coords=0,157,95,188Stuur ons een e-mail

  • Nieuwe mogelijkheden tot vrijblijvend schenken

... lees artikel


  • Afschrijven op vastgoed

... lees artikel


Nieuwe mogelijkheden tot vrijblijvend schenken

Een populaire manier om iets te doen aan het successierecht – de belasting over de erfenis – is de zogenaamde papieren schenking. Men laat dan bij de notaris een akte opmaken waarin de schenker zich aan de kinderen voor een bepaald schuldig verklaart. De kinderen krijgen een vordering die pas opeisbaar is bij het overlijden van de ouders. Met andere woorden, de kinderen krijgen alleen iets op papier. Langs deze weg kan gebruik worden gemaakt van de vrijstelling en/of de lage tariefschijven van het schenkingsrecht. Dit werkt echter alleen maar als de schenker jaarlijks een zakelijke rente betaalt over de schuld. De kinderen moeten die rente echt ontvangen.

Op 1 januari 2003 is het nieuwe schenkingsrecht in werking getreden. Dit biedt een interessant alternatief voor de papieren schenking. Hierbij kunt u denken aan een combinatie van twee bijzondere schenkingsvormen: de schenking onder bewind en de herroepelijke schenking. Bij een schenking onder bewind wijst de schenker iemand aan die het geschonken vermogen gaat beheren. Dat kan hij ook zelf zijn. Zo zou vader aan zijn zoon een effectenportefeuille kunnen schenken met de clausule dat vader het beheer daarover blijft voeren. Zoonlief kan dan nog niet over het vermogen beschikken.

Dit kan worden gecombineerd met herroepelijk schenken. Daarbij behoudt de schenker zich het recht voor het geschonkene altijd terug te mogen vragen. Dit werkt natuurlijk alleen maar voorzover de begiftigde het geschonkene nog niet heeft opgemaakt. Door het beheer over het vermogen te voeren, kan vader voorkomen dat het vermogen wordt opgemaakt. Zo houdt vader volledige controle en beschikkingsmacht over het vermogen en wordt toch belastingbesparing over de erfenis bereikt. Dit kan het beste via de notaris worden geregeld.

Na vijf jaar kan het kind zich tot de rechtbank wenden met het verzoek het bewind te beëindigen. Dat zal waarschijnlijk niet de bedoeling van vader zijn. Als dit toch gebeurt, kan vader de schenking herroepen en het vermogen terughalen. Zo kan hij een "stout" kind de wind uit de zeilen nemen. Een andere reden om tot herroeping van een schenking over te gaan, kan zijn dat het kind in het huwelijk treedt in gemeenschap van goederen. Het is denkbaar dat de ouders niet willen dat de schenking voor de helft ten goede komt aan de partner. Tot slot kan genoemd worden de omstandigheid dat de ouders het geschonken vermogen zelf weer nodig hebben voor het levensonderhoud.

Het schenkingsrecht dat bij de schenking aan de fiscus is afgedragen, kan worden teruggevraagd als de schenking wordt herroepen.

Kortom, het nieuwe schenkingsrecht biedt nieuwe mogelijkheden tot vrijblijvend schenken. Veel vermogenden vinden dit een aansprekende besparingsmogelijkheid.

... terug naar boven


Afschrijven op vastgoed

Tot ongeveer tien jaar geleden had de fiscus weinig belangstelling voor afschrijvingen op bedrijfspanden. De eigenaar bepaalde welk deel van de kostprijs betrekking had op de ondergrond (niet afschrijfbaar) en welk deel op de opstal. Op de opstal werd 2 tot 5% per jaar afgeschreven, afhankelijk van het soort vastgoed. De laatste jaren komt het steeds vaker voor dat de inspecteur de in de aangifte geclaimde afschrijving schrapt of beperkt. Dit speelt vooral bij panden die de ondernemer al lang in zijn bezit heeft. Het argument van de fiscus is dat de restwaarde van het vastgoed zodanig is gestegen dat deze hoger is komen te liggen dan de boekwaarde.

