Verwarrende handelsnaam De heer X te H ontving een brief van een heer Y, uit een andere plaats in Nederland waarin hem zeer dringend werd verzocht om de handelsnaam waaronder de heer X zijn onderneming drijft, laten we zeggen AA, te wijzigen. Dit op grond van het feit dat de heer Y ook een onderneming drijft onder de handelsnaam AA. De heer Y is van mening dat hij een ouder recht heeft op het gebruik van de handelsnaam AA. De heer X wil weten of hij aan dit dringende verzoek moet voldoen. De Handelsnaamwet bepaalt dat het verboden is om een handelsnaam te voeren, die, voordat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een andere onderneming werd gebruikt of daarvan slechts in geringe mate afwijkt. In bovenstaand voorbeeld is wel duidelijk dat de handelsnaam van de onderneming van de heer X dezelfde is als de handelsnaam van de onderneming van de heer Y, althans daarvan slechts in geringe mate afwijkt. Van belang is ook, zo blijkt uit de Handelsnaamwet, welke ondernemer de oudste rechten heeft op de naam. Anders gezegd "wie het eerst komt, wie het eerst maalt". Vaak is dit vrij eenvoudig uit de registers van de Kamer van Koophandel af te leiden. De Handelsnaamwet bepaalt verder dat het verboden kan worden om een handelsnaam te voeren, indien door het gebruik van de beide handelsnamen en de aard van de werkzaamheden en de plaats waar de verschillende ondernemingen zijn gevestigd er verwarring bij het publiek tussen de ondernemingen te duchten is. Deze bepaling leidt ertoe dat wanneer de ene onderneming, X, in Limburg is gevestigd en zich bezighoudt met de verkoop van bezems en de andere onderneming is gevestigd in Friesland en zich toelegt op vervaardiging van briefpapier er van verwarring bij het publiek geen sprake kan zijn. Beide ondernemingen kunnen rustig de door hun gekozen naam blijven voeren. De problemen ontstaan daar, waar de verschillende ondernemingen in dezelfde regio zijn gevestigd en zich bovendien richten op dezelfde of nagenoeg dezelfde werkzaamheden. Steeds geldt: wat zijn de feiten en omstandigheden in het specifieke geval? Bij een conflict verdient het aanbeveling om in goed overleg tot een acceptabele oplossing te komen voor beide partijen. Het komt regelmatig voor dat één der partijen een relatief jonge onderneming is die nog weinig contacten heeft opgebouwd en om die reden vrij eenvoudig haar handelsnaam kan wijzigen. Samenvattend. Bij onenigheid over het gebruik van een handelsnaam is het van belang waar de verschillende ondernemingen zijn gevestigd, welke werkzaamheden zij ontplooien en of er ten gevolge hiervan verwarring te duchten is bij het publiek. Mocht u als ondernemer geconfronteerd worden met bovenstaand probleem, dan is het altijd raadzaam om uw advocaat te laten beoordelen of er sprake is van dergelijke verwarring. Snellere vergoeding van schade? De harde realiteit bij letselschade is veelal geweest dat assuradeuren de slachtoffers uitrookten door zolang mogelijk geen cent te betalen. En verder mondjesmaat veel te lage tussentijdse voorschotten op de schade betaalbaar te stellen. Zelden bevoorschotting vooraf van evident in aantocht zijnde schadeposten, zoals vergoeding voor huishoudelijke hulp en maandelijks tekort aan inkomen. Gevolg: steeds oplopende spanning, angst en onzekerheid bij het slachtoffer. De aanpak van verzekeraars was gebaseerd op de gedachte dat slachtoffers beter zouden begrijpen dat schadevergoeding niet vanzelfsprekend was en dat slachtoffers daardoor beter hun best zouden doen om zoveel mogelijk hun schade te beperken (zo snel mogelijk te herstellen). Voor verzekeraars had deze aanpak vaak het voordeel dat slachtoffers zo moedeloos werden van de gevoerde uitrookpolitiek dat ze daardoor na enige tijd (knarsetandend) genoegen namen met een veel te schamele slotuitkering. Zeer recent heeft het Verbond van Verzekeraars aan haar leden het advies gegeven om slachtoffers met letselschade in het vervolg direct dat deel van hun vergoeding uit te keren waarover geen onenigheid bestaat. De leden van het Verbond van Verzekeraars hebben dit advies overgenomen. Het gaat om dat deel van de vordering dat niet betwist is. In het geval partijen nog in onderhandeling zijn, keert de verzekeringsmaatschappij in elk geval het laagst vastgestelde bedrag direct uit. De onderhandelingen gaan dan over het restant. Het initiatief van de verzekeraars is in beginsel een welkome verbetering. Waarom in beginsel? Omdat de praktijk nu eerst zal moeten uitwijzen hoe verzekeraars dit beleid in maat en getal invullen. Het nieuwe beleid geldt voor alle letselschadeslachtoffers, ongeacht of de oorzaak een verkeersongeval, een medisch ongeval of een arbeidsongeval is. |
