Fiscale Nieuwsflits september 2005

 Ga naar onze websiteStuur ons een e-mail
 

BTW-aspecten verhuur onroerend goed door particulier

Lees artikel



Enkele vrijstellingen van box 3

Lees artikel


BTW-aspecten verhuur onroerend goed door particulier

De omzetbelasting is een belasting die gericht is op de particuliere consumptie. Ondernemers brengen de belasting aan elkaar in rekening, maar uiteindelijk betaalt de eindgebruiker. De BTW - een ander woord voor omzetbelasting - kent een groot aantal vrijstellingen. Eén daarvan betreft de verhuur van onroerend goed. Dat kan nadelig uitpakken als een ondernemer de huurder is. De consequentie van de vrijstelling is namelijk dat de verhuurder de BTW op de aanschaf en het onderhoud niet kan verrekenen. Als een ondernemer huurder is zal hij best BTW willen betalen, omdat hij deze toch kan verrekenen. Gelukkig biedt de wet een ontsnappingsmogelijkheid. Als het gaat om bedrijfsmatig gebruikt onroerend goed kunnen huurder en verhuurder opteren voor belaste verhuur.

Het is in het algemeen aantrekkelijk om te opteren voor belaste verhuur als de huurder de BTW kan verrekenen met de fiscus. Dat geldt bijvoorbeeld voor een advocatenkantoor, maar niet voor een praktijk voor fysiotherapie. Fysiotherapeuten zijn namelijk voor de BTW vrijgesteld.

Het is goed om te weten dat ook een particuliere verhuurder van een bedrijfsmatig gebruikt pand voor de BTW als ondernemer kwalificeert. Het betreft een vorm van fictief ondernemerschap. Dat heeft als plezierige bijkomstigheid dat zo’n verhuurder voor belaste verhuur kan opteren. Als een particuliere verhuurder een kantoorpand laat bouwen, kan hij in zo’n geval de BTW over de bouwkosten van de fiscus terug krijgen. En dat scheelt nogal in de kostprijs, namelijk 19 procent. Voor de optie tot belaste verhuur moeten huurder en verhuurder wel aan een aantal formaliteiten voldoen. En natuurlijk moet de verhuurder voor de in rekening gebrachte BTW aangifte doen en deze aan de fiscus afdragen.

De particuliere verhuurder moet zich bij de fiscus als BTW-ondernemer registreren. Dat heeft overigens geen consequenties voor zijn positie in de inkomstenbelasting. Met andere woorden, het leidt er niet automatisch toe dat de verhuurder inkomstenbelasting moet betalen over de huur en de waardestijging. Het fictieve ondernemerschap voor de omzetbelasting geldt niet voor de inkomstenbelasting. Gelukkig maar!

. . . terug naar boven



Enkele vrijstellingen van box 3

De belangrijkste noviteit van de in 2001 ingevoerde wet inkomstenbelasting was de vermogensrendementsheffing. Deze heffing wordt door fiscalisten als “box 3” aangeduid. Met ingang van 2001 is voor de particuliere spaarder of belegger niet langer de feitelijke opbrengst van het vermogen belast. Belastingheffing vindt daarentegen plaats op forfaitaire grondslag. De opbrengst wordt gesteld op 4 procent met een speciaal belastingtarief van 30 procent. De uitkomst van deze rekensom is 1,2 procent. Van het lezen over belastingen word je meestal niet vrolijk. Anders is dat wellicht voor vrijstellingen. Hieronder worden enkele vrijstellingen besproken van de vermogensrendementsheffing.

Allereerst geldt voor iedereen de vermogensvrije voet. Deze bedraagt in 2005 per persoon 19.522 Euro, voor een echtpaar dus 39.044 Euro. Per minderjarig kind komt hier een toeslag op van 2.607 Euro.

Niet in box 3 vallen de zogenaamde roerende zaken in persoonlijk gebruik. Voorbeelden hiervan zijn de auto, de caravan en de boot. Als je het plezierjacht regelmatig verhuurt moet het in principe worden opgegeven bij het vermogen. Stel dat iemand een aantal oldtimers heeft. Als hij daar regelmatig een ritje mee maakt, kan gesteld worden dat de auto’s in persoonlijk gebruik zijn. Naarmate de verzameling groter is, is dit moeilijker vol te houden.

Vrijgesteld zijn ook kunstvoorwerpen, zoals schilderijen. Voor de vrijstelling mogen ze echter niet als belegging worden aangehouden. In de praktijk speelt bij een waardevolle kunstverzameling vaak ook een beleggingsaspect mee, maar er zullen weinig belastingbetalers zijn die hun kunstverzameling in de aangifte vermelden. De fiscus wil daar nog wel eens een discussie over beginnen.

Voor zogenaamde groene beleggingen geldt een vrijstelling van ruim 50.000 Euro per persoon, voor een echtpaar dus ruim
100.000 Euro. Hierbij moet u denken aan speciale beleggingsfondsen die bijvoorbeeld leningen verstrekken voor de bouw van windmolens. Deze beleggingen zijn in het algemeen niet risicovol. We hebben het hier niet over teakhoutbeleggingen en dergelijke. Daarom is het voor particulieren een interessante mogelijkheid belasting te besparen. Naast de vrijstelling van de vermogensrendementsheffing geldt een extra heffingskorting van 1,3 procent van het vrijgesteld vermogen. Het totale fiscale voordeel komt hiermee op 2,5 procent. En dat is bepaald geen kattenpis in het licht van de huidige lage rentestand.