Het doel van afschrijven is de waardevermindering van het pand toe te rekenen aan de jaren waarin het pand bij de onderneming in gebruik is. Het af te schrijven bedrag is de kostprijs minus de restwaarde. In de praktijk wordt uitgegaan van de restwaarde op het moment waarop met afschrijven werd begonnen. De restwaarde wordt normaliter niet aangepast aan latere prijsstijgingen. Hierbij moet bedacht worden dat de component die in waarde stijgt de ondergrond is. En op de ondergrond wordt nou juist niet afgeschreven.

Dit punt heeft tot verschillende uitspraken van belastingrechters geleid. In één geval werd de fiscus in het gelijk gesteld, omdat de ondergrond fors in waarde was gestegen. Verdere afschrijving was daardoor niet mogelijk. De belastingbetaler had de ondergrond en de opstal afzonderlijk op de balans opgenomen en had zo geprobeerd aan deze blokkade van afschrijvingen te ontkomen. Dat lukte dus niet.

In een ander geval had de fiscus gesteld dat bij de bepaling van de restwaarde moest worden uitgegaan van de geïndexeerde waarde. Van een bedrijfspand is bijvoorbeeld de opstal € 200.000 waard, de ondergrond € 250.000 en de boekwaarde € 330.000. Uitgaande van een vermoedelijke resterende gebruiksduur van 15 jaar en een inflatie van 2% per jaar kan de geïndexeerde restwaarde (van de ondergrond) worden gesteld op € 336.467. Dit is hoger dan de huidige boekwaarde. Volgens de fiscus was verdere afschrijving nu niet mogelijk. Het gerechtshof te Arnhem was het hier niet mee eens. De restwaarde moet worden bepaald op basis van het huidige prijspeil.

Het is duidelijk dat de Belastingdienst fiscale afschrijvingen op bedrijfspanden niet voor zoete koek slikt. Dit betekent dat de accountant en de belastingadviseur er de nodige aandacht aan moeten besteden. Het probleem doet zich vooral voor bij panden die reeds lang in het bezit van de belastingbetaler zijn, waardoor de ondergrond naar alle waarschijnlijkheid fors in waarde zal zijn gestegen.

... terug naar boven

PC-privéregeling per direct afgeschaft

De ministerraad heeft ingestemd met het afschaffen van de PC-privéregeling met ingang van 27 augustus 2004 om 17.00 uur. Omdat signalen uit de samenleving wezen op anticipatiegedrag en daarmee een budgettaire derving dreigde, heeft het kabinet besloten deze maatregel met onmiddellijke ingang in te voeren. De budgettaire opbrengst van het afschaffen van de pc-privéregeling wordt aangewend voor koopkrachtreparatie bij minima en ouderen. Een werknemer die vóór vrijdag 27 augustus 2004 17.00 uur een pc en/of randapparatuur in gebruik heeft genomen of waarvoor hij nog vóór dat tijdstip een verplichting tot aanschaffing van een pc en/of randapparatuur is aangegaan, kan gebruik blijven maken van de oude regeling.

… lees verder op Internet


Belastingplan 2005

Het Belastingplan 2005 bevat fiscale voorstellen waarbij gerichte inkomensondersteuning, versterking van het Nederlandse ondernemings- en vestigingsklimaat en vergroening speerpunten zijn. Zo wordt voorgesteld om de vennootschapsbelasting te verlagen, bedrijfsoverdrachten te versoepelen en de inkomensontwikkeling van AOW-ers, sociale minima en gezinnen met kinderen te verbeteren.

… lees verder op Internet


Belasting op winst omlaag

De vennootschapsbelasting gaat in drie stappen omlaag van 34,5% nu naar 30% in 2007. Op 1 januari 2005 gaat het tarief van de winstbelasting al met drie procentpunten naar beneden tot 31,5%. Ook de belasting op winsten tot 22.600 euro gaat in drie stappen naar beneden van 29% nu naar 25% in 2007.

