Regeling aftrek gemengde kosten gewijzigd Ondernemer Klaas rijdt met zijn BMW naar Amsterdam om daar een potentiële klant te bezoeken. Het is niet eenvoudig een parkeerplaats te vinden. Nadat Klaas enkele rondjes heeft gereden, vindt hij een plaats die groot genoeg is om zijn bolide kwijt te raken. Hij prijst zich gelukkig dat hij met een vooruitziende blik de spaarpot van zijn zoontje heeft geplunderd. Nu heeft hij in elk geval genoeg muntgeld om verschoond te blijven van een wielklem. Hij laat 4 twee euromunten in de gleuf van de parkeerautomaat glijden. Het gesprek verloopt goed en de kans is groot dat Klaas binnenkort een leuke order tegemoet kan zien. Op de terugweg moet Klaas tanken. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om zijn auto door de wasstraat te rijden. In het aangrenzende wegrestaurant nuttigt Klaas enkele luxe broodjes met een glas melk. Als Klaas met een volle maag in zijn weer glanzende auto stapt, bedenkt hij dat hij wel even bij zijn goede klant Hollander langs kan gaan om hem te feliciteren met zijn nieuwe pand. Omdat Klaas niet met lege handen wil komen, besluit hij een bloemstuk te kopen voor mevrouw Hollander en een fles whisky voor meneer. Dit korte verhaaltje over ondernemer Klaas leent zich uitstekend voor het bespreken van de fiscale aftrekbaarheid van "gemengde kosten". Ondernemers kunnen in principe alle kosten aftrekken die zij in het kader van de onderneming maken. Voor sommige kostensoorten is de aftrek echter beperkt. Allereerst de parkeerkosten. Omdat Klaas in een auto van de zaak rijdt, zijn alle daaraan verbonden kosten aftrekbaar. Dat geldt zelfs voor parkeerkosten die tijdens privé-ritten worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de kosten van het wassen van de auto. Daar staat tegenover dat Klaas 22 procent van de cataloguswaarde van de auto moet bijtellen bij zijn inkomen voor het privé-gebruik. Klaas moet niet vergeten aan de boekhouder door te geven dat hij deze kosten heeft gemaakt. Als Klaas in een privé-auto zou rijden, zou hij kilometers kunnen declareren voor zakelijke ritten. In de belastingwet is dit bepaald op 18 cent per kilometer. Dit is inclusief alles, dus ook parkeren en wassen. De kosten van maaltijden tijdens zakelijke ritten zijn voor de ondernemer aftrekbaar. Hiervoor geldt echter een aftrekbeperking, die met ingang van 2005 is verscherpt. De kosten van onder meer voedsel, drank, genotmiddelen, representatie en congressen zijn maar voor 75% aftrekbaar (25% niet aftrekbaar). De kosten van het bloemstuk en de fles whisky vallen onder representatie. In 2004 was het percentage nog 90%. Voor big spenders is de mogelijkheid gecreëerd te kiezen voor een vast niet-aftrekbaar bedrag van € 4.000. In 2004 was dit nog € 1.600. In 2005 is de hoofdregel geworden dat wordt uitgegaan van een niet-aftrekbaar bedrag van € 4.000, tenzij de belastingbetaler opteert voor de niet-aftrekbaarheid van 25%. De grens ligt bij een bedrag van € 16.000 aan gemengde kosten. Dat zijn dus heel wat etentjes en relatiegeschenken. Echt voor big spenders dus! BTW-aspecten van een vakantiewoning Een eigenaar van een in Nederland gelegen vakantiewoning kan onder bepaalde voorwaarden voor de omzetbelasting als ondernemer worden aangemerkt. Dit heeft voor- en nadelen. Een belangrijk voordeel is dat de BTW bij de koop van de vakantiewoning van de fiscus teruggevraagd kan worden. Hetzelfde geldt voor de BTW over de exploitatiekosten. Nadeel is dat BTW in rekening moet worden gebracht aan de huurders. Verder is natuurlijk een nadeel dat een bepaalde administratie moet worden gevoerd en BTW-aangiftes moeten worden gedaan. Voor de verhuur geldt het verlaagde BTW-tarief van 6%, waardoor de afdracht meestal wel meevalt. Het is zelfs denkbaar dat de eigenaar per saldo recht heeft op een teruggaaf, omdat het BTW-tarief voor de meeste kosten 19% bedraagt. De algemene regel van de BTW is dat verhuur van onroerend goed een vrijgestelde prestatie is. Er geldt echter een uitzondering voor de verhuur binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen, die daar slechts voor een korte periode verblijf houden. De particuliere verhuurder dient zich als ondernemer aan te melden bij de Belastingdienst. Als de vakantiewoning slechts af en toe wordt verhuurd, wordt de verhuurder niet als ondernemer aangemerkt. De fiscus stelt eisen aan de mate van verhuur om te voorkomen dat een vakantiewoning die in wezen de bestemming eigen gebruik heeft in de BTW wordt betrokken. Als een vakantiewoning ten minste 140 dagen per jaar wordt verhuurd, neemt de fiscus zonder meer aan dat de verhuurder ondernemer is. Als niet aan dit criterium wordt voldaan, zal men met een goed verhaal moeten komen, bijvoorbeeld dat sprake is van een opstartfase. Bedenk dat 140 dagen per jaar meer dan 4,5 maand betreft. Het is in het algemeen niet eenvoudig om een vakantiewoning zolang te verhuren. Veel particuliere eigenaren hebben de verhuur ondergebracht bij een verhuurorganisatie die op zich heeft genomen de woning zoveel mogelijk te verhuren. Gedurende tien jaar na aanschaf geldt de zogenaamde herzieningsregeling. Dit houdt in dat als de vakantiewoning binnen deze periode zonder BTW verkocht wordt, de verkoper een evenredig deel van de bij de aanschaf in aftrek gebrachte BTW aan de fiscus moet terugbetalen. Na afloop van deze periode kan de vakantiewoning vrij van BTW worden verkocht. Als de vakantiewoning bijvoorbeeld voor 20% van de tijd door de eigenaar zelf wordt gebruikt, kan hij slechts 80% van de betaalde BTW terugvragen. Dit wordt pro-rata genoemd. Bij het vaststellen van de pro-rata blijft de periode van leegstand buiten beschouwing. Als de verhuur is uitbesteed aan een organisatie die het recht heeft de vakantiewoning op eigen naam te verhuren, is BTW verschuldigd over de huur die de eigenaar moet betalen. De pro-rata is dan 100%. Zoals u ziet, komt er heel wat kijken bij de verhuur van een vakantiewoning. Om optimaal van de eventuele fiscale voordelen te kunnen profiteren, is het van belang deskundig advies in te winnen. |
Alles over de Wet Waardering
Onroerende Zaken (WOZ)
De WOZ-beschikking is op uw
deurmat gevallen. Wat betekent dat voor u? Hieronder een korte uitleg van
enkele belangrijke aspecten van de Wet Waardering onroerende zaken.