... terug naar boven


Miljoenennota en Belastingplan 2006 voor ondernemers

Het kabinet heeft de Miljoenennota en het Belastingplan 2006 gepresenteerd. De belangrijkste fiscale maatregelen voor ondernemers in 2006, waaronder een daling van het tarief van de vennootschapsbelasting en een beperking van de aftrek gemengde kosten in de vennootschapsbelasting, treft u bijgaand aan. Het parlement moet de kabinetsplannen nog goedkeuren.

. . . lees verder op Internet



Overgangsrecht voor aanpassing pensioenregelingen aan nieuwe regels

Er komt aanvullend overgangsrecht voor werkgevers die hun pensioenregeling niet voor 1 januari 2006 hebben aangepast aan de nieuwe regels voor VUT, prepensioen en levensloop. Volgens een recente meting zou de pensioenregeling voor een kwart van de werknemers op 1 januari 2006 nog niet zijn aangepast aan de nieuwe situatie. Door de overgangsregeling, die zal gelden tot 1 januari 2007, heeft dit voor deze werknemers geen gevolgen. De betreffende werkgevers hoeven ‘alleen’ belasting te betalen over het deel van de pensioenopbouw over 2006 dat niet voldoet aan de nieuwe regels. De heffing op deze zogeheten bovenmatige pensioenopbouw bedraagt 52 procent.

. . . lees verder op Internet



Per 1 januari 2006 nieuwe Zorgverzekeringswet

Per 1 januari 2006 verandert het huidige zorgverzekeringsstelsel. De nieuwe Zorgverzekeringswet maakt dan een eind aan het verschil tussen ziekenfonds- en particuliere verzekering. In het nieuwe stelsel komt er één zorgverzekering met dezelfde voorwaarden en dezelfde manier van premie betalen voor iedereen. De kern van het nieuwe stelstel is dat vrijwel iedereen een zorgverzekering moet afsluiten bij een zorgverzekeraar. Alleen militairen en gemoedsbezwaarden voor de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) zijn uitgezonderd. Aan de zorgverzekeraar betaalt u een premie voor de zorgverzekering. Dit wordt de nominale premie genoemd. Naast de nominale premie moet iedere verzekeringsplichtige een inkomensafhankelijke bijdrage betalen. De heffing en inning van deze bijdrage gebeurt door de Belastingdienst.

. . . lees verder op Internet



`Witte werksterregeling` blijft voorlopig van kracht

De Regeling Schoonmaakdiensten Particulieren, beter bekend als de ‘witte werksterregeling’, blijft voorlopig nog van kracht. De regeling houdt op te bestaan, als een alternatief is gevonden om een ‘witte markt’ voor persoonlijke dienstverlening te bevorderen. Ook als is vastgesteld dat zo’n alternatief er niet is, stopt de regeling. Eerder zou de regeling per 1 juli 2005 aflopen. De Regeling Schoonmaakdiensten Particulieren is in 1998 ingevoerd om langdurig werklozen met subsidie aan de slag te helpen als hulp in de huishouding. Van de regeling werd echter maar beperkt gebruikgemaakt. De bedrijven die deze schoonmaakdiensten aanbieden, kunnen hun activiteiten voortzetten of gebruik maken van een afbouwregeling, waarbij werknemers hulp krijgen bij het zoeken naar een andere baan.

. . . lees verder op Internet



Premie verzekering WAO-gat vloeit terug

Werkgevers en werknemers die premie betalen voor een verzekering tegen het WAO-gat, kunnen deels de premie terugkrijgen die zij vanaf 2004 hebben betaald. De meevaller kan in totaal oplopen tot meer dan anderhalf miljard euro. Voorwaarde is wel dat het nieuwe WAO-stelsel op 1 januari 2006 wordt ingevoerd. Dat meldt vakcentrale FNV. Het gaat in ieder geval om de premies die in 2005 zijn betaald. Premies van 2004 moeten eerst nog worden verrekend met de aanspraken van mensen die in dat jaar gebruik maakten van de verzekering. In totaal gaat het om aanzienlijke bedragen. Zo bedraagt het jaarlijkse aandeel van werkgevers in de verzekeringspremie bijna een miljard euro en dat van werknemers 400 miljoen euro.

Hoeveel de naar schatting vier miljoen verzekerde werknemers individueel terugkrijgen hangt af van de afspraken in de cao, het inkomen en het werknemersdeel van de premie.

. . . lees verder op Internet



Wat verandert er in de WW?

Door de verslechterde economische situatie in Nederland loopt de werkloosheid snel op. Hierdoor doen steeds meer mensen een beroep op de Werkloosheidswet (WW). Het kabinet wil werkloze werknemers stimuleren zo snel mogelijk weer aan het werk gaan. Waaruit bestaan de veranderingen in de WW ?

. . . lees verder op Internet



Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze e-mail nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze e-mail nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze e-mail nieuwsbrief beschikbaar is.