|
De bancaire lijfrente
Lees artikel
|
|
Navorderen en verdeling gemeenschappelijke posten
Lees artikel
|
|
De bancaire lijfrente
Kamerleden Depla (PvdA) en de Vries
(VVD) hebben een initiatief wetsontwerp ingediend waarin de zogenaamde
bancaire lijfrente mogelijk wordt gemaakt. De initiatiefnemers willen een
alternatief bieden voor dure en ondoorzichtige producten van verzekeraars.
Het betreft een geblokkeerde spaarrekening of een beleggingsrekening. Het
ziet ernaar uit dat het voorstel het gaat halen. Inleg in een bancaire
lijfrente zal op dezelfde wijze als bij de gewone lijfrente fiscaal
aftrekbaar zijn.
Bij de traditionele lijfrente
is het voor de consument moeilijk te verteren dat van een storting van euro
10.000 meteen, zeg, euro 1.000 opgaat aan kosten, zodat slechts euro 9.000
op de waardeopgaaf resteert. Bij een spaarrekening blijft de volledige
storting in tact. Bij een beleggingsrekening zijn de kosten relatief laag,
zeg, 1%. Als financiële instellingen hun huidige spaar- en
beleggingsproducten openstellen voor de bancaire lijfrente, zal de
consument naar verwachting hier de voorkeur aan geven boven de
lijfrenteproducten van verzekeraars.
Bij de bancaire lijfrente wordt het kapitaal opgebouwd
zoals bij een gewone spaar- of beleggingsrekening. Het opeten van het
opgebouwde kapitaal vindt plaats in de vorm van gelijkmatige uitkeringen.
Een belangrijk nadeel van een ingegane lijfrente is dat bij vroeg overlijden
het kapitaal toevalt aan de verzekeraar. Bij de voorgestelde bancaire
lijfrente is het na overlijden resterende saldo beschikbaar voor de
erfgenamen. Een nadeel is dat in geval van lang-leven het saldo uitgeput
raakt. Men kan eventueel het kapitaal opbouwen via de banciare variant,
terwijl men in de uitkeringsfase voor een reguliere lijfrente kiest.
Of de bancaire lijfrente in de
praktijk een succes wordt, hangt af van de opstelling van aanbieders. De
bancaire lijfrente zal waarschijnlijk een product worden met een veel
lagere marge dan het traditionele product. Bankverzekeraars hebben geen
belang bij een product met een lage winstmarge dat ten koste gaat van
producten met een hoge winstmarge. Momenteel biedt vrijwel elke bank, als
tussenpersoon, verzekeringsproducten aan. Ook verzekeraars zullen overigens
de “bancaire” lijfrente aan kunnen bieden.
. . .
terug naar boven
|
|
Navorderen en verdeling gemeenschappelijke posten
Als twee mensen het hele jaar
elkaars fiscale partner zijn, mogen bepaalde posten worden verdeeld tussen
beiden. Dat geldt eveneens als zij maar een gedeelte van het jaar elkaars
fiscale partner zijn, maar kiezen voor uitbreiding van dat partnerschap
naar het hele jaar. De voordelen van verdeling van de gemeenschappelijke
posten zijn, zo’n vijf jaar na invoering van het nieuwe belastingstelsel,
zo langzamerhand wel bekend. Er is natuurlijk het tariefvoordeel, door
aftrekposten bij de meestverdiener op te voeren, en de aanslaggrens,
waardoor aanslagen die beneden deze grens liggen, niet geïnd worden. Deze
grens was in de jaren tot 2005 nog enigszins de moeite waard (net onder de
euro 200), maar vanaf 2005 is deze nog maar euro 40.
Het schuiven met gemeenschappelijke
inkomsten, aftrekposten en het vermogen moet gebeuren bij het indienen van
de aangifte. De diverse aangifteprogramma’s hebben daar de gereedschappen
voor, de één wat luxer (het programma optimaliseert zelf de verdeling) dan
de ander (je moet zelf maar uitzoeken wat het in belastingheffing scheelt).
Zolang de aanslag van één van beiden nog niet definitief vaststaat, kan er
nog een wijziging worden aangebracht in de verdeling. Als er een fout wordt
gemaakt in de aangifte kan herstel daarvan een andere verdeling
noodzakelijk maken om de belastingdruk zo laag mogelijk te houden. Herstel
kan gebeuren door een correctie op de aangifte in te dienen. Daarbij kan
een andere verdeling worden aangegeven. Als de inspecteur bij het regelen
van de aanslag een correctie aanbrengt, kan ook nog om een andere verdeling
worden gevraagd. Zo gaan de voordelen van de verdeling niet verloren.
Maar zodra de aanslag definitief vast staat, is het
gedaan met de verdeling, zo luidde de wet tot 1 januari 2005. Wordt er dus
een navorderingsaanslag opgelegd over de jaren tot en met 2004, dan kan
over die jaren geen andere verdeling meer plaatsvinden. Betreft de
navordering een gemeenschappelijke post, dan moet die bij helfte worden
verdeeld. Alleen bij een ambtshalve vermindering van aanslagen wegens het
vergeten zijn van een persoonsgebonden aftrek, is alsnog een verdeling naar
keuze mogelijk.
Per 1 januari 2005 is de wet
gewijzigd. Ook bij een navorderingsaanslag mag alsnog een verdeling naar
keuze plaatsvinden. Dat mag echter alleen maar voor de bestanddelen
waarover nagevorderd wordt. Is er in de aangifte al een verdeling gemaakt,
dan mag daar niet meer op teruggekomen worden.
