BTW-aspecten verhuur onroerend goed door
particulier
Lees
artikel
|
Enkele vrijstellingen van box
3
Lees
artikel
|
BTW-aspecten verhuur onroerend goed door particulier
De omzetbelasting is
een belasting die gericht is op de particuliere consumptie.
Ondernemers brengen de belasting aan elkaar in rekening, maar
uiteindelijk betaalt de eindgebruiker. De BTW - een ander woord voor
omzetbelasting - kent een groot aantal vrijstellingen. Eén daarvan
betreft de verhuur van onroerend goed. Dat kan nadelig uitpakken als
een ondernemer de huurder is. De consequentie van de vrijstelling is
namelijk dat de verhuurder de BTW op de aanschaf en het onderhoud
niet kan verrekenen. Als een ondernemer huurder is zal hij best BTW
willen betalen, omdat hij deze toch kan verrekenen. Gelukkig biedt
de wet een ontsnappingsmogelijkheid. Als het gaat om bedrijfsmatig
gebruikt onroerend goed kunnen huurder en verhuurder opteren voor
belaste verhuur.
Het is in het algemeen
aantrekkelijk om te opteren voor belaste verhuur als de huurder de
BTW kan verrekenen met de fiscus. Dat geldt bijvoorbeeld voor een
advocatenkantoor, maar niet voor een praktijk voor fysiotherapie.
Fysiotherapeuten zijn namelijk voor de BTW
vrijgesteld.
Het is goed om te weten
dat ook een particuliere verhuurder van een bedrijfsmatig gebruikt
pand voor de BTW als ondernemer kwalificeert. Het betreft een vorm
van fictief ondernemerschap. Dat heeft als plezierige bijkomstigheid
dat zo’n verhuurder voor belaste verhuur kan opteren. Als een
particuliere verhuurder een kantoorpand laat bouwen, kan hij in zo’n
geval de BTW over de bouwkosten van de fiscus terug krijgen. En dat
scheelt nogal in de kostprijs, namelijk 19 procent. Voor de optie
tot belaste verhuur moeten huurder en verhuurder wel aan een aantal
formaliteiten voldoen. En natuurlijk moet de verhuurder voor de in
rekening gebrachte BTW aangifte doen en deze aan de fiscus
afdragen.
De particuliere
verhuurder moet zich bij de fiscus als BTW-ondernemer registreren.
Dat heeft overigens geen consequenties voor zijn positie in de
inkomstenbelasting. Met andere woorden, het leidt er niet
automatisch toe dat de verhuurder inkomstenbelasting moet betalen
over de huur en de waardestijging. Het fictieve ondernemerschap voor
de omzetbelasting geldt niet voor de inkomstenbelasting. Gelukkig
maar!
. . . terug naar
boven |
Enkele vrijstellingen van box 3
De belangrijkste
noviteit van de in 2001 ingevoerde wet inkomstenbelasting was de
vermogensrendementsheffing. Deze heffing wordt door fiscalisten als
“box 3” aangeduid. Met ingang van 2001 is voor de particuliere
spaarder of belegger niet langer de feitelijke opbrengst van het
vermogen belast. Belastingheffing vindt daarentegen plaats op
forfaitaire grondslag. De opbrengst wordt gesteld op 4 procent met
een speciaal belastingtarief van 30 procent. De uitkomst van deze
rekensom is 1,2 procent. Van het lezen over belastingen word je
meestal niet vrolijk. Anders is dat wellicht voor vrijstellingen.
Hieronder worden enkele vrijstellingen besproken van de
vermogensrendementsheffing.
Allereerst geldt voor iedereen de
vermogensvrije voet. Deze bedraagt in 2005 per persoon 19.522 Euro,
voor een echtpaar dus 39.044 Euro. Per minderjarig kind komt hier
een toeslag op van 2.607 Euro.
Niet in box 3 vallen de zogenaamde roerende
zaken in persoonlijk gebruik. Voorbeelden hiervan zijn de auto, de
caravan en de boot. Als je het plezierjacht regelmatig verhuurt moet
het in principe worden opgegeven bij het vermogen. Stel dat iemand
een aantal oldtimers heeft. Als hij daar regelmatig een ritje mee
maakt, kan gesteld worden dat de auto’s in persoonlijk gebruik zijn.
Naarmate de verzameling groter is, is dit moeilijker vol te
houden.
Vrijgesteld zijn ook kunstvoorwerpen, zoals
schilderijen. Voor de vrijstelling mogen ze echter niet als
belegging worden aangehouden. In de praktijk speelt bij een
waardevolle kunstverzameling vaak ook een beleggingsaspect mee, maar
er zullen weinig belastingbetalers zijn die hun kunstverzameling in
de aangifte vermelden. De fiscus wil daar nog wel eens een discussie
over beginnen.
Voor zogenaamde groene beleggingen geldt een
vrijstelling van ruim 50.000 Euro per persoon, voor een echtpaar dus
ruim 100.000 Euro. Hierbij moet u denken aan speciale
beleggingsfondsen die bijvoorbeeld leningen verstrekken voor de bouw
van windmolens. Deze beleggingen zijn in het algemeen niet
risicovol. We hebben het hier niet over teakhoutbeleggingen en
dergelijke. Daarom is het voor particulieren een interessante
mogelijkheid belasting te besparen. Naast de vrijstelling van de
vermogensrendementsheffing geldt een extra heffingskorting van 1,3
procent van het vrijgesteld vermogen. Het totale fiscale voordeel
komt hiermee op 2,5 procent. En dat is bepaald geen kattenpis in het
licht van de huidige lage rentestand.
