Het beleggingspensioen

Lees artikel


 


Onbelaste kostenvergoedingen

Lees artikel


Het beleggingspensioen

Vroeger was de combinatie van pensioen en beleggen in aandelen taboe. Pensioen moest veilig belegd worden in obligaties. Toen in de jaren 1995-2000 de aandelenbeurs de ene na de ander piek liet zien veranderde dat.

De pensioenfondsen gingen meer in aandelen beleggen. De aldus te verwachten overrendementen konden gebruikt worden voor pensioenverbetering en verlaging van de premies. Bij verzekeraars werden beleggingslijfrentes en beleggingspensioenen populair. De verzekeringnemer mocht zelf bepalen of hij met z’n inleg risico wilde lopen in de hoop op een hoger rendement. De belangstelling voor pensioenbeleggen verdween bij de consument als sneeuw voor de zon toen de beurs in de periode 2000-2003 een glijvlucht naar beneden maakte. Wel belangstelling hadden klachteninstituten en toezichthouders. Veel consumenten spanden een rechtszaak aan tegen de financiële instelling. Zij hadden nooit mogen toestaan dat het pensioengeld zo risicovol werd belegd. In veel gevallen werden zij in het gelijk gesteld en kregen compensatie toegekend. De sterke daling van de beurzen leidde bij veel pensioenfondsen tot forse verliezen. Van schrik brachten zij het percentage aandelen in hun portefeuille terug.

De Autoriteit Financiële Markten is belast met het toezicht op onder meer het aanbod van beleggingsproducten. Deze instelling gaat vanaf 2007 toezien op pensioenregelingen waarbij werknemers zelf de beleggingsportefeuille mogen samenstellen. Dit betreft de zogenaamde beschikbare premieregelingen, waarbij de pensioenaanspraken afhankelijk zijn van de beleggingsresultaten. In de nieuwe pensioenwet is bepaald dat de pensioenfondsen en verzekeraars de pensioenverzekerden moeten informeren over de risico’s van de beleggingen. In geval van tegenvallende beleggingsresultaten kan het pensioenkapitaal veel lager uitvallen dan nodig voor de oudedag. Naarmate de werknemer dichter bij zijn pensioendatum komt, mag het risico minder groot worden. Dat kan betekenen dat een werknemer het percentage aandelen omlaag moet brengen ten gunste van veilige obligaties.

Voor de fiscus maakt het weinig uit of er sprake is van een beleggingspensioen of een gegarandeerd pensioen. Als bij een beleggingspensioen de uitkeringen tegenvallen, moet de fiscus genoegen nemen met een lagere belastingheffing. Als de uitkeringen daarentegen meevallen, krijgt de fiscus ook meer. Wel is het zo dat bij een zeer hoog pensioenkapitaal bij de start van het pensioen ineens belasting moet worden betaald over het surplus. Het kapitaal mag namelijk niet hoger zijn dan nodig is om uitkeringen van 100 procent van het laatstverdiende salaris mogelijk te maken.

. . . terug naar boven



Onbelaste kostenvergoedingen

Een werkgever mag aan zijn werknemers binnen bepaalde grenzen onbelaste kostenvergoedingen toekennen. Loonbelastingspecialisten noemen dit “vrije vergoedingen”. In het verleden werd hier vaak royaal mee omgesprongen. Men gebruikte het als methode om een deel van het salaris onbelast toe te kennen. Dat gebeurt nog steeds, maar de risico’s zijn enorm toegenomen. Te hoge onbelaste vergoedingen komen op de eerste plaats bij de lijst van correcties bij loonbelastingcontroles.

Er kunnen twee categorieën van kostenvergoedingen worden onderscheiden. Stel de werknemer bezoekt een klant in het buitenland. Daarvoor maakt hij reis- en verblijfkosten. De werknemer betaalt deze kosten in eerste instantie uit eigen zak en declareert ze vervolgens bij de werkgever. Dit is een voorbeeld van een kostenvergoeding op declaratiebasis. Daar gaat in de praktijk niet zoveel mee mis. Wat er wel mis kan gaan is dat er kosten worden gedeclareerd en vergoed die fiscaal niet voor onbelaste vergoeding in aanmerking komen. Een voorbeeld is de contributie voor het bedrijven van de golfsport als dit een privé-aangelegenheid is.

