Ga naar onze websiteStuur ons een e-mail

  • Vrijwilligersregeling

... lees artikel


  • Periodieke giften

... lees artikel


Vrijwilligersregeling

Voor vrijwilligers is een speciale regeling in het leven geroepen, die niet in de wet staat, maar in een resolutie van de staatssecretaris. Vrijwilligers die geen enkele vergoeding ontvangen voor de arbeid zelf, mogen geheel onbelast al hun kosten vergoed krijgen. Daarbij zijn de beperkingen van de wet loonbelasting niet aan de orde.

Zo mogen de integrale autokosten worden vergoed, evenals bijvoorbeeld de kosten van kinderopvang. Zolang er namelijk voor het werk geen vergoeding wordt gegeven, is er geen sprake van een bron van inkomen en is noch de wet inkomstenbelasting, noch de wet loonbelasting van toepassing. Zodra er echter geld wordt betaald voor het werk zelf – al is het maar € 1 – is er wel sprake van een bron van inkomen en worden alle vergoedingen geregeerd door de wet inkomsten- en loonbelasting. Daardoor zijn alle beperkingen van toepassing en mogen autokosten bijvoorbeeld nog maar voor
€ 0,18 per kilometer worden vergoed. Wordt er méér vergoed, dan valt dat meerdere in principe onder de belastingheffing. Maar om het vrijwilligerswerk te stimuleren, is er een vrijstelling toegekend. De vergoeding voor arbeid, samen met het belaste deel van de kostenvergoeding, is vrijgesteld voor zover deze niet meer bedraagt dan € 21 per week én niet meer dan € 735 per jaar. Aan beide grenzen moet worden voldaan.

Als de vergoeding hoger is, moet hij worden belast. Er moet in principe van geval tot geval worden beoordeeld of er sprake is van een dienstbetrekking. Dat houdt in dat er sprake moet zijn van de verplichting tot het (zelf) verrichten van arbeid, de verplichting tot het betalen van loon en van een gezagsverhouding. Dat is natuurlijk lang niet altijd eenvoudig vast te stellen. In de resolutie wordt dan ook goedgekeurd dat er geen sprake is van een dienstbetrekking onder voorwaarde dat de instelling de vergoeding jaarlijks doorgeeft aan de belastingdienst door middel van een formulier (opgaaf van uitbetaalde bedragen aan een derde). Wordt het formulier niet jaarlijks ingeleverd, dan geldt de goedkeuring niet en moet in ieder individueel geval worden beoordeel of er sprake is van een dienstbetrekking.

Als de vergoeding niet onder de loonbelasting valt, moet deze overigens nog steeds wel in de inkomstenbelasting worden aangegeven.

... terug naar boven


Periodieke giften

Giften aan instellingen met een goed doel zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Daarbij geldt echter wel een drempel en een maximum. De drempel die overschreden moet worden bedraagt 1% van uw drempelinkomen. Dat is uw inkomen in de drie boxen samen, voordat u de persoonsgebonden aftrekposten daar van af heeft getrokken. Als u gehuwd bent bedraagt de drempel 1% van uw gezamenlijke drempelinkomen. De minimumdrempel bedraagt € 60 (ook voor gehuwden). Het maximum bedraagt 10% van het (gezamenlijke) drempelinkomen. De giften moeten met schriftelijke bescheiden zijn te staven.

U heeft echter niets met de drempel en het maximum te maken als u een periodieke gift doet. U moet daarvoor naar de notaris die een akte opmaakt dat u jaarlijks een bepaald bedrag overmaakt naar een goed doel. De minimumtermijn voor deze periodieke gift bedraagt vijf jaar. Als u vijf jaarlijkse giften doet op deze wijze, dan geldt ook dat als een periodieke gift ondanks het feit dat de vijfde gift vier jaar na de eerste gift ligt. De termijnen moeten gelijk zijn om voor aftrek als periodieke gift in aanmerking te komen. Als dat niet zo is, dan geldt jaarlijks het bedrag van de laagste gift als ‘periodiek’ en de overige bedragen vallen voor het meerdere onder de gewone giften met drempel en maximum.

In de akte kan worden opgenomen dat de periodieke gift eindigt bij overlijden. Als dat overlijden plaatsvindt voordat de vijfjaarstermijn is afgelopen, blijft het toch een periodieke gift. In een besluit heeft de staatssecretaris pas geleden goedgekeurd dat de periodieke gift eveneens mag eindigen bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Daarbij wordt wel de eis gesteld dat het beëindigen niet of nauwelijks beïnvloedbaar mag zijn door de schenker. Wat dat precies inhoudt wordt daarbij niet vermeld. Waarschijnlijk betekent het in ieder geval dat deze beëindigingsmogelijkheid in de akte moet worden opgenomen en dat beëindiging verplicht is als aan de daarbij opgenomen voorwaarden (zoals bijvoorbeeld het gaan genieten van een arbeidsongeschiktheidsuitkering of ww-uitkering) wordt voldaan.