... terug naar
boven |
|
|
|
| |
Miljoenennota en Belastingplan 2006 voor ondernemers
Het kabinet heeft de
Miljoenennota en het Belastingplan 2006 gepresenteerd. De
belangrijkste fiscale maatregelen voor ondernemers in 2006,
waaronder een daling van het tarief van de vennootschapsbelasting en
een beperking van de aftrek gemengde kosten in de
vennootschapsbelasting, treft u bijgaand aan. Het parlement moet de
kabinetsplannen nog goedkeuren.
. . . lees verder op
Internet |
Overgangsrecht voor aanpassing pensioenregelingen aan
nieuwe regels
Er komt aanvullend
overgangsrecht voor werkgevers die hun pensioenregeling niet voor 1
januari 2006 hebben aangepast aan de nieuwe regels voor VUT,
prepensioen en levensloop. Volgens een recente meting zou de
pensioenregeling voor een kwart van de werknemers op 1 januari 2006
nog niet zijn aangepast aan de nieuwe situatie. Door de
overgangsregeling, die zal gelden tot 1 januari 2007, heeft dit voor
deze werknemers geen gevolgen. De betreffende werkgevers hoeven
‘alleen’ belasting te betalen over het deel van de pensioenopbouw
over 2006 dat niet voldoet aan de nieuwe regels. De heffing op deze
zogeheten bovenmatige pensioenopbouw bedraagt 52
procent.
. . . lees verder op
Internet |
Per 1 januari 2006 nieuwe Zorgverzekeringswet
Per 1 januari 2006
verandert het huidige zorgverzekeringsstelsel. De nieuwe
Zorgverzekeringswet maakt dan een eind aan het verschil tussen
ziekenfonds- en particuliere verzekering. In het nieuwe stelsel komt
er één zorgverzekering met dezelfde voorwaarden en dezelfde manier
van premie betalen voor iedereen. De kern van het nieuwe stelstel is
dat vrijwel iedereen een zorgverzekering moet afsluiten bij een
zorgverzekeraar. Alleen militairen en gemoedsbezwaarden voor de
Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) zijn uitgezonderd. Aan
de zorgverzekeraar betaalt u een premie voor de zorgverzekering. Dit
wordt de nominale premie genoemd. Naast de nominale premie moet
iedere verzekeringsplichtige een inkomensafhankelijke bijdrage
betalen. De heffing en inning van deze bijdrage gebeurt door de
Belastingdienst.
. . . lees verder op
Internet |
`Witte werksterregeling` blijft voorlopig van
kracht
De Regeling
Schoonmaakdiensten Particulieren, beter bekend als de ‘witte
werksterregeling’, blijft voorlopig nog van kracht. De regeling
houdt op te bestaan, als een alternatief is gevonden om een ‘witte
markt’ voor persoonlijke dienstverlening te bevorderen. Ook als is
vastgesteld dat zo’n alternatief er niet is, stopt de regeling.
Eerder zou de regeling per 1 juli 2005 aflopen. De Regeling
Schoonmaakdiensten Particulieren is in 1998 ingevoerd om langdurig
werklozen met subsidie aan de slag te helpen als hulp in de
huishouding. Van de regeling werd echter maar beperkt
gebruikgemaakt. De bedrijven die deze schoonmaakdiensten aanbieden,
kunnen hun activiteiten voortzetten of gebruik maken van een
afbouwregeling, waarbij werknemers hulp krijgen bij het zoeken naar
een andere baan.
. . . lees verder op
Internet |
Premie verzekering WAO-gat vloeit terug
Werkgevers en
werknemers die premie betalen voor een verzekering tegen het
WAO-gat, kunnen deels de premie terugkrijgen die zij vanaf 2004
hebben betaald. De meevaller kan in totaal oplopen tot meer dan
anderhalf miljard euro. Voorwaarde is wel dat het nieuwe WAO-stelsel
op 1 januari 2006 wordt ingevoerd. Dat meldt vakcentrale FNV. Het
gaat in ieder geval om de premies die in 2005 zijn betaald. Premies
van 2004 moeten eerst nog worden verrekend met de aanspraken van
mensen die in dat jaar gebruik maakten van de verzekering. In totaal
gaat het om aanzienlijke bedragen. Zo bedraagt het jaarlijkse
aandeel van werkgevers in de verzekeringspremie bijna een miljard
euro en dat van werknemers 400 miljoen euro.
Hoeveel de naar
schatting vier miljoen verzekerde werknemers individueel
terugkrijgen hangt af van de afspraken in de cao, het inkomen en het
werknemersdeel van de premie.
. . . lees verder op
Internet |
Wat verandert er in de WW?
Door de verslechterde
economische situatie in Nederland loopt de werkloosheid snel op.
Hierdoor doen steeds meer mensen een beroep op de Werkloosheidswet
(WW). Het kabinet wil werkloze werknemers stimuleren zo snel
mogelijk weer aan het werk gaan. Waaruit bestaan de veranderingen in
de WW ?
. . . lees verder op
Internet | |
|