Zelfstandige ondernemers die inkomstenbelasting betalen, krijgen belastingverlichting in de vorm van een hogere zelfstandigenaftrek. De zelfstandigenaftrek wordt gefaseerd verhoogd. De maximale zelfstandigenaftrek (voor winsten tot circa € 13.000) bedraagt daarmee € 6.585 in 2004, € 9.258 in 2005, € 10.193 in 2006 en € 10.738 in 2007.

… lees verder op Internet


Kabinet verscherpt voorwaarden voor WW-uitkering

Voor mensen die nog maar kort werken of die afwisselend wel en niet werken wordt de drempel hoger om in aanmerking te komen voor een werkloosheidsuitkering. Dit is de strekking van een wetsvoorstel waarmee de ministerraad heeft ingestemd. De maatregelen gelden voor mensen van wie de eerste werkloosheidsdag ligt op of na 1 januari 2005. Bestaande uitkeringsrechten blijven behouden.

Op dit moment bestaat er recht op een kortdurende WW-uitkering als iemand minstens 26 van de voorafgaande 39 weken heeft gewerkt. De uitkering duurt zes maanden en bedraagt maximaal 70 procent van het minimumloon. Als een werknemer niet alleen voldoet aan deze zogeheten 'wekeneis', maar ook in minstens vier van de vijf voorafgaande vijf kalenderjaren gedurende minimaal 52 dagen loon heeft ontvangen (de zogeheten 'jareneis'), dan heeft hij recht op een van het loon afgeleide WW-uitkering. Deze bedraagt 70 procent van het laatstverdiende loon,waarbij een maximum geldt. De uitkering duurt zes maanden tot vijf jaar,afhankelijk van het arbeidsverleden van de werknemer.

In het voorstel van het kabinet vervalt de kortdurende uitkering en wordt de wekeneis aangescherpt tot 39 gewerkte weken van de 52 voorafgaande weken. De 'jareneis' blijft onveranderd gelden. Voor sommige sectoren en beroepsgroepen geldt momenteel een lagere wekeneis. Met dit voorstel trekt het kabinet de wekeneis voor alle sectoren en beroepsgroepen gelijk.

… lees verder op Internet


Emigrerende ondernemers en staking onderneming

Ondernemers die de intentie hebben om hun Nederlandse onderneming te staken en een nieuwe onderneming in het buitenland te starten, willen soms daaraan voorafgaand hun (huidige) onderneming inbrengen in een BV en in samenhang daarmee handelingen verrichten die tezamen als doel (lijken te) hebben om de belastingheffing dan wel invordering in Nederland over de stakingswinst te ontgaan of deze (voor lange tijd) uit te stellen.

Teneinde belastingheffing over de stakingswinst te ontgaan of uit te stellen, wordt voorafgaand aan de staking de onderneming ruisend of geruisloos ingebracht in een BV. Deze BV verkoopt vervolgens de ingebrachte onderneming (gedeeltelijk) aan een derde. De verkoopopbrengst wordt aangewend voor de aankoop van een onderneming in het buitenland. De BV blijft voor de heffing van vennootschapsbelasting aangifte doen alsof zij nog steeds feitelijk in Nederland is gevestigd, terwijl de voormalige ondernemer (meestal) emigreert. In het geval van een ruisende inbreng bedingt hij voor de stakingswinst een lijfrente bij de BV en, als er dan nog stakingswinst resteert, een winstrecht bij die BV. Ook kan bij de inbreng een lijfrente zijn bedongen voor de stand van de oudedagsreserve.

In sommige gevallen zijn de feiten zodanig dat er geen sprake is van een reële inbreng in de BV (schijnhandeling). De werkelijkheid is dan dat de ondernemer zijn onderneming rechtstreeks aan een derde heeft verkocht. In dat geval is de stakingswinst integraal belast (inclusief winstrecht) en er bestaat geen recht op lijfrenteaftrek. Evenmin kan er sprake zijn van een geruisloze inbreng.

… lees verder op Internet

Disclaimer
Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail nieuwsbrief beschikbaar is.