Ga naar onze websiteStuur ons een e-mail

  • Pas op met de artiestenregeling

... lees artikel


  • Kostenonderzoek, een fiscale noodzaak voor werkgevers

... lees artikel


Pas op met de artiestenregeling

Teun de Noord is eigenaar van Café Gouden Tijd. Regelmatig organiseert hij optredens van muziekgroepen. Dat is goed voor de business. De optredens trekken klanten die de nodige consumpties gebruiken. Met de muzikanten spreekt Teun een gage af, die na afloop van het optreden cash wordt uitbetaald. Teun moet er rekening mee houden dat de belastingwet voor problemen kan zorgen. Teun moet namelijk wellicht loonbelasting inhouden op de gage. Hij komt zelf niet op dat idee. De artiesten zijn immers niet bij hem in dienst. Hoe kun je dan met loonbelasting te maken krijgen?

In de belastingwet wordt de verhouding zaaleigenaar en artiest als fictieve dienstbetrekking aangemerkt. Loonbelasting dient te worden inhouden over de uitbetaalde gage. Deze regeling geldt niet voor artiesten die in loondienst zijn. Ook geldt de regeling niet als de muziekgroep als zelfstandige wordt aangemerkt. Om dat te bewijzen moet er een zelfstandigenverklaring worden getoond. Tegenwoordig heet dat Verklaring Arbeidsrelatie. Dat is een document dat door de Belastingdienst en UWV wordt uitgegeven. Als het "amateur" artiesten betreft die te hooi en te gras tegen een bescheiden vergoeding optreden, moet de zaaleigenaar loonbelasting inhouden. De artiesten kunnen deze belasting verrekenen met hun inkomstenbelasting. Allicht is de artiest hier niet blij mee, maar regels zijn regels.

Als Teun erop speculeert dat de fiscus er toch niet achterkomt, speelt hij gevaarlijk spel. Want de optredens zullen waarschijnlijk worden aangekondigd door middel van aanplakbiljetten en kranten. Als de fiscus bij een controle vaststelt dat inhouding achterwege is gebleven, zal naheffing plaatsvinden tegen het zogenaamde anoniementarief van 52%. Dergelijke valse noten kan men beter vermijden.

De grondslag van de heffing is de gage inclusief kostenvergoedingen en naturaverstrekkingen. Kleine consumpties en maaltijden blijven buiten beschouwing.

Kleine artiesten die minder dan € 19 per week en € 667 (inclusief kostenvergoedingen) per jaar verdienen, kunnen buiten de heffing blijven.

Bedacht moet worden dat er in principe ook belasting wordt geheven over kostenvergoedingen. Anders zou het te gemakkelijk zijn onder de regeling uit te komen. Verder wordt geen rekening gehouden met de heffingskorting. In sommige gevallen kan de artiest bij de fiscus een zogenaamde kostenvergoedingsbeschikking aanvragen. Op grond hiervan kan de heffing over een lagere grondslag plaatsvinden. Een teveel aan geheven loonbelasting kan de artiest via een aangifte inkomstenbelasting terugkrijgen.

Het blijkt wel dat bij het organiseren van een optreden ook de fiscus om de hoek komt kijken. Ook hier luidt het devies "bezint eer gij begint."

... terug naar boven


Kostenonderzoek, een fiscale noodzaak voor werkgevers

Als een werknemer in de uitoefening van zijn functie kosten maakt, is het redelijk dat de werkgever deze vergoedt. Voor het onbelast kunnen vergoeden van kosten gelden echter stringente fiscale voorwaarden. In het verleden gebeurde het nogal eens dat werkgevers door middel van een te royale kostenvergoeding probeerden onbelast loon aan de werknemers te doen toekomen. Tegenwoordig is dat niet zo eenvoudig meer. Bij loonbelastingcontroles is de fiscus namelijk zeer kritisch op kostenvergoedingen.