Dan zijn er nog kostenvergoedingen voor regelmatig terugkerende relatief kleine uitgaven, zoals de kosten van parkeren, consumpties onderweg en representatie. Deze kosten worden vaak op basis van een schatting maandelijks vergoed. Deze fiscus kan deze schattingen ter discussie stellen. Het beste is om een aantal werknemers gedurende een bepaalde periode te laten bijhouden welke kosten ze maken. Op deze manier kan de kostenvergoeding worden onderbouwd. De werkgever kan dat op eigen initiatief doen, maar de inspecteur kan hem ook daartoe dwingen.

Sommige werkgevers geven hun werknemers een credit card van de zaak. Deze is uiteraard bedoeld voor zakelijke uitgaven. Als de werknemer toch privé-uitgaven met deze credit card betaalt, kan een fiscaal probleem ontstaan. De fiscus zal zich dan op het standpunt stellen dat er loon is betaald zonder inhouding van loonbelasting en zal een naheffingsaanslag opleggen.

Normaliter komt de loonbelasting voor rekening van de werknemer. Deze belasting wordt immers ingehouden op het loon. Bij naheffingen blijft verhaal op de werknemer veelal achterwege. De fiscus behandelt het desbetreffende voordeel in dat geval als netto voordeel, wat tot een hogere heffing leidt. Zo correspondeert een netto voordeel van Euro 580 bij een belastingtarief van 42 procent met een bruto voordeel van Euro 1.000. Over het voordeel wordt dan Euro 420 loonbelasting geheven. Dit is ruim 72 procent van het netto voordeel. Vanwege de grote bedragen die met naheffing van loonbelasting gepaard kunnen gaan, doen werkgevers er verstandig aan zorgvuldig met kostenvergoeding om te gaan.

... terug naar boven

 

 

 

 


Wijn verlaagt dividendbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

De belasting van 25% op uitbetaalde dividenden gaat omlaag naar 15%. Dit staat in het wetsvoorstel 'Werken aan Winst' van staatssecretaris Wijn dat de ministerraad heeft goedgekeurd. Verder worden de inkomstenbelasting voor zelfstandig ondernemers en de vennootschapsbelasting fors verlaagd. Een lagere dividendbelasting en daling van de tarieven in de winstbelastingen verbeteren het vestigingsklimaat.
Het wetsvoorstel "Werken aan Winst" zal naar verwachting nog voor de zomer worden aangeboden aan de Tweede Kamer. Staatssecretaris Wijn heeft de oorspronkelijke plannen ter financiering van de belastingverlagingen verzacht. Zo zal de fiscale afschrijving op bedrijfspanden minder worden beperkt dan aanvankelijk in "Werken aan Winst" werd voorgesteld. Het voorstel is nu dat op bedrijfspanden fiscaal mag worden afgeschreven tot 50% van de economische waarde. Dat was aanvankelijk 100%. De ondernemer kan daarmee grotere afschrijvingsbedragen van zijn belastbare winst aftrekken.

. . . lees verder op Internet

. . . lees verder op Internet



Verscherpte meldingsplicht nieuw personeel

Vanaf begin juli moeten werkgevers hun nieuwe personeel uiterlijk de dag vóór het begin van de werkzaamheden bij de Belastingdienst aanmelden. Met deze 'eerstedagsmelding' wil de overheid zwartwerken en illegale arbeid tegengaan. Het kan voorkomen dat een werknemer wordt aangenomen en direct aan de slag gaat. De werknemer mag in dit geval pas beginnen met zijn werkzaamheden, nadat hij is aangemeld bij de Belastingdienst. De eerstedagsmelding kan op drie manieren worden gedaan: via de website van de Belastingdienst, met behulp van aangifte- of administratiesoftware of door een belastingconsulent. Het is dus belangrijk dat een nieuwe werknemer zijn persoonlijke gegevens al ruim voor het begin van de dienstbetrekking doorgeeft. Daarbij is het verstandig om de werknemer ook te vragen naar zijn identiteitsbewijs en de ingevulde loonbelastingverklaring. De werkgever beschikt dan op tijd over alle gegevens die nodig zijn voor de eerstedagsmelding en loonadministratie.

