is duidelijk dat de Belastingdienst
fiscale afschrijvingen op bedrijfspanden niet voor zoete koek slikt. Dit
betekent dat de accountant en de belastingadviseur er de nodige aandacht
aan moeten besteden. Het probleem doet zich vooral voor bij panden die
reeds lang in het bezit van de belastingbetaler zijn, waardoor de
ondergrond naar alle waarschijnlijkheid fors in waarde zal zijn
gestegen.
... terug naar
boven |
PC-privéregeling per direct afgeschaft
De ministerraad heeft ingestemd met het afschaffen van de
PC-privéregeling met ingang van 27 augustus 2004 om 17.00 uur. Omdat
signalen uit de samenleving wezen op anticipatiegedrag en daarmee een
budgettaire derving dreigde, heeft het kabinet besloten deze maatregel met
onmiddellijke ingang in te voeren. De budgettaire opbrengst van het
afschaffen van de pc-privéregeling wordt aangewend voor
koopkrachtreparatie bij minima en ouderen. Een werknemer die vóór vrijdag
27 augustus 2004 17.00 uur een pc en/of randapparatuur in gebruik heeft
genomen of waarvoor hij nog vóór dat tijdstip een verplichting tot
aanschaffing van een pc en/of randapparatuur is aangegaan, kan gebruik
blijven maken van de oude regeling.
… lees verder op Internet
Belastingplan 2005
Het Belastingplan 2005 bevat fiscale voorstellen waarbij gerichte
inkomensondersteuning, versterking van het Nederlandse ondernemings- en
vestigingsklimaat en vergroening speerpunten zijn. Zo wordt voorgesteld om
de vennootschapsbelasting te verlagen, bedrijfsoverdrachten te versoepelen
en de inkomensontwikkeling van AOW-ers, sociale minima en gezinnen met
kinderen te verbeteren.
… lees verder op Internet
Belasting op winst omlaag
De vennootschapsbelasting gaat in drie stappen omlaag van 34,5% nu naar
30% in 2007. Op 1 januari 2005 gaat het tarief van de winstbelasting al
met drie procentpunten naar beneden tot 31,5%. Ook de belasting op winsten
tot 22.600 euro gaat in drie stappen naar beneden van 29% nu naar 25% in
2007.
Zelfstandige ondernemers die inkomstenbelasting betalen, krijgen
belastingverlichting in de vorm van een hogere zelfstandigenaftrek. De
zelfstandigenaftrek wordt gefaseerd verhoogd. De maximale
zelfstandigenaftrek (voor winsten tot circa € 13.000) bedraagt daarmee €
6.585 in 2004, € 9.258 in 2005, € 10.193 in 2006 en € 10.738 in
2007.
… lees verder op Internet
Kabinet verscherpt voorwaarden voor
WW-uitkering
Voor mensen die nog maar kort werken of die
afwisselend wel en niet werken wordt de drempel hoger om in aanmerking te
komen voor een werkloosheidsuitkering. Dit is de strekking van een
wetsvoorstel waarmee de ministerraad heeft ingestemd. De maatregelen
gelden voor mensen van wie de eerste werkloosheidsdag ligt op of na 1
januari 2005. Bestaande uitkeringsrechten blijven behouden.
Op dit moment bestaat er recht op een kortdurende WW-uitkering als
iemand minstens 26 van de voorafgaande 39 weken heeft gewerkt. De
uitkering duurt zes maanden en bedraagt maximaal 70 procent van het
minimumloon. Als een werknemer niet alleen voldoet aan deze zogeheten
'wekeneis', maar ook in minstens vier van de vijf voorafgaande vijf
kalenderjaren gedurende minimaal 52 dagen loon heeft ontvangen (de
zogeheten 'jareneis'), dan heeft hij recht op een van het loon afgeleide
WW-uitkering. Deze bedraagt 70 procent van het laatstverdiende
loon,waarbij een maximum geldt. De uitkering duurt zes maanden tot vijf
jaar,afhankelijk van het arbeidsverleden van de werknemer.
In het voorstel van het kabinet vervalt de kortdurende uitkering en
wordt de wekeneis aangescherpt tot 39 gewerkte weken van de 52
voorafgaande weken. De 'jareneis' blijft onveranderd gelden. Voor sommige
sectoren en beroepsgroepen geldt momenteel een lagere wekeneis. Met dit
voorstel trekt het kabinet de wekeneis voor alle sectoren en
beroepsgroepen gelijk.
… lees verder op Internet
Emigrerende ondernemers en staking
onderneming
Ondernemers die de intentie hebben om hun Nederlandse onderneming te
staken en een nieuwe onderneming in het buitenland te starten, willen soms
daaraan voorafgaand hun (huidige) onderneming inbrengen in een BV en in
samenhang daarmee handelingen verrichten die tezamen als doel (lijken te)
hebben om de belastingheffing dan wel invordering in Nederland over de
stakingswinst te ontgaan of deze (voor lange tijd) uit te stellen.
Teneinde belastingheffing over de stakingswinst te ontgaan of uit te
stellen, wordt voorafgaand aan de staking de onderneming ruisend of
geruisloos ingebracht in een BV. Deze BV verkoopt vervolgens de
ingebrachte onderneming (gedeeltelijk) aan een derde. De verkoopopbrengst
wordt aangewend voor de aankoop van een onderneming in het buitenland. De
BV blijft voor de heffing van vennootschapsbelasting aangifte doen alsof
zij nog steeds feitelijk in Nederland is gevestigd, terwijl de voormalige
ondernemer (meestal) emigreert. In het geval van een ruisende inbreng
bedingt hij voor de stakingswinst een lijfrente bij de BV en, als er dan
nog stakingswinst resteert, een winstrecht bij die BV. Ook kan bij de
inbreng een lijfrente zijn bedongen voor de stand van de
oudedagsreserve.
In sommige gevallen zijn de feiten zodanig dat er geen sprake is van
een reële inbreng in de BV (schijnhandeling). De werkelijkheid is dan dat
de ondernemer zijn onderneming rechtstreeks aan een derde heeft verkocht.
In dat geval is de stakingswinst integraal belast (inclusief winstrecht)
en er bestaat geen recht op lijfrenteaftrek. Evenmin kan er sprake zijn
van een geruisloze inbreng.
… lees verder op Internet
|
|
Disclaimer
Hoewel bij het
samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is
nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere
aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele
gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail
nieuwsbrief beschikbaar is. |