Werkgevers kunnen kosten op declaratiebasis vergoeden, maar ook een vaste kostenvergoeding toekennen. Meestal worden grote, incidentele uitgaven op declaratiebasis vergoed en kleine, regelmatige terugkerende kosten door middel van een vaste vergoeding. Als een werknemer een congres bezoekt in het buitenland, ligt het voor de hand dat de hiermee gepaard gaande kosten op declaratiebasis worden vergoed. Voor kleine consumpties onderweg voor ambulante werkgevers is in het algemeen een vaste vergoeding het meest praktisch.

De fiscus heeft in het algemeen weinig problemen met echt gemaakte kosten die op declaratiebasis worden vergoed. Meer problemen heeft de fiscus met vaste vergoedingen. Vaste vergoedingen benaderen de werkelijke kosten. Zuinige werknemers zullen eraan overhouden, terwijl big spenders er aan tekort zullen komen. De wet eist dat bij de vaststelling van het bedrag de nodige zorgvuldigheid in acht wordt genomen. Zo moeten de kosten naar aard en omvang gespecificeerd worden en op verzoek van de inspecteur onderbouwd worden aan de hand van een steekproefsgewijs onderzoek.

De werknemer kan dus niet uit de losse pols een bedrag verzinnen dat hem wel redelijk lijkt. Er moet een lijst worden gemaakt van de soorten kosten die de werknemers kunnen maken. Voorbeelden zijn: parkeerkosten (bij een auto van de zaak), kleine consumpties onderweg, maaltijden onderweg, maaltijden bij overwerk, representatie en vakliteratuur. Per kostensoort moet een schatting worden gemaakt van de daarmee gemoeide bedragen.

Het hangt van de functie af hoeveel kosten een werknemer pleegt te maken. Zo zal de directeur die de contacten met de buitenlandse moedermaatschappij moet onderhouden, meer kosten maken dan de vertegenwoordiger die alleen in de provincie actief is. De fiscus eist daarom dat de vaststelling van vaste vergoedingen per "homogene groep" plaatsvindt.

Om conflicten te voorkomen, worden de laatste tijd door brancheorganisaties en de Belastingdienst gezamenlijk kostenonderzoeken verricht voor bepaalde type werknemers, zoals bijvoorbeeld buschauffeurs. Dat is wel zo praktisch, iedereen weet dan waar hij aan toe is.

Werkgevers doen er verstandig aan zich bij de vaststelling van vaste vergoedingen aan de fiscale spelregels te houden. Doen ze dat niet, dan kunnen ze bij looncontroles met forse naheffingen en boetes worden geconfronteerd.

... terug naar boven

Grijs kenteken voor ondernemers blijft bestaan

Voor ondernemers blijft het grijze kenteken bestaan. BTW-ondernemers krijgen een recht op teruggaaf van BPM voor bestelauto’s die meer dan bijkomstig in de onderneming worden gebruikt. Ook komen zij in aanmerking voor een verlaagd tarief in de motorrijtuigenbelasting. Om onbedoeld particulier gebruik tegen te gaan, komt er een breder en scherper toezicht vooraf bij het verlenen van het BTW-ondernemerschap en een scherpere controle en handhaving achteraf. Dit wordt voorgesteld in de nota van wijziging op het Belastingplan 2005 die naar de Tweede Kamer is gestuurd. Door aan te sluiten bij het BTW-ondernemerschap kan "1 op 1"-compensatie worden gegeven aan de ondernemer.

… lees verder op Internet


Wet kinderopvang per 1 januari 2005

De afgelopen tien jaar heeft de kinderopvang in Nederland een spectaculaire ontwikkeling doorgemaakt. De bestaande wettelijke kaders en regelingen bleken niet meer toereikend voor een sector die zo snel groeit en waarvan steeds meer ouders en kinderen gebruik maken. Het kabinet heeft daarom nieuwe wetgeving aangekondigd. Kern van de nieuwe Wet kinderopvang is de financiering van de kinderopvang door ouders, werkgevers en overheid. Daarnaast stelt de wet eisen aan de kwaliteit van de kinderopvang. De Wet kinderopvang wordt per 1 januari 2005 van kracht.