... terug naar boven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Eerste Kamer heeft
ingestemd met wijziging WW-wet
De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel
voor modernisering van de WW. Werklozen krijgen minder lang recht op WW en
de eerste twee maanden een hogere uitkering. Met de nieuwe WW wordt het
(snel) vinden van nieuw werk en het voorkomen van werkloosheid centraal
gesteld. Verder wordt de WW eenvoudiger, dalen de administratieve lasten
voor werkgevers en wordt de ontslagpraktijk versoepeld. De nieuwe
maatregelen gaan in per 1 oktober 2006.
In de nieuwe WW wordt de maximale uitkeringsduur
verkort van vijf jaar tot drie jaar en twee maanden. Deze maximale duur
wordt bereikt bij een arbeidsverleden van 38 jaar. Het niveau van de
WW-uitkering gaat in de eerste twee maanden omhoog naar 75 procent van het loon.
Vanaf de derde maand bedraagt de uitkering 70 procent van het loon. Voor
werknemers die wel aan de wekeneis voldoen, maar niet aan de eis dat zij
minimaal vier van de laatste vijf kalenderjaren over minimaal 52 dagen loon
hebben ontvangen, geldt een kortdurende uitkering. Deze kortdurende
uitkering van zes maanden tegen 70 procent van het minimumloon, wordt
omgezet in een op het loon gebaseerde uitkering van drie maanden. Na deze
omzetting en de eerdere afschaffing van de vervolguitkering kent de WW nog
maar één soort uitkering. Dit is een aanzienlijke vereenvoudiging van de
WW.
Het voorstel voorziet verder in een soepeler toets of
werkloosheid de werknemer te verwijten is. Het wordt de werknemer niet
langer aangerekend dat hij zich neerlegt bij zijn ontslag.
.
. . lees verder op Internet
.
. . lees verder op Internet
.
. . lees verder op Internet
|
|
Versoepeld boetebeleid eerste 3 tijdvakken loonheffingen
De aangifte loonheffingen is
per 1 januari 2006 vernieuwd. Daarom legt de Belastingdienst voor de eerste
drie aangiftetijdvakken geen boetes op als de aangifte te laat is ingediend
of de betaling te laat is ontvangen. Vanaf het vierde aangiftetijdvak kan
de Belastingdienst voor te late aangiften en te late betalingen wel boetes
gaan opleggen.
.
. . lees verder op Internet
|
|
Nieuw fonds voor opkomende markten
Voor Nederlandse bedrijven is
een fonds opengesteld dat investeringen in opkomende markten financiert. De
financiering is bestemd voor lokale dochterondernemingen of joint ventures.
De Nederlandse onderneming dient de zeggenschap te bezitten. Daarnaast moet
de onderneming ook zelf risicokapitaal inbrengen. De financiering is
beschikbaar in de vorm van een (achtergestelde) lening, een garantie of een
participatie. De financiering is minimaal euro 45.000 en maximaal euro 5 miljoen
voor een periode van drie tot twaalf jaar. De aflossingsvrije periode is
maximaal drie jaar.
Het Fonds Opkomende Markten
financiert lokale dochterondernemingen en joint ventures in opkomende
markten die kunnen aantonen dat zij behoefte hebben aan (middel)langetermijnfinanciering
voor de (verdere) ontwikkeling van hun activiteiten. Deze activiteiten
moeten gelijk zijn aan, of in elk geval lijken op die van de Nederlandse
sponsor.
. . . lees verder op
Internet
|
|
Inwisselen guldenmunten alleen nog dit jaar
Alleen nog dit jaar kunnen
particulieren hun guldenmunten inwisselen. Tot en met vrijdag 29 december
2006 kunnen ze hiervoor terecht bij de agentschappen van de Nederlandsche Bank
(DNB) in Amsterdam, Eindhoven, Hoogeveen en Wassenaar. Vanaf maandag 2
oktober tot en met zaterdag 30 december kan men ook munten inleveren bij
alle postkantoren.
Bij het postkantoor kan men de
munten inleveren, deze worden vervolgens naar DNB gestuurd. De tegenwaarde
wordt door DNB op de rekening gestort. Dit geldt alleen voor particulieren.
Uit bedrijfsmatige activiteit verkregen guldens kunnen al sinds 2003 niet
meer worden ingeleverd. Guldenbiljetten kunnen nog tot 2032 worden
ingewisseld bij DNB.
De bereidheid tot inwisselen
lijkt vrij klein. Hoewel 68% van de Nederlandse huishoudens aangeeft nog
guldens (munten, biljetten, jubileummunten) te hebben, zegt slechts 11% van
plan te zijn ook te gaan inwisselen. Driekwart van de personen die nog
guldens in hun bezit hebben wil dit geld bewaren. Een kwart vindt het
bedrag te gering om in te wisselen.
.
. . lees verder op Internet
|
|
Belastingvoordeel voor zuinige auto
Vanaf 1 juli hebben zuinige
auto's een belastingvoordeel. Vanaf die datum ontvangen zuinige auto's een
korting op de Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen (BPM) en moet
er voor niet-zuinige auto's meer belasting worden betaald. Hoe zuiniger de
auto, hoe meer korting.
De aanschafbelasting op een
nieuwe personenauto wordt afhankelijk van het energielabel. Voor zuinige
auto's wordt een korting gegeven (1000 euro voor A-label) en voor
niet-zuinige auto's moet meer belasting worden betaald (540 euro voor een
G-label) Voor een zuinige auto met hybride aandrijving is de korting extra
hoog (tot 6000 euro). Een hybride auto wordt aangedreven door een
combinatie van benzine-dieselmotor en electromotor.
. . . lees verder op
Internet
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Disclaimer
Hoewel
bij het samenstellen van de inhoud van deze digitale nieuwsbrief de uiterste zorg
is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze digitale nieuwsbrief iedere
aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele
gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze digitale
nieuwsbrief beschikbaar is.
|
|