Fiscale Nieuwsflits oktober 2005

 Ga naar onze websiteStuur ons een e-mail
 

Personeelsopties niet meer zo populair

Lees artikel



Geschillen over fiscaal ondernemerschap

Lees artikel


Personeelsopties niet meer zo populair

De populariteit van personeelsopties is afgenomen. Dat is niet zo vreemd, omdat de aandelenkoersen niet meer zoveel stijgen als zij in het verleden wel deden. Daarom gaan sommige ondernemingen ertoe over gratis aandelen aan hun managers te geven. Over die gratis aandelen moet gewoon belasting betaald worden op basis van de beurswaarde. De fiscale behandeling van opties is met ingang van 2005 gewijzigd.

Vroeger was de hoofdregel dat de zogenaamde verwachtingswaarde van de optie belast was. Vergelijk het maar met een lot in de loterij. De waarde van het lot was belast, terwijl de eventuele prijs onbelast kon worden geïncasseerd. Dat is natuurlijk plezierig als je die prijs wint, maar als je geen prijs wint dan heb je achteraf onterecht belasting betaald.

Met ingang van 1 januari 2005 wordt er ter zake van de toekenning van een personeelsoptie geen belasting meer geheven. Als de optie wordt uitgeoefend, vindt belastingheffing plaats over het voordelige verschil tussen de uitoefenprijs van de optie en de werkelijke waarde van de aandelen op dat moment. Zeg maar, belastingheffing over het werkelijke voordeel. Geen voordeel, geen heffing.

Er geldt hiervoor overigens geen speciaal, gunstig belastingtarief. Dat betekent dat de meeste topmanagers het toptarief van 52 procent moeten aftikken. Nederland neemt daarin internationaal een uitzonderingspositie in. De meeste landen hebben fiscaal gunstige regelingen voor personeelsopties. Nederland dus niet. De heffing over het voordeel dwingt de werknemer een deel van zijn winst meteen te nemen. Anders zal hij de belasting immers niet kunnen betalen. Uitgaande van een belastingtarief van rond de 50 procent, zal de werknemer de helft van de aandelen meteen moeten verkopen.

Als hij de andere 50 procent van de aandelen houdt, moet hij die aandelen natuurlijk wel financieren. Hij moet ze aanschaffen tegen de gunstige koers van de optie (de uitoefenprijs). Als hij dat geld niet op de plank heeft liggen, zal hij moeten lenen. Veel werknemers zullen daarom bij de uitoefening van opties alle aandelen meteen weer verkopen. Dat is jammer, omdat het aandelenbezit goed is voor de binding met de onderneming. Dat kan de manager immers tot betere prestaties aanzetten. Om die reden bieden sommige ondernemingen financiering aan. Als de rente hiervoor lager ligt dan 5 procent, moet over het verschil loonbelasting worden afgedragen. Echt eenvoudiger is het er niet op geworden, maar toch wel eenvoudiger dan in het verleden.

. . . terug naar boven



Geschillen over fiscaal ondernemerschap

Aan het ondernemerschap zijn nogal wat fiscale voordelen verbonden. Zo komt een zelfstandige in aanmerking voor zelfstandigenaftrek. Deze aftrek is hoger naarmate de winst lager is. Bij lage winsten is deze aftrek meer dan Euro 6.000,-. Van het hierdoor te genieten netto voordeel kun je bij wijze van spreken op vakantie. Voor starters geldt nog een toeslag van ongeveer Euro 2.000,-. Daarnaast mogen ondernemers 12 procent van hun winst aftrekken in het kader van de zogenaamde oudedagsreserve. De belastingheffing hierover wordt uitgesteld. Startende ondernemers mogen “willekeurig afschrijven”. Dat betekent dat zij bijvoorbeeld de inrichtingskosten van het kantoor in één keer ten laste van de winst kunnen brengen. De regering heeft voor de toekomst nog meer voordelen in petto.

Om oneigenlijk gebruik van deze fiscale voordelen te voorkomen, is het “urencriterium” in de Wet inkomstenbelasting opgenomen. Iemand moet per jaar ten minste 1225 uren aan zijn onderneming besteden. Dat kunnen overigens ook voorbereidende handelingen zijn. Daarnaast geldt de eis dat meer dan de helft van de werkzame tijd voor de onderneming moet worden gewerkt. Maar deze laatste eis geldt niet voor personen die minder dan vijf jaar als ondernemer actief zijn.

Heeft u het plan om naast uw dienstbetrekking een zaakje te beginnen om de genoemde voordelen te genieten, dan moet ik u teleurstellen. De voordelen stuiten zeer waarschijnlijk af op het “urencriterium”. Toch ontstaan hierover nogal eens geschillen tussen belastingbetalers en fiscus. Daarbij gaat het onder meer om de vraag welke activiteiten meetellen voor het urencriterium. Wat dacht u van de uren dat een beginnend adviseur bij de telefoon wacht op klanten? Volgens de belastingrechter tellen die uren niet mee. Het louter beschikbaar zijn voor klanten is onvoldoende. Zo zou immers iedereen aan het urencriterium kunnen voldoen. Wat dacht u van de tijd die iemand besteedt aan het volgen van de cursus Algemene Ondernemersvaardigen? Die tijd telt wel mee. De fiscus is kritisch als de onderneming in feite niet van de grond komt. Als er duidelijk een opgaande lijn in de omzet en winst zit, doet de fiscus meestal niet moeilijk over de uren in de beginjaren. Een startende ondernemer doet er verstandig aan zijn uren bij te houden. Zo kan hij in discussies met de Belastingdienst beslagen ten ijs komen.