Onderstaand treft u informatie aan over onder andere:

  • wat de nieuwe regelt;
  • wie straks betaalt voor kinderopvang;
  • wat de overheid, werkgevers en de ouders bijdragen.

… lees verder op Internet


Buitenlandse optierechten

Nederlandse ingezetenen moeten ook buitenlandse inkomsten aangeven in hun aangifte inkomstenbelasting. Buitenlandse inkomsten zijn bijvoorbeeld optierechten die een buitenlandse onderneming heeft verstrekt aan een werknemer in Nederland. De werknemer verkrijgt hiermee het recht om - tegen een vooraf afgesproken prijs - aandelen te kopen in de buitenlandse onderneming die verbonden is aan de eigen werkgever in Nederland.

De Belastingdienst besteedt de komende twee jaren extra aandacht aan de verwerking van buitenlandse optierechten in de aangiften inkomstenbelasting/vermogensbelasting. Deze optierechten zijn namelijk in veel gevallen niet eerder aan inhouding van loonbelasting onderworpen geweest. De Belastingdienst richt zich hierbij op de aangiften inkomstenbelasting/vermogensbelasting vanaf het jaar 1992.

… lees verder op Internet


Stoppen met roken op kosten van de baas

Werkgevers kunnen een cursus stoppen met roken voortaan belastingvrij aan hun werknemers vergoeden. Voorwaarde is dan wel dat de cursus deel uit maakt van het Arboplan van de organisatie.

Werknemers die na 1 januari 2004 met deze cursus zijn begonnen kunnen deze cursus belastingvrij vergoed krijgen van hun werkgever. De werkgever moet deze cursus dan in ieder geval voor 1 januari 2005 in zijn Arboplan hebben opgenomen

… lees verder op Internet


Korting op producten van het eigen bedrijf

Werkgevers geven werknemers vaak korting op producten van het eigen bedrijf. Denk aan een kledingzaak waar medewerkers met korting kleding kunnen kopen. Rond het verlenen van deze kortingen zijn wel regels opgesteld. Zo mag per product maximaal 20 procent korting worden aangeboden. Als een werknemer meerdere producten koopt, mag dus geen gemiddelde korting van 20% over die producten worden gegeven. Verder mag een werknemer op deze manier op jaarbasis in totaal niet meer dan 450 euro korting ontvangen.

Aan de Belastingdienst moet per werknemer aannemelijk kunnen worden gemaakt dat deze geen hogere onbelaste korting geniet dan 20 procent per product en 450 euro per jaar. Gemiddelde cijfers, waarbij het totaal aantal personeelskortingen wordt gedeeld door het aantal personeelsleden, zijn niet voldoende.

Geldleningen worden niet gezien als kortingen op producten van het eigen bedrijf. De kosten die worden gemaakt bij het afsluiten van een geldlening kunnen wel onder bovenstaande regeling vallen.

… lees verder op Internet


Aanpassing tot 1 december van formele punten in de pensioenregelingen aan het Witteveenkader

Bij de invoering van het Witteveenkader per 1 juni 1999 is overgangsrecht getroffen voor op dat moment bestaande pensioenregelingen op grond waarvan deze pensioenregelingen niet onmiddellijk hoefden te voldoen aan de voorwaarden van het Witteveenkader, maar werd tot 1 juni 2004 de tijd geboden om deze pensioenregelingen aan te passen. Ondanks de ruime overgangstermijn blijken er polissen te zijn die nog niet zijn aangepast. Wanneer een regeling op 1 juni 2004 niet voldoet aan het Witteveenkader, zouden de (daardoor onzuivere) aanspraken bij voortzetting van de opbouw na 1 juni 2004 op grond van de wettelijke bepalingen ineens moeten worden belast.

In situaties waarin een regeling op het punt van de hoogte van het toegezegde pensioen binnen het Witteveenkader blijft, maar alleen op formele punten niet aan dat kader voldoet, wordt de termijn voor aanpassing van de pensioenregeling verlengd tot 1 december 2004.

… lees verder op Internet

Disclaimer
Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail nieuwsbrief beschikbaar is.