Accessoires en autobijtelling Iemand die privé in een auto van de zaak rijdt, moet in principe inkomstenbelasting betalen over 22 procent van de cataloguswaarde. Dat kan in de papieren lopen. Dat geldt zowel voor personenauto’s als voor bestelauto’s. Het is niet vreemd dat de betrokkenen proberen de grondslag voor de bijtelling zo laag mogelijk te houden. Eén van de manieren is het laten aanbrengen van de accessoires nadat de auto is gekocht. Met de accessoires kan bij sommige auto’s vele honderden euro’s gemoeid zijn. Denk maar aan carkits en navigatiesystemen. Als je daarover jaarlijks 22 procent belasting kunt besparen, ben je een dief van je portemonnee als je daar geen gebruik van maakt. Belangrijker is misschien nog wel dat er een besparing op de BPM mogelijk is. Deze belasting bedraagt maar liefst 45,2% van de prijs, exclusief BTW. De bijtelling wordt berekend over de catalogusprijs inclusief de kosten van accessoires die af-fabriek worden geleverd. Maar ook bij accessoires die door de fabrikant, de importeur of de dealer zijn aangebracht vóór de dag waarop aan de auto een kenteken is toegekend, moet de meerprijs tot de catalogusprijs worden gerekend. Het gaat hierbij om standaardaccessoires, die zijn opgenomen in de door de fabrikant of de importeur vastgestelde prijslijst. De truc is dus de opties en accessoires na de toekenning van het kenteken te laten aanbrengen. Geduld is niet alleen een schone zaak maar loont in dit geval ook nog eens. Het later laten aanbrengen van een climate- of cruisecontrol is niet zo eenvoudig. Een radio, autotelefoon, navigatiesysteem en een trekhaak kunnen in de meeste gevallen vrij eenvoudig en zonder veel extra kosten na de toekenning van het kenteken worden ingebouwd. Tot 1 januari 2005 waren enkele opties en accessoires vrijgesteld voor de heffing van BPM, zoals een cruise control, econometer, navigatiesysteem en een LPG-installatie. Tot het bedrag van de vrijstelling telden deze opties ook niet mee bij de bepaling van de bijtelling voor de inkomstenbelasting. Voor auto’s die voor 1 januari 2005 voor het eerst in gebruik genomen zijn, blijft dit gelden. Voor nieuwe auto’s moet ook over deze voorzieningen BPM worden betaald en tellen ze mee voor de bijtelling. Als u een nieuwe auto aanschaft, bespreek dan met de dealer welke mogelijkheden er zijn om opties en accessoires later aan te brengen. Financiering startende ondernemers door familie Als we de advertenties moeten geloven, staan banken te trappelen om startende ondernemers te financieren. In de praktijk is het echter niet zo eenvoudig om krediet te krijgen. Wat ligt er in dat geval meer voor de hand dan bij de familie aan te kloppen. Hierna wordt ingegaan op enkele fiscale aspecten. De meest bekende financieringsvorm is de lening. Partijen spreken een rentepercentage af en een aflossingsschema. Familieleden zijn in zo’n geval geneigd niet al te hoog te gaan zitten met de rente. Zij willen niet als woekeraars te boek staan. Maar gezien het risico van het financieren van ondernemers, zou een rente van 10 procent helemaal niet zo onredelijk zijn. Ook fiscaal is er wel wat voor een hoog rentepercentage te zeggen. De rente is bij het ontvangende familielid niet belast. De vordering valt namelijk in box 3. De rente is bij de betalende ondernemer wel aftrekbaar. Eventueel kan de kredietgever jaarlijks de rente geheel of gedeeltelijk als schenking kwijtschelden. Tussen ouders en kinderen geldt hiervoor in 2005 een vrijstelling van € 4.303. Voor de financiering van startende ondernemers bestaat een speciale fiscale regeling: de zogenaamde Agaath-lening. In 2005 is zo’n lening voor de verstrekker tot ongeveer € 50.000 per persoon vrijgesteld in box 3. Voor een echtpaar is de vrijstelling circa € 100.000. Dat betekent dat de kredietverstrekker hierover niet de heffing van 1,2 procent hoeft te betalen. Daarnaast geldt een extra heffingskorting van 1,3 procent over de hoofdsom. Dat is een pure aftrekpost op de bij de aangifte te berekenen inkomstenbelasting. Het totale fiscale voordeel bedraagt dus 2,5 procent. Bijkomend voordeel voor de kredietgever is dat het eventuele verlies op de vordering tot ongeveer € 50.000 per persoon fiscaal aftrekbaar is.De belangrijkste eis is dat de rente niet hoger mag zijn dan de wettelijke rente, die momenteel 4 procent bedraagt. De geldleningsovereenkomst moet door de inspecteur goedgekeurd worden. Een andere mogelijkheid is dat de geldverstrekker en de startende ondernemer een samenwerking aangaan, een zogenaamde commanditaire vennootschap. De geldverstrekker zou een voorkeur kunnen hebben voor een winstafhankelijke vergoeding. Zo zou men kunnen afspreken dat de geldverstrekker recht krijgt op een kwart van de winst. Zo’n kapitaalverschaffer wordt commandiet genoemd. Als het slecht gaat met de zaken kan de commandiet zijn strop met de fiscus verrekenen. Als de zaken zich voorspoedig ontwikkelen, zal de ondernemer de commandiet waarschijnlijk willen uitkopen. De winst die de commandiet hierbij behaalt is gewoon belast. Wat de beste financieringsvorm is, hangt af van de omstandigheden en de voorkeuren. Het kan in elk geval geen kwaad uw licht op te steken bij een fiscaal specialist. |
