De directeur-aandeelhouder en de Pensioenwet

Lees artikel


 


Successieplanning zonder kinderen

Lees artikel


De directeur-aandeelhouder en de Pensioenwet

Op 1 januari 2007 treedt de Pensioenwet in werking. Deze vervangt de Pensioen- en Spaarfondsenwet. Het betreft regels die moeten waarborgen dat pensioentoezeggingen aan werknemers ook kunnen worden nagekomen.

Zo is een werkgever verplicht om pensioentoezeggingen te laten lopen via een pensioenfonds of verzekeraar. Daarvoor moet de werkgever premies betalen. De directeur-aandeelhouder neemt hierbij een speciale plaats in. Omdat hij eigenlijk gewoon ondernemer is, heeft hij geen bescherming nodig. Dat is althans de mening van de wetgever. Onder de Pensioen- en Spaarfondsenwet was iemand met een aandelenbezit van ten minste 10 procent vrijgesteld. Onder de nieuwe Pensioenwet blijft deze uitzondering geldig. Deze personen mogen het pensioen in eigen beheer opbouwen. Het opbouwen van pensioen (in eigen beheer) biedt fiscale voordelen.

Een directeur-aandeelhouder kan besluiten om het pensioen vrijwillig bij een verzekeraar onder te brengen. Het opbouwen van pensioen in eigen beheer kan risicovol zijn; bij faillissement van de BV is ook het pensioenkapitaal verdwenen. In sommige gevallen gaat het faillissement van de BV gepaard met het faillissement van de directeur-aandeelhouder. De curator zou dan ook de pensioenpolis te gelde kunnen maken. De oude Pensioen- en Spaarfondsenwet verbood dat. Onder de nieuwe Pensioenwet raakt de directeur-aandeelhouder die bescherming kwijt. Er is echter een overgangsregeling getroffen. Directeuren-aandeelhouders met een pensioen op 1 januari 2007 kunnen opteren voor de Pensioenwet. Een van de redenen om dat te doen, is om de bescherming van het afkoopverbod van de pensioenpolis te behouden.

Een veel voorkomend misverstand is dat directeuren-aandeelhouders in 2007 hun pensioen niet meer bij een verzekeraar kunnen onderbrengen. Dat kan nog steeds! Het is alleen zo dat de speciale faillissementsbescherming verdwijnt. Wat blijft is dat het opbouwen van pensioen buiten de onderneming, dat wil zeggen buiten de BV, veiliger is dan binnen de onderneming. Zorg er dan wel voor dat de polis op naam van de directeur komt. In plaats van met een pensioenpolis zou eventueel ook met een lijfrente kunnen worden gewerkt. Fiscaal heeft dat een vergelijkbaar effect.

. . . terug naar boven



Successieplanning zonder kinderen

Veel populaire artikelen over successieplanning gaan over manieren om het vermogen fiscaal vriendelijk naar de kinderen over te laten gaan. Maar wat doet u als er geen kinderen zijn?

In dat geval is de noodzaak van successieplanning veel groter. De reden ligt in het zeer hoge successietarief voor verkrijgingen door neven, nichten en derden. Opgemerkt moet worden dat het tarief voor erfenissen en schenkingen hetzelfde is. Dit tarief is voor 2007 als volgt.

Tarief successie- en schenkingsrecht 2007 derden

verkrijging tussen

en

belasting

plus over het meerdere

 

 

*

**

0

22.051

 

41%

22.051

44.096

9.040

45%

44.096

88.181

18.960

50%

88.181

176.353

41.002

54%

176.353

352.696

88.614

59%

352.696

881.722

192.656

63%

881.722

 

525.942

68%


















Iemand die bijvoorbeeld euro 100.000 erft van een oom of tante is daarover verschuldigd: euro 41.002 + 54% over euro 100.000 - euro 88.181 = euro 47.384.

Het tarief is hoger naarmate de verkrijging hoger is. Dat heet “progressie”. Daarom kan het voordelig zijn om bij leven geleidelijk een deel van het vermogen door middel van schenkingen over te laten gaan. Dat kan desgewenst ook op papier door via de notaris een bedrag schuldig te erkennen aan de begiftigde. U moet dan wel jaarlijks rente over de opgebouwde schuld betalen.

Het tarief wordt toegepast per verkrijger. Stel de nalatenschap bedraagt euro 300.000. Bij één erfgenaam wordt het tarief berekend over euro 300.000. Bij drie erfgenamen wordt het tarief per erfgenaam berekend over euro 100.000. Vanwege de progressie van het tarief is het voordelig om erfenissen en schenkingen over zoveel mogelijk personen te spreiden. Maar dat is alleen maar zinvol als u dat ook écht wilt. Successierecht besparen is natuurlijk geen doel op zich..

... terug naar boven

 

 

 

 


Eerste Kamer akkoord met Werken aan Winst

De Eerste Kamer heeft dinsdag 28 november het wetsvoorstel Werken aan Winst aangenomen. Dat betekent dat per 1 januari 2007 de belastingen op winst omlaag gaan.