. . . lees verder op Internet

. . . lees verder op Internet



Boetes voor MOT-overtreding

Vanaf mei van dit jaar zijn de sancties voor het overtreden van de Wet MOT (Melding Ongebruikelijke Transacties) uitgebreid. De FIOD-ECD, het Bureau Financieel Toezicht, De Nederlandse Bank en de AFM, kunnen na controle boetes opleggen tot bijna Euro 22.000 per overtreding.

Ondernemers zijn al een aantal jaar verplicht om contante betalingen van Euro 15.000 of meer en andere financiële transacties die ongebruikelijk zijn te melden bij het speciaal daarvoor in het leven geroepen Meldpunt Ongebruikelijk Transacties. Vanaf mei staan daar echter flinke boetes tegenover. De FIOD-ECD controleert op de juiste toepassing van de Wet MOT bij handelaren van zaken in grote waarde (auto’s, kunst en antiek, schepen, veilinghuizen en juweliers) en makelaars. Die controles zijn reguliere boekencontroles bij bedrijven die “gevoelig” kunnen zijn voor ongebruikelijke transacties of controles naar aanleiding van informatie van derden. Het is belangrijk dat meldingplichtigen zich bewust zijn van mogelijke financiële gevolgen van het niet melden van een ongebruikelijke transactie. Een ondernemer bij wie meerdere overtredingen worden geconstateerd kan namelijk voor elk van die overtredingen een boete opgelegd krijgen.

. . . lees verder op Internet



Spaarloon terugstorten voor levensloopregeling

Werknemers kunnen niet in hetzelfde kalenderjaar gebruikmaken van zowel de levensloop- als de spaarloonregeling. De werknemer kan er echter voor kiezen om in 2006, ook als hij dit jaar al heeft gespaard voor een spaarloonregeling, toch nog gebruik te maken van de levensloopregeling. Als de werknemer van de spaarloonregeling wil overstappen naar de levensloopregeling, moet hij het bedrag dat hij in 2006 heeft gespaard voor de spaarloonregeling naar zijn werkgever laten terugboeken. De werkgever moet dit bedrag vóór 1 juli 2006 als loon aan de werknemer uitbetalen. Bij deze uitbetaling kan de werkgever het te sparen bedrag voor de levensloopregeling inhouden. De werkgever mag in de aangifte loonheffingen de eerder geheven eindheffing over dat spaarloon verrekenen.

. . . lees verder op Internet



Zesduizend innovatievouchers beschikbaar voor MKB-ondernemers

Er komen 6000 innovatievouchers beschikbaar voor MKB-ondernemers. Met deze vouchers kan kennis worden ingekocht bij een publieke kennisinstelling, zoals een universiteit of een hogeschool. Met ingang van woensdag 17 mei kunnen ondernemers een innovatievoucher aanvragen bij SenterNovem in Den Haag. Na de pilots in 2004 en 2005 krijgt de Subsidieregeling innovatievouchers nu in 2006 een definitief karakter. Er komen twee soorten vouchers beschikbaar, te weten kleine en grote vouchers. Een kleine voucher is Euro 2.500 waard en kan éénmalig worden verkregen; daarmee wordt de ondernemer gestimuleerd een eerste stap naar een kennisinstelling te zetten. Van deze kleine vouchers komen er 3000 beschikbaar. De grote voucher is Euro 7.500 waard en kan éénmaal per jaar worden verkregen. Hiervoor geldt dat ondernemers 1/3 van de totale projectkosten zelf moeten bekostigen. De overheid draagt maximaal Euro 5.000 bij. Ook van de grote vouchers komen er 3000 beschikbaar voor het MKB.

. . . lees verder op Internet

. . . lees verder op Internet

 

 

 

 



Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze digitale nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze digitale nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze digitale nieuwsbrief beschikbaar is.