... terug naar boven

Spaarloon; vrijval jaren 2001 tot en met 2004

Werknemers kunnen eerder over hun geblokkeerde spaarloon beschikken. Hierdoor kan een werknemer het spaarloon over de jaren 2001 tot en met 2004 met ingang van 1 september 2005 zonder fiscale consequenties opnemen. Het doel hiervan is burgers te bewegen meer te consumeren zodat de economie kan aantrekken.

Als een werknemer over het spaarloon kan beschikken, is de vrijstelling in box 3 niet meer van toepassing (de vrijstelling geldt namelijk alleen voor geblokkeerd spaarloon). Als partijen zich daarentegen aan het contract houden en het spaarloon gewoon op een geblokkeerde rekening blijft staan, is de vrijstelling wel van toepassing. 

Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit mag een werknemer, zonder heffing van loonheffing, beschikken over het tegoed van zijn spaarloonrekening dat betrekking heeft op de jaren 2001 tot en met 2004.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2005 en vervalt met ingang van 1 januari 2006.

… lees verder op Internet


Verklaring arbeidsrelatie: algemene informatie voor zelfstandigen

Als u als freelancer werkzaamheden uitvoert voor een opdrachtgever kan er onduidelijkheid bestaan over uw arbeidsrelatie. Bent u nu bij uw opdrachtgever in dienst of treedt u op als zelfstandig ondernemer? Als u zekerheid wilt hebben over het karakter van uw arbeidsrelatie kunt u bij de Belastingdienst een zogenoemde Verklaring arbeidsrelatie (VAR) aanvragen. Met deze verklaring weet uw opdrachtgever of hij u als zelfstandig ondernemer moet beschouwen en of hij wel of geen loonheffing moet inhouden en premies werknemersverzekeringen voor u moet afdragen. Als u directeur-grootaandeelhouder bent en uw inkomsten voor rekening en risico van de vennootschap (BV of NV) zijn dan kunt u ook bij de Belastingdienst een VAR aanvragen, die uw opdrachtgever vrijwaart van betaling van premies werknemersverzekeringen en loonbelasting. Vanaf 1 januari 2005 mag de opdrachtgever altijd uitgaan van een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) van een opdrachtnemer waarin staat dat deze een zelfstandig ondernemer is (VAR-winst uit onderneming) of directeur-grootaandeelhouder (VAR-dga). De opdrachtgever is dan volledig gevrijwaard van betaling van premies werknemersverzekeringen en loonbelasting. Voor de opdrachtgever is er zo meer rechtszekerheid vooraf.

… lees verder op Internet


Rente betaald door ouders als hoofdelijke aansprakelijke/medeschuldenaar bij hypotheek van kind

De staatssecretaris van Financiën heeft een toelichting gegeven over de steeds vaker voorkomende situatie dat ouders hun kinderen helpen bij de financiering van het eigen huis van de kinderen. Hij wijst erop dat als de kinderen niet zelf de rente betalen voor de schuld op hun eigen woning, zij geen recht hebben op aftrek van die rente. Als de ouders de rente betalen, kunnen ook zij geen rente aftrekken omdat het niet hun eigen woning betreft. In een dergelijke situatie is het dan veelal beter als de ouders een schenking doen aan de kinderen en hen met het geschonken bedrag zelf de rente laten betalen.

… lees verder op Internet


Vanaf 1 juli 2005 meer keuze voor bedrijven bij aanpak arbeidsomstandigheden

Vanaf 1 juli 2005 hebben branches en bedrijven meer keuze hoe ze de preventie en begeleiding van ziekteverzuim regelen. Tot die datum namen ze daar verplicht een arbodienst voor in de arm. Bij overeenstemming met vakbonden, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, mag een branche of bedrijf dat straks ook zelf doen. Ook kan hiervoor bijvoorbeeld een branche-organisatie worden ingeschakeld. De wet waarin dit wordt geregeld is op 1 juli van kracht geworden. Met de nieuwe wet wil staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bedrijven de keuze geven om de arbodienstverlening aan te passen aan de omstandigheden en mogelijkheden van het bedrijf. Ook wil hij de betrokkenheid van bedrijven bij arbeidsomstandigheden vergroten. Als branches en ondernemingen geen gebruikmaken van een arbodienst, moeten ze er ook voor zorgen dat de arbodienstverlening met voldoende kennis van zaken wordt aangepakt. Zo zal er een bedrijfsarts beschikbaar moeten zijn voor de begeleiding van ziekteverzuim. Ook worden eisen gesteld aan de deskundigheid van degene die de zogenoemde risico-inventarisatie en -evaluatie toetst. In dat verplichte document worden risico’s voor arbeidsomstandigheden in kaart gebracht en wordt vastgelegd hoe die zoveel mogelijk kunnen worden vermeden. Overigens kunnen lopende contracten met arbodiensten niet tussentijds worden opgezegd.

… lees verder op Internet

Disclaimer
Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail nieuwsbrief beschikbaar is.