In de vennootschapsbelasting gaat het tarief extra omlaag van de oorspronkelijk geplande 29,1 procent naar 25,5 procent. Voor kleinere winsten gaan aparte tarieven gelden. Voor alle winsten tot 25.000 euro wordt het tarief 20 procent (24,5 procent), terwijl winsten van 25.000 euro tot 60.000 euro tegen 23,5 procent zullen worden belast. De dividendbelasting gaat omlaag van 25% naar 15%. Ondernemers die inkomstenbelasting betalen, krijgen eveneens een lastenverlichting. Met ingang van 1 januari 2007 zal 10 procent van hun winstinkomen niet belast worden. Dit is de MKB-winstvrijstelling.

Verder bevat het wetsvoorstel maatregelen die gunstig uitwerken voor innovatieve bedrijven. Voor uitvindngen waarvoor een octrooi is gekregen, gaat een belastingtarief van 10 procent gelden (“octrooibox”). Voor financieringswinsten binnen een concern zal een apart tarief van 5% gelden (“rentebox”). De rente- en de octrooibox zijn ter goedkeuring voorgelegd aan de Europese Commissie.

De tariefsverlagingen betekenen derving van belastinginkomsten. Deze derving wordt voor een deel gecompenseerd door andere regels voor de bepaling van de belastbare winst. Bij het vaststellen van de nieuwe grondslagen is er goed op gelet dat het maken van winst en innoverend ondernemen wordt bevorderd. Zo zullen compensabele verliezen tot 9 jaar vooruitgeschoven kunnen worden terwijl dat nu nog onbeperkt mogelijk is. De achterwaartse verliescompensatie wordt beperkt tot 1 jaar, terwijl dat nu nog 3 jaar is. Ondernemingen die onder de inkomstenbelasting vallen kunnen nog steeds gebruik maken van een achterwaartse verliescompensatie van 3 jaar. De fiscale afschrijving op vastgoed zal worden versoberd. Voortaan kunnen ondernemingen hun bedrijfspand tot 50 procent van de waarde in het economisch verkeer (WOZ-waarde) afschrijven. Op beleggingsvastgoed mag nog maar tot 100 procent van de waarde in het economisch verkeer worden afgeschreven.

. . . lees verder op Internet



Minder kosten voor ondernemers met XBRL

Minder kosten en minder administratieve lasten voor de ondernemer. Daar moet XBRL voor zorgen vanaf 1 januari 2007. XBRL is een nieuwe financiële rapportagetaal. Ondernemers verstrekken nu vaak dezelfde informatie, meerdere malen aan instanties zoals CBS, Belastingdienst en KvK. Ook gebruiken de overheden dezelfde gegevens van ondernemers terwijl ze verschillende definities hiervoor toepassen. Zo kan winst bij de Belastingdienst een andere betekenis hebben dan bij het CBS. Met XBRL worden de verschillende soorten informatietalen samengevoegd tot één taal, XBRL. Dat voorkomt misverstanden en bespaart tijd én geld.

. . . lees verder op Internet



Eerste Kamer stemt in met nieuwe Pensioenwet

Werknemers en gepensioneerden krijgen meer zekerheid over de (toekomstige) uitbetaling van hun pensioen. Daarvoor worden er eisen gesteld aan de omvang van het eigen vermogen van de pensioenfondsen. Ook krijgen pensioendeelnemers een wettelijk recht op goede voorlichting over hun pensioen. Verder mogen bedrijfspensioenregelingen geen toetredingsleeftijd hanteren van hoger dan 21 jaar (nu bouwen in een aantal bedrijfspensioenregelingen werknemers pas vanaf hun 25ste jaar pensioen op). Dit is de kern van de nieuwe Pensioenwet die is aangenomen door de Eerste Kamer. De nieuwe wet zal de huidige Pensioen- en spaarfondsenwet vervangen en gaat in per 1 januari 2007.

. . . lees verder op Internet



Heffings- en invorderingsrente per 1 januari 2007 naar 4,7%

Het percentage heffingsrente en invorderingsrente bij belastingen is per 1 januari 2007 vastgesteld op 4,7%. Voor het laatste kwartaal van 2006 was dit percentage vastgesteld op 4,25%.

. . . lees verder op Internet



Wat verandert er per 1 januari 2007 met de werkgeversbijdrage kinderopvang?

Ouders krijgen vanaf 1 januari 2007 een hogere overheidsbijdrage voor de kosten van kinderopvang. De verhoging van de overheidsbijdrage komt in de plaats van de huidige (niet verplichte) werkgeversbijdrage. Dit gebeurt omdat te veel werknemers geen of geen volwaardige bijdrage ontvangen van de werkgever. Kinderopvang wordt goedkoper voor werknemers die nu geen bijdrage van hun werkgever(s) ontvangen.
De regeling kinderopvang wordt een stuk eenvoudiger. Ouders hoeven straks nog maar één keer een aanvraag bij de Belastingdienst in te dienen.
De hogere overheidsbijdrage geldt ook voor zelfstandigen. De kosten voor de verhoging voor zelfstandigen worden uit de algemene middelen betaald.

. . . lees verder op Internet

 

 

 

 



Disclaimer

Hoewel bij het samenstellen van de inhoud van deze digitale nieuwsbrief de uiterste zorg is nagestreefd, sluiten de samenstellers van deze digitale nieuwsbrief iedere aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die op via deze digitale nieuwsbrief beschikbaar is.