... terug naar boven


Werkgevers moeten pensioenregelingen aanpassen

Alle pensioenregelingen moeten vanaf 1 januari 2006 voldoen aan de fiscale kaders zoals deze gelden na de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL). Het uitgangspunt van deze wet is dat de werknemer pas op 65-jarige leeftijd stopt met werken. Werkgevers die de pensioenregelingen per 1 januari 2006 nog niet hebben aangepast, vallen in 2006 onder een nieuwe overgangsregeling. Zij moeten 52% eindheffing betalen over het verschil tussen de premie die ze op dat moment betalen en de premie die ze zouden betalen als ze de pensioenregeling hadden aangepast. De nieuwe overgangsregeling moet nog door het parlement worden goedgekeurd.

Alle werkgevers en andere inhoudingsplichtigen ontvangen medio december 2005 een formulier. Daarin vraagt de Belastingdienst een verklaring dat de pensioenregelingen voor de werknemers op 1 januari 2006 voldoen aan de fiscale kaders die in 2006 voor pensioenregelingen gelden. De verklaring moet ook worden teruggestuurd als de pensioenregeling nog niet is aangepast, maar de werkgever op grond van de nieuwe overgangsregeling géén eindheffing hoeft af te dragen. Dat kan als in 2006 niet méér premies worden betaald dan voor een aangepaste pensioenregeling. Het formulier wordt niet teruggestuurd als één of meer pensioenregelingen nog niet voldoet en de werkgever daardoor eindheffing moet afdragen. De Belastingdienst zal in 2006 bij werkgevers die geen verklaring hebben ingediend, controleren of ze inderdaad deze eindheffing afdragen.

. . . lees verder op Internet



Vaststelling zorgpremie 2006

De standaardpremie voor de nieuwe zorgverzekering, is voor 2006 vastgesteld op Euro 1.015,- per jaar. Dit is bekend gemaakt door het ministerie van VWS. Hierdoor betaalt iedereen Euro 1.015,- voor de basisverzekering. Daarnaast is er een inkomensafhankelijke bijdrage (6,5%). Werkgevers zijn verplicht om deze bijdrage geheel te vergoeden aan hun werknemers. Net zoals dat nu het geval is, betaalt de werknemer hierover loonbelasting. Voor ondernemers veranderen de kosten voor het personeel nauwelijks. De inkomensafhankelijke bijdrage wordt geheven over het inkomen tot ten hoogste Euro 30.000,-. Er mag een aanvullende vergoeding worden betaald voor de ziektekosten. De ondernemer is formeel volledig vrij om deze extra vergoeding aan een individuele, of aan alle personeelsleden toe te kennen. Vaak gelden echter afspraken uit CAO's. Voor de zelfstandige ondernemer is de inkomensafhankelijke bijdrage vastgesteld op 4,4% tot ten hoogste Euro 30.000,-.

. . . lees verder op Internet



PC-truc wordt aangepakt

Staatssecretaris Wijn van Financiën laat de Belastingdienst trucs om de kosten van een pc af te trekken onder het mom van een cursus of opleiding, scherp in de gaten houden. De Belastingdienst zal optreden tegen constructies die tegen de wet ingaan. Constructies waarbij in feite een pc wordt gekocht en geen serieuze opleiding of cursus wordt gevolgd, vallen niet onder de aftrekpost voor scholingsuitgaven.

Deze constructies voldoen niet aan de voorwaarden voor de belastingaftrek van scholingsuitgaven. Deze voorwaarden zijn namelijk als volgt:

  • de opleiding of studie moet een zakelijk doel hebben. Het moet gaan om een serieuze cursus of opleiding waar de cursist naast geld ook veel tijd in steekt. Bovendien moet de cursus of opleiding van belang zijn voor de huidige of toekomstige functie van de belastingplichtige. Opleidingen die als hobby worden gevolgd, vallen er niet onder. Hetzelfde geldt voor cursussen met een 'algemeen' karakter of ten behoeve van een verbetering van de persoonlijke uitrusting.
  • de prijs van de cursus of opleiding moet in verhouding tot het gebodene staan en niet zijn bestemd voor andere zaken.

. . . lees verder op Internet



Boete voor onwillige werkgevers bij bestrijding illegale arbeid

Werkgevers die de Arbeidsinspectie geen informatie verschaffen over een mogelijk illegale werknemer kunnen in de toekomst een boete krijgen van Euro 8.000,- per illegale werknemer. Die boete is even hoog als wanneer een bedrijf daadwerkelijk een illegale werknemer in dienst zou hebben. Van Hoof streeft ernaar de boete in de eerste helft van 2006 in te voeren. Van Hoof wil zo voorkomen dat werkgevers er voordeel bij hebben als werknemers zich niet willen of kunnen legitimeren, zodat moeilijker kan worden vastgesteld of ze illegaal zijn. In de praktijk blijkt dat werkgevers op die manier proberen boetes te ontlopen. De Arbeidsinspectie heeft er nu nog hulp van de politie bij nodig om werknemers in die gevallen te dwingen om mee te werken.

Van Hoof wil onderzoeken of dit middel ook gebruikt kan worden bij de bestrijding van ‘nep-zelfstandigen’. Sinds de toetreding van de Midden- en Oost-Europese lidstaten tot de Europese Unie kunnen zelfstandige eenpersoonsondernemingen in het kader van het vrij verkeer van diensten zonder vergunning in Nederland aan de slag.

. . . lees verder op Internet



Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze digitale nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze digitale nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze digitale nieuwsbrief beschikbaar is.