DGA mag pensioengat in een keer opvullen De Hoge Raad heeft op 4 maart 2005 bepaald dat de extra pensioenlast als gevolg van de inkoop van dienstjaren in één keer als bedrijfslast mag worden opgevoerd. Deze uitspraak kan mogelijk zeer gunstig uitpakken voor directeur-grootaandeelhouders (dga´s). De Belastingdienst beraadt zich momenteel op de exacte gevolgen van het vonnis. Als een dga een pensioengat heeft opgelopen bij de overgang naar zijn huidige functie, dan kan hij dat tekort repareren door dienstjaren `in te kopen`. Een voorwaarde hierbij is wel dat het gaat om dienstjaren die plaatsvonden voor juli 1994. De fiscus vindt dat deze reparatie moet worden uitgesmeerd over de periode totdat de dga 65 jaar wordt. Als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad mag het pensioentekort nu in een keer worden aangevuld. Een dga met een zeer winstgevend jaar kan zijn winst dus behoorlijk drukken, als er een pensioentekort is van voor 1994. De inkoop van extra pensioen moet wel zakelijk zijn. Dat betekent dat de BV niet ineens een onevenredig deel van de winst aan het pensioengat van de dga mag besteden. … lees verder op InternetNederlandse ondernemingen mogen pensioen in andere EU-lidstaat onderbrengen Nederlandse ondernemingen krijgen de mogelijkheid hun pensioentoezeggingen onder te brengen bij een pensioeninstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie. Het toezicht op de uitvoering van de pensioenregeling is in handen van de toezichthouder van het land waar de pensioeninstelling is gevestigd. Beleggingen van de pensioengelden moeten voldoen aan eisen van veiligheid, kwaliteit en spreiding van risico's. Dit staat in een wetsvoorstel waarmee de ministerraad heeft ingestemd. Ook blijft het mogelijk dat Nederlandse ondernemingspensioenfondsen, bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenfondsen pensioengelden van werkgevers en zelfstandigen uit andere EU-lidstaten kunnen ontvangen. In dit geval houdt De Nederlandse Bank toezicht. … lees verder op InternetNieuwe Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) per 1 januari 2006 ingevoerd De WIA, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, wordt per 1 januari 2006 ingevoerd. De wet gaat uit van keuzevrijheid voor werkgevers. Zij kunnen er voor kiezen het risico van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid zelf te dragen of te verzekeren bij een private verzekeraar of bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Eén onderdeel van de wet gaat om technische redenen een jaar later in, namelijk op 1 januari 2007. Vanaf die datum zullen werkgevers die bij UWV verzekerd zijn een gedifferentieerde premie gaan betalen waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal werknemers in een bedrijf dat gedeeltelijk arbeidsgeschikt wordt. In het overgangsjaar 2006 geldt een WAO-basispremie die voor iedereen gelijk is. Op voorstel van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de ministerraad ingestemd met deze invoering van de WIA. In de nieuwe wet staat werk voorop. Door middel van financiële prikkels worden werkgevers en werknemers gestimuleerd er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat gedeeltelijk arbeidsgeschikten zo veel mogelijk aan de slag gaan of blijven. Tegelijkertijd is er inkomensbescherming voor mensen die echt niet meer kunnen werken. De nieuwe wet legt het accent op wat mensen nog wel kunnen in plaats van wat zij niet meer kunnen. Dit betekent een breuk met de bestaande arbeidsongeschiktheidswetgeving, waarin de nadruk vooral ligt op inkomensondersteuning. De wet bestaat uit twee delen: de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA). Wijzigingen in de belastingrechtspraak De belastingrechtspraak verloopt met ingang van 1 januari 2005 via twee feitelijke instanties: de rechtbank en het gerechtshof. In belastingzaken kan de belastingplichtige voortaan eerst bij de rechtbank in beroep gaan. Vervolgens kunnen zowel de belastingplichtige als de inspecteur bij het gerechtshof hoger beroep aantekenen. Tot 1 januari 2005 konden belastingplichtigen alleen bij het gerechtshof in beroep gaan tegen de uitspraak op een bezwaarschrift. Hierna kon eventueel bij de Hoge Raad in cassatie worden gegaan. Met ingang van 2005 is deze procedure gewijzigd. Belastingplichtigen kunnen een eerste beroep aantekenen bij de rechtbank, waarna zij bij het gerechtshof in hoger beroep kunnen gaan. Tot slot kunnen beide partijen in cassatie gaan bij de Hoge Raad. … lees verder op Internet
|
|
Disclaimer
Hoewel bij het
samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is
nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere
aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele
gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail
nieuwsbrief beschikbaar is. | |