Vanaf 1 juli 2005 meer keuze voor bedrijven bij aanpak arbeidsomstandigheden Vanaf 1 juli 2005 hebben branches en bedrijven meer keuze hoe ze de preventie en begeleiding van ziekteverzuim regelen. Tot nog toe nemen ze daar verplicht een arbodienst voor in de arm. Bij overeenstemming met vakbonden, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging mag een branche of bedrijf dat straks ook zelf doen. Ook kan hiervoor bijvoorbeeld een branche-organisatie worden ingeschakeld. De wet waarin dit wordt geregeld is op 1 juli van kracht geworden. Met de nieuwe wet krijgen bedrijven de keuze om de arbodienstverlening aan te passen aan de omstandigheden en mogelijkheden van het bedrijf. Als branches en ondernemingen geen gebruikmaken van een arbodienst, moeten ze er ook voor zorgen dat de arbodienstverlening met voldoende kennis van zaken wordt aangepakt. Zo zal er een bedrijfsarts beschikbaar moeten zijn voor de begeleiding van ziekteverzuim. Ook worden eisen gesteld aan de deskundigheid van degene die de zogenoemde risico-inventarisatie en -evaluatie toetst. … lees verder op InternetProcedures voor inspraak en beroep vereenvoudigd De inspraakprocedures over het verlenen van vergunningen, ontheffingen en andere besluiten zijn met ingang van 1 juli 2005 vereenvoudigd. De twee procedures die naast elkaar in de Algemene wet bestuursrecht waren opgenomen, zijn samengevoegd tot één procedure. In deze nieuwe regeling wordt aan bestuursorganen niet meer tot in detail voorgeschreven welke stukken er precies ter inzage moeten worden gelegd en op welke tijdstippen dat moet gebeuren. De nieuwe regeling volstaat met de belangrijkste regels die een zorgvuldige besluitvorming moeten waarborgen. Verder kunnen voortaan alleen nog rechtstreeks belanghebbenden beroep bij de rechter instellen tegen milieubesluiten en bestemmingsplannen. Voorheen kon iedereen, dus ongeacht of men belanghebbende bij het besluit was of niet, tegen deze besluiten procederen. Deze zogeheten "actio popularis" is geschrapt omdat de regering van mening is dat er geen onnodige procedures bij de rechter moeten worden gevoerd. De belangrijkste waarborgen die de nieuwe inspraakprocedure biedt, zijn:
Tweede Kamer stemt in met Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) De Tweede Kamer heeft ingestemd met de WIA, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Als de Eerste Kamer later dit jaar ook instemt, gaat de nieuwe wet in op 1 januari 2006. De nieuwe regeling voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten wordt in 2006 uitgevoerd door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Vanaf 2007 zullen het UWV en verzekeraars met elkaar gaan concurreren. In de nieuwe wet staat werk voorop. Door middel van financiële prikkels worden werkgevers en werknemers gestimuleerd er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat gedeeltelijk arbeidsgeschikten zo veel mogelijk aan de slag gaan of blijven. Tegelijkertijd is er inkomensbescherming voor mensen die echt niet meer kunnen werken. De nieuwe wet legt het accent op wat mensen nog wel kunnen in plaats van wat zij niet meer kunnen. Dit betekent een breuk met de bestaande arbeidsongeschiktheidswetgeving, waarin de nadruk vooral ligt op inkomensondersteuning. De wet bestaat uit twee delen: de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA). … lees verder op InternetKabinet: verplicht ouderschapsplan bij echtscheiding De ministerraad heeft ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van een wetsvoorstel dat ouders verplicht afspraken te maken over verzorging en opvoeding van hun kinderen als zij gaan scheiden. De afspraken worden in een zogeheten ouderschapsplan vastgelegd. Het kabinet gaat ervan uit dat beide ouders na de scheiding gezamenlijk verantwoordelijk blijven voor de kinderen. Als zij samen het gezag houden dan zijn goede, controleerbare afspraken belangrijk om problemen in de toekomst te voorkomen. Bij het opstellen van het ouderschapsplan kan een mediator behulpzaam zijn. Het ouderschapsplan geeft tevens invulling aan de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de band van zijn minderjarig kind met de andere ouder te bevorderen. Het is immers in het belang van het kind dat het contact heeft met beide ouders. Het kabinet stelt voor dat ook de ouder zonder ouderlijk gezag verplicht omgang heeft met zijn kind. Het ouderschapsplan maakt onderdeel uit van het verzoek tot echtscheiding. Het wetsvoorstel maakt ook een einde aan de 'flitsscheiding'. Het is niet langer mogelijk een huwelijk via de burgerlijke stand om te zetten in een geregistreerd partnerschap dat vervolgens buiten de rechter om kan worden beëindigd. De procedure levert in de praktijk grote problemen op omdat in het buitenland deze 'echtscheiding' niet wordt erkend. … lees verder op Internet |
|
Disclaimer
Hoewel bij het
samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is
nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere
aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele
gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail
nieuwsbrief beschikbaar is. | |