|
Onbelaste kostenvergoedingen
Een werkgever mag aan zijn
werknemers binnen bepaalde grenzen onbelaste kostenvergoedingen toekennen.
Loonbelastingspecialisten noemen dit “vrije vergoedingen”. In het verleden
werd hier vaak royaal mee omgesprongen. Men gebruikte het als methode om
een deel van het salaris onbelast toe te kennen. Dat gebeurt nog steeds,
maar de risico’s zijn enorm toegenomen. Te hoge onbelaste vergoedingen
komen op de eerste plaats bij de lijst van correcties bij
loonbelastingcontroles.
Er kunnen twee categorieën van
kostenvergoedingen worden onderscheiden. Stel de werknemer bezoekt een klant
in het buitenland. Daarvoor maakt hij reis- en verblijfkosten. De werknemer
betaalt deze kosten in eerste instantie uit eigen zak en declareert ze
vervolgens bij de werkgever. Dit is een voorbeeld van een kostenvergoeding
op declaratiebasis. Daar gaat in de praktijk niet zoveel mee mis. Wat er
wel mis kan gaan is dat er kosten worden gedeclareerd en vergoed die
fiscaal niet voor onbelaste vergoeding in aanmerking komen. Een voorbeeld
is de contributie voor het bedrijven van de golfsport als dit een privé-aangelegenheid
is.
Dan zijn er nog kostenvergoedingen voor regelmatig
terugkerende relatief kleine uitgaven, zoals de kosten van parkeren,
consumpties onderweg en representatie. Deze kosten worden vaak op basis van
een schatting maandelijks vergoed. Deze fiscus kan deze schattingen ter
discussie stellen. Het beste is om een aantal werknemers gedurende een
bepaalde periode te laten bijhouden welke kosten ze maken. Op deze manier
kan de kostenvergoeding worden onderbouwd. De werkgever kan dat op eigen initiatief
doen, maar de inspecteur kan hem ook daartoe dwingen.
Sommige werkgevers geven hun werknemers een credit
card van de zaak. Deze is uiteraard bedoeld voor zakelijke uitgaven. Als de
werknemer toch privé-uitgaven met deze credit card betaalt, kan een fiscaal
probleem ontstaan. De fiscus zal zich dan op het standpunt stellen dat er
loon is betaald zonder inhouding van loonbelasting en zal een
naheffingsaanslag opleggen.
Normaliter komt de
loonbelasting voor rekening van de werknemer. Deze belasting wordt immers
ingehouden op het loon. Bij naheffingen blijft verhaal op de werknemer
veelal achterwege. De fiscus behandelt het desbetreffende voordeel in dat
geval als netto voordeel, wat tot een hogere heffing leidt. Zo
correspondeert een netto voordeel van Euro 580 bij een belastingtarief van
42 procent met een bruto voordeel van Euro 1.000. Over het voordeel wordt
dan Euro 420 loonbelasting geheven. Dit is ruim 72 procent van het netto
voordeel. Vanwege de grote bedragen die met naheffing van loonbelasting gepaard
kunnen gaan, doen werkgevers er verstandig aan zorgvuldig met
kostenvergoeding om te gaan.
... terug naar boven
|