Wijziging beoordeling dienstbetrekking door UWV en Belastingdienst Het UWV en de Belastingdienst
achten het wenselijk om duidelijkheid te geven over de wijze waarop door
hen wordt beoordeeld of een arbeidsverhouding tot verzekering leidt voor
de werknemersverzekeringen (ZW, WW, WAO en onder welke omstandigheden een
opdrachtgever premies werknemersverzekeringen en loonheffing verschuldigd
is.
De opkomst van zelfstandigen zonder personeel heeft in nog meer situaties de vraag opgeroepen op welke wijze de arbeidsrelatie wordt beoordeeld in het kader van de Wet LB en van de werknemersverzekeringen. Voor een deel is de onduidelijkheid over de inhouding en afdracht van loonheffing weggenomen door de introductie van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). … lees verder op Internet
Spaarloon; deblokkeren voor
kinderopvang Een werknemer mag zonder
heffing van loonbelasting beschikken over het tegoed van zijn
spaarloonrekening ten behoeve van de financiering van kosten van
kinderopvang, onder de volgende voorwaarden:
Rechtstreekse betalingen door de werkgever voor voornoemde kosten mogen gelijkgesteld worden aan betaling van kosten door de werknemer. … lees verder op Internet
Verruiming vrijstelling
schenkingsrecht slachtoffers Azië
Staatssecretaris Wijn heeft
begin februari in een besluit bekend gemaakt dat de vrijstelling van
schenkingsrecht over giften aan de slachtoffers van de zeebeving in Azië
ook van toepassing is bij regionale of plaatselijke acties. De opbrengst
van de acties kan ook gaan naar andere organisaties dan de Samenwerkende
Hulporganisaties. Op 4 januari keurde Wijn goed dat de Samenwerkende
Hulporganisaties geen schenkingsrecht verschuldigd zijn over schenkingen
die in het kader van de Nationale actie "Help slachtoffers aardbeving
Azië" op giro 555 worden gedaan. Naast Nederlandse organisaties die landelijk actievoeren kan nu ook een schriftelijk verzoek gericht worden tot de Belastingdienst om toepassing van de vrijstelling van schenkingsrecht voor regionale en plaatselijke acties. Als voorwaarde geldt daarbij dat de actie moet worden gevoerd door en de schenkingen moeten worden gedaan aan een in Nederland gevestigde kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instelling en dat de goedkeuring alleen geldt als het een ramp betreft waarvoor tevens een grootschalige, landelijke, voor het schenkingsrecht gefacilieerde inzamelingsactie plaatsvindt. … lees verder op InternetNieuwe WOZ-beschikking,
lagere hypotheeklasten?
Nu de nieuwe
WOZ-beschikking op de deurmat is gevallen, kan het verstandig zijn om
uw hypotheek weer eens tegen het licht te houden. De WOZ-waarde van
woningen in Nederland is tussen 1 januari 1999 en 1 januari 2003 gemiddeld
met circa 50% gestegen. En een stijging van de WOZ-waarde betekent voor u
misschien wel lagere hypotheeklasten. Onbeperkte no-riskpolis bij in dienst
nemen van jonggehandicapte Werkgevers
die jonge arbeidsgehandicapten met een Wajonguitkering in dienst nemen,
krijgen bij ziekte van de jongere altijd een tegemoetkoming in de kosten
van de verplichte loondoorbetaling bij ziekte. Bij arbeidsongeschiktheid
van de jonggehandicapte hoeft een werkgever geen hogere premie te betalen.
De ministerraad heeft besloten dat deze zogeheten no-riskpolis voor
Wajonggerechtigden onbeperkt geldig blijft. Met deze wijziging wil het
kabinet de mogelijkheden verbeteren voor deze groep jongeren om een baan
te vinden. De huidige no-riskpolis voor arbeidsgehandicapten, de zogeheten
no-riskpolis Ziektewet en no-riskpolis WAO, duurt maximaal vijf jaar. Soms
kon de duur van deze polis worden verlengd wanneer er een grote kans
bestond dat de gezondheidssituatie van de arbeidsgehandicapte zou
verslechteren. De wijziging moet per 1 mei 2005 in werking
treden.
|
|
Disclaimer
Hoewel bij het
samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is
nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere
aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele
gevolgen van het handelen op grond van informatie die via deze e-mail
nieuwsbrief beschikbaar is. | |